Wet van 10 april 1971
Het Fonds voor arbeidsongevallen (FAO) werd opgericht in november 1967 na de fusie van verschillende instellingen die bijstand verleenden aan personen die betrokken waren bij een
arbeidsongeval. Op 10 april 1971 trad de
arbeidsongevallenwet in de privésector in werking. Die wet komt voort uit de wet van 24 december 1903 en is daarmee een van de oudste wetten binnen ons Belgische socialezekerheidsstelsel. Ze verplicht de werkgever om een verzekering tegen arbeidsongevallen af te sluiten bij een erkende verzekeringsonderneming. Die laatste, en niet langer de werkgever, staat in voor de vergoeding van het slachtoffer. Dat was een belangrijke verandering, want voordien moesten slachtoffers van een arbeidsongeval in de privésector de regels van het Burgerlijk Wetboek volgen om een vergoeding te kunnen verkrijgen. De werkgever wordt ook verplicht om elk arbeidsongeval te melden.
50 jaar evolutie
Enkele belangrijke jaartallen in de ontwikkeling van de preventie en de vergoeding van arbeidsongevallen in de privésector:
1971
Alle werknemers in de privésector zijn door hun werkgever verzekerd bij een verzekeringsonderneming. Het Fonds voor arbeidsongevallen (FAO) houdt toezicht op de naleving van de verzekerings- en meldingsplicht voor werkgevers en voorziet een ambtshalve aansluiting voor niet-verzekerde periodes. Als er zich een ongeval voordoet bij een niet-verzekerde werkgever, treedt het FAO op als waarborgfonds. Het FAO zal nadien alle uitgekeerde bedragen van de werkgever terugeisen, boven op de bijdrage voor ambtshalve aansluiting. Daarnaast controleert het FAO of de wet correct wordt toegepast door de verzekeringsondernemingen en biedt het slachtofferbegeleiding bij dodelijke ongevallen.
1988
Vanaf 1 januari 1988 worden verzekeringsondernemingen verantwoordelijk voor de vergoeding van levenslange schade bij arbeidsongevallen. Het FAO neemt de rol op zich van verbindingsorganisme bij arbeidsongevallen tussen de verzekeringsondernemingen en de andere takken van de sociale zekerheid. In 1988 wordt ook een gecentraliseerde gegevensbank opgericht, waarin jaarlijks zo’n 200.000 arbeidsongevallen worden geregistreerd.
1994
Het FAO wordt verantwoordelijk voor de betaling van vergoedingen voor blijvende arbeidsongeschiktheid van minder dan 10% en ontvangt daarvoor kapitalen na de definitieve regeling. Later volgen ook de vergoedingen voor blijvende arbeidsongeschiktheid tussen 10% en 20%.
2002
Het EVA-project, dat het resultaat is van een samenwerking tussen het FAO en de verzekeringsondernemingen, leidt tot een ommekeer in het beheer van de arbeidsongevallen. De vervanging van de papieren gegevensuitwisseling door een elektronische uitwisseling betekent een administratieve vereenvoudiging waardoor dossiers sneller opgevolgd worden.
2009
Het begrip ‘
verzwaard risico’ wordt ingevoerd. Ondernemingen die in verhouding tot hun activiteitensector een hoog aantal arbeidsongevallen registreren, worden aangespoord om preventieve maatregelen te nemen en hun initiatieven worden opgevolgd. Ondernemingen houden een verzwaard risico in wanneer de risico-index gedurende een observatieperiode van drie jaar een bepaalde drempel overschrijdt, voor zover er in de loop van die observatieperiode ten minste zes ongevallen zijn gebeurd met een tijdelijke ongeschiktheid van ten minste vier dagen of een overlijden tot gevolg.
2014
Het FAO beschikt over de mogelijkheid om een procedure in te leiden voor de arbeidsrechtbank om de rechten van de sociaal verzekerde te beschermen als het van oordeel is dat een ongeval ten onrechte werd geweigerd door een verzekeringsonderneming.
2017
In het kader van de reorganisatie van de openbare instellingen van de sociale zekerheid fuseren het Fonds voor arbeidsongevallen (FAO) en het Fonds voor de beroepsziekten tot Fedris, het Federaal agentschap voor beroepsrisico’s.
2020
De term ‘kleine statuten’ verwijst naar personen die
werk verrichten in het kader van een opleiding voor betaald werk. Of de stage zelf al dan niet bezoldigd is, is niet van belang. Sinds 1 januari 2020 moeten kleine statuten op de werkvloer en op weg van en naar het werk verzekerd zijn in geval van een arbeidsongeval. De werkgever is verplicht om de stagiair aan te geven bij de RSZ.
2021
De definitie van ‘
verzwaard risico’ wordt aangepast. De risico-index wordt versterkt. Daarnaast kunnen er twee nieuwe motieven worden ingeroepen om bezwaar aan te tekenen. Een onderneming kan nu een bezwaar indienen als het al preventieve maatregelen heeft genomen om het risico in kwestie tegen te gaan (dat zal worden gecontroleerd door de FOD Werkgelegenheid) en als de situatie van het verzwaard risico het gevolg is van ongevallen die niet konden worden voorzien door het preventiebeleid. Naast de verzekeringsondernemingen kunnen de sectoren een beroep doen op hun preventie-instellingen om bedrijven met een verzwaard risico op te volgen. Fedris wordt belast met de inning van de forfaitaire bijdrage voor verzwaard risico, die daarna aan die instellingen zal worden betaald voor de uitvoering van die opvolging.