Interventie bij asbestincidenten

preventActua 06/2017
Asbestbrand?
Voor een brand van gebouwen met asbesthoudend materiaal wordt de benaming 'asbestbrand' gebruikt, hoewel de term misleidend is. Asbest brandt niet. Dat is precies een van de eigenschappen die in het verleden heeft bijgedragen tot de ruime verspreiding van asbest als bouwmateriaal. Bij brand kan asbesthoudend plaatmateriaal in daken, gevels en wanden echter breken door de snelle temperatuurstijging en de grote hitte, waardoor asbestvezels vrijkomen. Het contact van koud bluswater met oververhitte platen werkt het breken of 'kapotspringen' van de platen zelfs in de hand. Dat kan gepaard gaan met luide knallen. Aan de breukvlakken van de platen kunnen grote hoeveelheden asbestvezels of -stof vrijkomen die door de hete lucht in de atmosfeer worden meegevoerd. Een groot gedeelte wordt met het bluswater opnieuw naar beneden gehaald. Een ander deel komt hoog in de lucht terecht en verspreidt zich in de omgeving.
Primaire en secundaire emissie
Het vrijkomen van inadembare vezels op het moment dat asbesthoudend materiaal breekt, wordt primaire emissie genoemd. Deze primaire emissie wordt verspreid en verdund door de hittestuwing. Het gaat om microscopisch kleine asbestdeeltjes in de lucht die door de thermiek over een min of meer groot gebied worden verspreid. Door de grote verdunning in de lucht is er doorgaans weinig tot geen verhoging van de concentraties aan asbestvezels in de lucht.
Weggeslingerde stukken en flinters asbesthoudend materiaal vormen een risico voor secundaire emissie. De afstand van de brandhaard kan variëren van enkele tientallen tot honderden meters. Deze stukken en flinters kunnen verspreid raken en daarna breken of verpulveren (bv. omdat mensen erop stappen of erover rijden). De risico's van de secundaire emissie hangen samen met de toestand van het materiaal (hechtgebonden of niet, verpulverd of nog intact). Om de risico's van secundaire emissies zoveel mogelijk te beperken, is het belangrijk om het gebied af te zetten en achteraf zorgvuldig te verwijderen (door erkende asbestverwijderaars).
Risico's en preventie voor de interventiediensten
Tijdens de brand zelf zijn de risico’s voor de interventiediensten beperkt. De asbestvezels worden grotendeels neergeslagen door het bluswater. Het dragen van een volledige persoonlijke beschermingsuitrusting en m.n. ademhalingsbescherming is echter noodzakelijk. Andere maatregelen zijn het zoveel mogelijk vermijden van het slopen van delen van gebouwen en het beperken van het aantal mensen in de zone.
Niet ongevaarlijk is het nablussen. Voor het blussen van resterende brandhaarden is vaak hak- en breekwerk nodig. Als daarbij asbesthoudend materiaal beschadigd raakt zonder dat er sprake is van pluimstijging, is het risico veel groter dan tijdens het eigenlijke bluswerk. Het dragen van onafhankelijke ademhalingsbescherming en het strikt toepassen van hygiënemaatregelen blijft noodzakelijk.
Andere incidenten
Ook bij andere incidenten is waakzaamheid geboden. Voorbeelden zijn interventies naar aanleiding van ingestorte gebouwen, storm- of hagelschade. Het probleem is bovendien dat bij dergelijke interventies die niet gepaard gaan met brand, de hulpverleners niet altijd uitgerust zijn met ademhalingsbescherming.
Asbestinventaris en noodplanning
Goede informatie is essentieel voor de hulpdiensten. De aard en leeftijd van een gebouw geven een eerste indicatie van mogelijke asbest, maar een asbestinventaris biedt veel gerichtere informatie. Daarom is het voor een bedrijf belangrijk om deze inventaris te integreren in de bedrijfsnoodplanning, zodat de hulpdiensten in geval van brand over de juiste informatie beschikken: In welke bouwdelen of installaties is nog asbest aanwezig? In welke toestand?
Richtlijnen voor interventiediensten
Ter ondersteuning van de interventiediensten werd reeds in 2012 de 'Asbestprocedure bij brand' uitgewerkt door het Federaal Kenniscentrum voor de Civiele Veiligheid (FOD Binnenlandse zaken). Voor het toepassen van die procedure worden opleidingen georganiseerd (train-the-trainer) zodat de verschillende hulpverleningszones zich verder kunnen organiseren. Ook het Nederlandse instituut voor publieke veiligheid heeft richtlijnen uitgewerkt voor de brandweer. Die richtlijnen focussen op branden van asbesthoudend materiaal en de manier waarop de brandweer kan optreden om de brandweerlieden en de bevolking te beschermen.
Bron/meer info: Nederlandse instituut voor publieke veiligheid: Brancherichtlijn en publicatie Brandweeroptreden bij asbestincidenten