Wettelijk limiet is weinig gekend
Uit een studie van Vias institute blijkt dat slechts iets meer dan de helft van de Belgische autobestuurders weet dat er wetgeving is over gezichtsscherpte tijdens het rijden, maar slechts 15% kent expliciet de wettelijke limiet: die bedraagt 5 op 10 met beide ogen samen. Je mag daarbij eventueel een bril of contactlenzen dragen. Nochtans leveren de ogen 90% van alle rij-informatie. Een slecht zicht is direct gerelateerd aan slecht rijden. Een verminderde rijvaardigheid door een slecht zicht zorgt voor een vertraagde reactie op signalen, verkeersborden en verkeersgebeurtenissen, en kan zo leiden tot een ongeval.
Minder dan de helft heeft zonnebril op sterkte
Daarnaast geeft slechts 43% van de autobestuurders, die zelf een bril op sterkte hebben, aan ook een zonnebril op sterkte te hebben. Het niet gebruiken van een zonnebril op sterkte kan tot gevaarlijke situaties leiden. Indien men een zonnebril heeft die niet op sterkte is, verliest men een deel van het visueel functioneren. Daarnaast kan zonder zonnebril rondrijden er toe leiden dat men door de laagstaande zon verblind wordt. De laatste 5 jaar gebeurden er gemiddeld elk jaar 660 letselongevallen door de laagstaande zon.
Reservebril
Slechts 1 op de 2 bevraagde autobestuurders met een correctie geeft verder aan een reservebril op sterkte te hebben. In België bestaat er geen verplichting rond het bezit van een reservebril op sterkte. Bestuurders verliezen echter wel eens hun bril of gaan er per ongeluk op zitten. In het buitenland bestaat er in sommige landen een verplichting om een reservebril op sterkte te hebben in de auto. Wie met de wagen naar het buitenland trekt, moeten aandachtig zijn dat een dergelijke verplichting wel in Frankrijk, Duitsland, Portugal, Spanje, Oostenrijk of Zwitserland geldt.
Invloed van de leeftijd
Het zicht is iets waar we als bestuurder dagelijks mee te maken krijgen. Vanaf 45 jaar gaat ons zicht achteruit. Het gezichtsveld vernauwt, we krijgen last van verziendheid, het zicht wordt vooral ’s nachts minder scherp en er is een groter risico op verblinding door koplampen van andere voertuigen. Op gevorderde leeftijd is dit te verwachten. Maar ook jongeren kunnen hier last van hebben. Niet alle oogaandoeningen zijn immers leeftijdsgebonden.
Controle van de ogen
Om veilig te rijden, is het dan ook absoluut noodzakelijk om regelmatig de ogen te laten controleren en de juiste bril of contactlenzen te dragen. Regelmatig op controle gaan bij een oogarts is de enige manier om er zeker van te zijn dat het zicht optimaal is. Besef ook dat een aantal visuele aandoeningen zeer geleidelijk gebeuren zodat ze zelden spontaan (en soms ook niet tijdig) opgemerkt worden (sluipend). Oogartsen of opticiens kunnen niet alle gezichtsproblemen oplossen omdat niet alle gezichtsproblemen corrigeerbaar zijn. Bepaalde gezichtsaandoeningen kunnen niet door een bril, lenzen of een operatie verholpen worden. In dat geval kan men als bestuurder niet anders dan zijn gewoonten of gedrag aan te passen door bijvoorbeeld ‘s nachts helemaal niet meer te rijden.
Het is aan de oogarts om te beslissen of een persoon beantwoordt aan de wettelijk bepaalde medische normen.
Medische normen betreffende visuele functies
Bestuurders van groep 1 en 2 wenden zich tot de oogarts van hun keuze. Het visueel functioneren, de rijgeschiktheid en de geldigheidsduur ervan wordt door hem bepaald. De beoordeling van rijgeschiktheid houdt rekening met de verschillende aspecten van het visueel functioneren die nodig zijn om een motorvoertuig in alle veiligheid te besturen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan gezichtsscherpte, gezichtsveld, gezichtsvermogen in het schemerdonker, licht- en contrastgevoeligheid, en dubbelzicht.
Gezichtsscherpte
De gezichtsscherpte is een maat voor het kleinste detail dat iemand nog kan onderscheiden. Een scherpte van 10/10 wordt beschouwd als normaal; een scherpte van 0/10 staat voor totale blindheid. Bij een scherpte van minder dan 3/10 ben je officieel slechtziend. Een scherpte van 5/10 betekent dat men alles van 2x zo dichtbij moet bekijken om hetzelfde te kunnen zien als iemand met 10/10.
De wet bepaalt dat bestuurders van groep 1, zo nodig met een bril of contactlenzen, een gezichtsscherpte met beide ogen samen van ten minste 5/10 moeten hebben. Op gunstig advies van de oogarts kan iemand die hier niet aan voldoet, uitzonderlijk toch rijgeschikt verklaard worden door de arts van het CARA (Centrum voor Rijgeschiktheid en voertuig Aanpassing). Voorwaarde is dat hij, zo nodig met een bril of contactlenzen, een gezichtsscherpte van minimaal 3/10 behaalt en voldoet aan de norm van het gezichtsveld.
Bestuurders van groep 2, bestuurders van bussen en vrachtwagens, dienen al dan niet met een bril of contactlenzen te beschikken over een gezichtsscherpte van ten minste 8/10 voor het beste oog en 1/10 voor het minder goede oog.
Gezichtsveld
Bestuurders krijgen 98% van hun visuele communicatie binnen via het ’gezichtsveld’. De grootte van het gezichtsveld omvat alles wat je kan waarnemen zonder je ogen of hoofd te bewegen. Het gezichtsveld dient onder meer om ons te positioneren en koers te houden. Normaal omvat het gezichtsveld horizontaal 170° en verticaal 80° graden.
De wet bepaalt onder meer dat bij bestuurders van groep 1 het horizontale gezichtsveld met beide ogen samen minstens 120° moet bedragen. Vanuit het centrum van dit gezichtsveld dient de amplitude minimaal 50° naar links en naar rechts, en minimaal 20° naar boven en onder, te bedragen. De centrale 20° dienen vrij te zijn van enig absoluut defect.
Als het gezichtsveld niet voldoet aan het wettelijk vastlegde minimum, dan zal de oogarts je rijongeschikt verklaren. In uitzonderlijke gevallen kan de arts van het CARA daarvan afwijken.
Bij bestuurders van groep 2 dient het horizontale gezichtsveld minstens 160° te bedragen, met een amplitude vanuit het centrum van dit gezichtsveld die minimaal 70° naar links en naar rechts, en minimaal 30° naar boven en onder dient te bedragen. De centrale 30° dient vrij te zijn van enig absoluut defect. Een bestuurder met slechts één functioneel oog is niet rijgeschikt. Uitzonderingen zijn niet mogelijk.
Bron: Bevraging brilbezit en brilgebruik in de wagen bij een representatieve Belgische steekproef van 1000 personen. Onderzoek uitgevoerd door Vias institute op aanvraag van Pearle Opticiens in december 2016.