KB op de markt brengen van explosieveilige apparatuur

Het KB van 21 april 2016 verscheen op 29 april 2016 in het Belgisch Staatsblad. Het besluit regelt het op de markt brengen van apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (ATEX-besluit). De fabrikant heeft de verplichting om ervoor te zorgen dat de explosieveilige apparatuur beantwoordt aan essentiële veiligheids- en gezondheidseisen. De explosieveilige apparatuur is onderverdeeld in verschillende groepen naar gelang het vereiste beschermingsniveau. Voor elke groep gelden er specifieke regels inzake de voorwaarden, de procedures en de markeringen vooraleer het materieel op de markt kan gebracht worden.

Wettelijk kader

Het KB van 21 april 2016 betreffende het op de markt brengen van apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen is op 29 april 2016 verschenen in het Belgisch Staatsblad (KB Explosieveilige apparatuur). Het besluit is genomen op basis van de wet die de veiligheid van producten regelt (wetboek economisch recht, art. IX.4). Het KB is een gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2014/34/EU. De omzetting is slechts gedeeltelijk aangezien de bepalingen uit de richtlijn die betrekking hebben op de aangemelde instanties voorwerp uitmaken van een afzonderlijk koninklijk besluit, m.n. het KB van 21 april 2016 betreffende de erkenning van conformiteitsbeoordelingsinstanties voor apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen (BS 29 april 2016).

Het KB Explosieveilige apparatuur heft het oude besluit uit 1999 (KB van 22 juni 1999, BS 25 september 1999) volledig op. Het KB is in werking getreden op 20 april 2016. In vergelijking met het KB uit 1999 zijn de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen en de indeling in groepen niet veranderd. Het KB van 2016 verschilt met dat van 1999 op het vlak van de procedures en de verplichtingen voor de verschillende betrokkenen bij het op de markt brengen.


ATEX

ATEX staat voor explosieve omgeving of ATmosphère EXplosive. De afkorting wordt doorgaans gebruikt als verwijzing naar de regels die er gelden bij het werken op plaatsen waar er ontploffingsgevaar heerst. Dit is een plaats waar ten gevolge van plaatselijke en bedrijfsomstandigheden een explosieve omgeving kan ontstaan. En met explosieve atmosfeer wordt bedoeld een mengsel van lucht en brandbare stoffen in de vorm van gassen, dampen, nevels of stof, onder atmosferische omstandigheden, waarin de verbranding zich na ontsteking uitbreidt tot het gehele niet-verbrande mengsel.

De ATEX-regelgeving valt uiteen in 2 luiken. Enerzijds is er de economische regelgeving met het KB Explosieveilige apparatuur en richtlijn 2014/34/EU. Anderzijds is er de sociale regelgeving m.b.t. de bescherming van de werknemers, m.n. de Codex welzijn op het werk, Boek III, Titel 4, Ruimten met risico's voor een explosie (voorheen KB van 26 maart 2003 betreffende het welzijn van de werknemers die door explosieve atmosferen gevaar kunnen lopen, BS 5 mei 2003), omzetting van richtlijn 1999/92/EG. 


Toepassingsgebied

Het toepassingsgebied omvat apparatuur (machines, materieel, enz...), beveiligingssystemen (inrichtingen om een beginnende explosie te stoppen of om de gevolgen ervan te beperken) en componenten (onderdelen zonder autonome functie), alsook voorzieningen die bedoeld zijn voor gebruik buiten plaatsen waar ontploffingsgevaar kan heersen, maar die invloed hebben op de explosieveiligheid.

Om uit te maken of de apparatuur al dan niet tot het toepassingsgebied behoort, is niet enkel de plaats van gebruik van belang. Doorslaggevend is immers of de apparatuur een eigen potentiële ontstekingsbron heeft die in contact staat of een koppeling heeft met een explosieve atmosfeer zodat de verbranding zich kan verspreiden tot het hele niet verbrande mengsel. Een voorbeeld: een systeem voor extractie geïnstalleerd buiten de explosieve omgeving is uitgerust met een ventilator – eigen potentiële ontstekingsbron – en voert via een leiding de explosieve omgeving weg uit een opslagtank. Deze leiding doet in dit geval dienst als koppeling met de explosieve omgeving.


Niet van toepassing op

De regelgeving geldt voor apparatuur met een eigen potentiële ontstekingsbron. Dat betekent dat heel wat eenvoudige mechanische toestellen niet onder het KB vallen aangezien ze geen eigen ontstekingsbron hebben. Voorbeelden zijn hamers, moersleutels, zagen en ladders. Ook de volgende voorbeelden hebben normaal gezien geen eigen ontstekingsbron. Toch is het aan de fabrikant om telkens na te gaan of er een potentieel ontstekingsrisico is. Dit is het geval voor:
- onderdelen van uurwerken, mechanische camerasluitingen;
- kleppen voor het aflaten van druk;
- toestellen die enkel door menselijke kracht bewogen worden (pompen, kleppen,...).

Verder zijn ook een aantal apparatuur expliciet uitgesloten van het toepassingsgebied, m.n. medische hulpmiddelen, gevaar te wijten aan springstof of chemisch instabiele stoffen, apparaten bedoeld voor de huishoudelijke sfeer, zeeschepen, mobiele off-shore installaties, vervoermiddelen (land, zee en lucht), persoonlijke beschermingsmiddelen en uitrustingen die betrekking hebben op de handel en wapens, munitie en oorlogsmaterieel. Voertuigen bestemd voor gebruik in een ontploffingsgevaarlijke atmosfeer worden niet uitgesloten.


Groepen en categorieën

Explosieveilige apparatuur die op de markt gebracht wordt, moet beantwoorden aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen. Naast de eisen die gelden voor alle apparatuur zijn er eisen ifv de groep en de categorie waartoe de apparatuur behoort. De apparatuur is onderverdeeld in 2 grote groepen. Groep I omvat apparatuur voor mijninstallaties. Groep II de andere apparatuur. In groep I zijn er II categorieën met resp. een zeer hoog en hoog beschermingsniveau. Groep II omvat nog een 3de categorie met een normaal beschermingsniveau (zie tabel).

Voor de beoordeling van de conformiteit gelden verschillende procedures afhankelijk van de groep waartoe de apparatuur behoort. Deze procedures vergen in sommige gevallen de tussenkomst van een aangemelde instantie. De fabrikant geeft deze conformiteit aan met de CE-markering, eventueel het identificatienummer van de aangemelde instantie en de EU-conformiteitsverklaring. Een kopie van de EU-conformiteitsverklaring wordt bij de apparatuur gevoegd. Alle apparatuur moet ook voorzien zijn van de nodige instructies en identificatiegegevens (zie kader).

Kader - Documenten/informatie bij de apparatuur

Op de apparatuur

- CE-markering, gevolgd door het identificatienummer van de aangemelde

instantie indien van toepassing 

- Merkteken explosiepreventie gevolgd door de aanduiding voor de groep

en categorie

- Voor apparatuur van groep II, bijkomend de letter G (gas/damp/nevel) of D (stof)

- Fabricagejaar

- Type-, partij- of serienummer of een ander identificatiemiddel (indien het niet anders kan, mag dit op een document bij de apparatuur)

- Naam van de fabrikant, geregistreerde handelsnaam of geregistreerde merknaam en het postadres (indien het niet anders kan, mag dit op een document bij de apparatuur)

 

Toegevoegd aan de apparatuur

- EU-conformiteitsverklaring (voor componenten: schriftelijke conformiteitsverklaring)

- Gebruiksaanwijzing in een begrijpelijke taal i.f.v. het gebied waar het product op de markt wordt gebracht

 

Volledige toeleveringsketen

De verplichtingen gelden niet alleen voor de fabrikant van de apparatuur. Ook de importeur en de distributeur hebben duidelijke verplichtingen. Zij mogen enkel maar apparatuur op de markt brengen die beantwoordt aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen. Ze moeten er ook op toezien dat de juiste markeringen voorzien zijn en de documentatie in orde is. Om het markttoezicht mogelijk maken, zijn alle actoren uit de toeleveringsketen verplicht om de herkenbaarheid van de apparatuur te verzekeren, hun contactgegevens toegankelijk te maken en alle documentatie bij te houden.

Tabel – Groepen en categorieën Explosieveilige apparatuur

Groep

Categorie

Apparatuur bestemd voor

Beschermings-niveau

Groep I

M1

werkzaamheden ondergronds in mijnen en in bovengrondse mijnstallaties die door mijngas en/of brandbaar stof gevaarlijk zijn

Zeer hoog

 

M2

Hoog

Groep II

1

een omgeving die door de aanwezigheid van mengsels van lucht met gas, damp, nevel of stof/lucht-mengsels voortdurend, langdurig of dikwijls explosief is.

Zone 0 of zone 20*

Zeer hoog

 

2

een omgeving die door de aanwezigheid van gas, damp, nevel of stof/lucht-mengsels af en toe explosief kan worden.

Zone 1 of zone 21

Hoog

 

3

een omgeving waarin het weinig waarschijnlijk is dat er door de aanwezigheid van gas, damp, nevel, of stof/lucht-mengsels ontploffingsgevaar heerst en waarin een dergelijk gevaar zich naar alle waarschijnlijkheid slechts zelden voordoet en kort duurt.

Zone 2 of zone 22

Normaal

*Indeling in zones 0, 20, 1, 21, 2, 22 op basis van de Codex, Titel III.4

Meer informatie is beschikbaar in de Europese toelichtingen ter zake, m.n.

- Blue guide, algemene toelichting bij CE-markering en productveiligheid

- EU gids over de overgang tussen de oude en nieuwe Atex-richtlijn

- EU gids met toelichting bij richtlijn 2014/34/EU 

: PreventActua 10/2016