De richtlijn elektromagnetische velden: nieuwigheden, MRI en praktische implicaties

Richtlijn 2013/35/EU moet werknemers beschermen tegen gevaren van niet-ioniserende elektromagnetische straling. De eventuele langetermijneffecten van elektromagnetische straling waaronder mogelijke kankerverwekkende effecten worden in deze richtlijn niet in rekening genomen. Er wordt enkel rekening gehouden met acute en korte termijneffecten.

Lange weg naar een richtlijn
Richtlijn 2013/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de minimumvoorschriften inzake gezondheid en veiligheid met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van fysische agentia (elektromagnetische velden) (twintigste bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) en tot intrekking van Richtlijn 2004/40/EG verscheen op 29 juni 2013 in het Publicatieblad.
De oorspronkelijke richtlijn die aan de basis ligt van Richtlijn 2013/35/EU dateert al van 29 april 2004. Deze Richtlijn werd tweemaal gewijzigd (in 2008 en 2012) omdat de omzettingstermijn naar nationale wetgeving wegens praktische redenen voor de lidstaten niet haalbaar was. De huidige medische beeldvormingstechnieken waren toen nog niet zo algemeen verspreid en de toepassing van de oorspronkelijke richtlijn zou de uitvoering van bepaalde medische onderzoeken onmogelijk gemaakt hebben aangezien enkele grenswaarden overschreden zouden worden. Vooral MRI (Magnetic Resonance Imaging – zie kader) of beeldvorming op basis van magnetische resonantie, waarbij ziekenhuispersoneel soms aan sterke elektromagnetische velden wordt blootgesteld, liet te hoge waarden optekenen. Daarnaast klonk er ook enige bezorgdheid vanuit de industrie.
 
MRI
MRI-apparaten produceren drie soorten elektromagnetische velden, namelijk een statisch magnetisch veld, een laagfrequent gepulst magnetisch veld (ruwweg in het frequentiegebied van 100 Hz tot 1 kHz) en een radiofrequent gepulst elektromagnetisch veld (variërend tussen 4 en 128 MHz). Het statisch magnetisch veld is steeds aanwezig aangezien het telkens uit- en inschakelen ervan erg complex en tijdrovend zou zijn. De andere velden daarentegen zijn enkel aanwezig bij het maken van opnames. Een MRI-scanner heeft ten slotte nog een aantal afschermingsspoelen waardoorheen een stroom in tegengestelde richting loopt om het magneetveld dat buiten het apparaat opgewekt wordt enigszins te compenseren.
MRI houdt verschillende risico's in. Er is het risico op rondvliegende en aangetrokken (ook binnen het lichaam zoals intra-oculaire metaaldeeltjes of  metalen slagaderclips) ferromagnetische voorwerpen. Ook de stroom die in het lichaam ontstaat doordat het zich in het sterke statische magnetische (strooi)veld beweegt, of door de stroom die door het laagfrequent magnetisch veld in het lichaam van de werknemer geïnduceerd wordt (via snel aan- en uitschakelen van de magneten, wisselingen in het magnetisch veld, de zogenaamde gradiënt), kan gevaarlijk zijn. Verder is er nog de warmte die door het radiofrequent elektromagnetisch veld hetzij rechtstreeks in de lichaamsweefsels wordt opgewekt of onrechtstreeks als gevolg van lokale opwarming van metaalhoudende implantaten, draden, piercings,... wat eventueel tot brandwonden kan leiden. Aangezien behoorlijk wat cosmetische producten en oudere tatoeage-inkten geleidend ijzeroxide bevatten, kunnen warmte- en pijnsensaties optreden.
 
 
Overschrijding grenswaarden mogelijk
Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de sterkte van vooral het statisch magneetveld en het laagfrequente elektromagnetisch veld de blootstellingslimieten van de oorspronkelijke versie van de richtlijn konden overschrijden. Dit kan onder andere leiden tot duizeligheid, storende visuele gewaarwordingen, metaalsmaak en tintelingen - van gewoon oncomfortabel tot pijnlijk - als mogelijke biologische effecten. Medisch personeel kan zich immers bewegen in het sterke statische magnetische veld van de scanner waardoor kleine stroompjes in het lichaam worden opgewekt die aanleiding kunnen geven tot deze symptomen.
De nieuwe richtlijn zorgt ervoor dat werknemers hun taken kunnen blijven uitvoeren op voorwaarde dat extra veiligheidsmaatregelen genomen worden. De richtlijn voorziet expliciet dat de werkgever de werknemers inlicht en opleiding verschaft over de mogelijke indirecte gevolgen van blootstelling, over het mogelijk optreden van voorbijgaande symptomen en gewaarwordingen die verband houden met effecten in het centrale en perifere zenuwstelsel en over werknemers met een verhoogd risico.
 
Nieuwe indeling effecten
Geheel nieuw in deze richtlijn is dat er een onderscheid gemaakt wordt tussen directe en indirecte effecten van elektromagnetische straling. Zo rekent men tot de directe biofysische effecten zowel de thermische effecten als de niet-thermische (stimulering van spieren, zenuwen of zintuigen) en de elektrische stromen die in het lichaam kunnen ontstaan. Niet-thermische effecten kunnen immers ook schadelijk zijn voor blootgestelde werknemers. Stimulering van zintuigen kan leiden tot voorbijgaande symptomen zoals duizeligheid (via verstoring van het evenwichtsorgaan) en netvliesfosfenen (lichtgewaarwordingen door mechanische, elektrische of magnetische prikkeling van het netvlies). Indirect, kan interferentie met medische apparatuur en hulpmiddelen (pacemakers, defibrillators, cochlea- en andere implantaten, insuline- of infuuspompen, zenuwstimulatoren) een gevaar voor de veiligheid of de gezondheid opleveren. Storingen aan pacemakers kunnen bijvoorbeeld optreden bij blootstellingsniveaus die onder de actiewaarden liggen en daarom moeten daarvoor passende voorzorgs- en beschermingsmaatregelen getroffen worden.
 
Grenswaarden en actieniveaus
De richtlijn legt grenswaarden en actieniveaus vast waarbij de werkgever erop moet toezien dat de blootstelling van werknemers de grenswaarden niet overschrijdt. De grenswaarden voor blootstelling zijn gebaseerd op bewezen gezondheidseffecten en biologische gegevens. Inachtneming van deze beperkingen verzekert dat werknemers beschermd worden tegen alle bekende negatieve gevolgen van blootstelling voor de gezondheid. De actieniveaus zijn praktisch opgelegde en operationeel geformuleerde limieten waaronder de werkgever verondersteld wordt de grenswaarden voor blootstelling na te leven.
 
Nieuwe benadering
Twee nieuwe begrippen duiken op in de richtlijn: 'grenswaarden voor effecten op de gezondheid' (voorbeeld: opwarming en stimulering van zenuwen en spierweefsel) en 'grenswaarden voor effecten op de zintuigen' (voorbijgaande storingen van zintuiglijke waarnemingen en kleine wijzigingen in hersenfuncties). In de bijlagen van de richtlijn werden tabellen met de respectievelijke waarden bijgevoegd.
Anders dan in de voorgaande richtlijn mag de blootstelling van werknemers hoger zijn dan de grenswaarden indien dat door de praktijk of door het procedé wordt gerechtvaardigd op voorwaarde dat ze slechts tijdelijk overschreden worden en de grenswaarden voor blootstelling voor effecten op de gezondheid niet overschreden worden.
Nieuw is verder de verplichting van de werkgever om de risicobeoordeling en preventiemaatregelen te optimaliseren wanneer de werknemer te kennen geeft dat hij symptomen van voorbijgaande aard ervaart. Concreet mag er afgeweken worden van de grenswaarden voor blootstelling als deze verband houdt met de installatie, het testen, het gebruik, de ontwikkeling, het onderhoud van of onderzoek betreffende MRI-apparatuur. Ook voor operationele militaire omstandigheden zijn afwijkingen voorzien.
Eveneens nieuw is dat er nu een afzonderlijke risicobeoordeling moet gemaakt worden voor werknemers met een verhoogd gezondheidsrisico. Dit omvat onder andere werknemers met actieve of passieve geïmplanteerde medische hulpmiddelen en zwangere vrouwen.
 
Omzetting
De richtlijn is ondertussen omgezet in Belgische wetgeving door het KB Elektromagnetische velden.
: PreventFocus 09/2013