Arbeidsomstandigheden Europese ambtenaren gaan erop achteruit

De jongste jaren werden de ambtenaren in de Europese lidstaten geconfronteerd met verschillende structurele hervormingen. Een groot deel van deze veranderingen werd veroorzaakt door de economische en financiële crisis met vooral loonbevriezingen en –verlagingen en personeelsafvloeiingen tot gevolg. Eurofound ging na wat de gevolgen hiervan zijn op de arbeidsomstandigheden van de ambtenaren.

Rapport Eurofound

Het rapport van de Europese stichting voor de verbetering van levens- en werkomstandigheden, Eurofound, geeft een overzicht van de belangrijkste oorzaken en redenen voor de hervormingen in de ambtenarij van de Europese lidstaten en Noorwegen. Eurofound peilde ook – in de mate van het mogelijke – naar de impact van deze herstructureringen op de arbeidsomstandigheden en hoe de situatie zal evolueren.

Context

Uit de analyse blijkt dat sommige van de veranderingen die plaatsvinden in de overheidsadministratie in zowat alle Europese lidstaten te wijten zijn aan de economische en financiële crisis. Sommige hervormingen zijn al enkele tientallen jaren aan de gang. Bij deze laatste gaat het vooral om moderniseringen die de bedoeling hebben meer klantgericht, efficiënter en kwalitatiever te zijn. Hiervoor werden sommige diensten geprivatiseerd of uitbesteed aan externe bedrijven.

De hervormingen door de crisis hebben veeleer geleid tot maatregelen bedoeld om kosten te drukken. Dit heeft geleid tot een verslechtering van de werkomstandigheden. Voorbeelden van kostendrukkende maatregelen zijn:

  • vermindering van personeel door geen nieuw personeel meer aan te werven en met meer tijdelijk personeel te werken;
  • verlengen van de arbeidsduur, verminderen van mogelijkheden om vroeger op pensioen te gaan, beperkingen in verlofsystemen of meer flexibele werkuren;
  • loonstop of verminderen van de lonen.

Belangrijkste bevindingen

In Europa werken zo’n 9,7 miljoen ambtenaren (gemeentelijke ambtenaren of ambtenaren van de deelstaten niet meegerekend). Frankrijk, Italië en Groot-Brittannië tellen de meeste ambtenaren: respectievelijk 2,4 miljoen, 1,9 miljoen en 1,8 miljoen werknemers. Het aandeel openbare ambtenaren op de totale beroepsbevolking is erg verschillend per land. In de meeste landen is het aantal ambtenaren fors gedaald in de jongste vijf tot zeven jaar, voornamelijk als gevolg van de economische crisis.

In het algemeen kan men stellen dat ambtenaren betere werkomstandigheden hebben dan andere groepen werknemers. Werken in de openbare administratie wordt beschouwd als veiliger en aantrekkelijker dan werken in de privésector. Zo hebben meer werknemers regelmatige werkuren, is er een grote vakbondsafgevaardiging, zijn er meer mogelijkheden om opleidingen te volgen bij of betaald door de werkgever, worden werknemers minder blootgesteld aan fysieke risico’s, gelden er doorgaans hogere lonen en is de jobtevredenheid beter.

In enkele landen zouden ambtenaren meer werkdruk hebben, minder loon en meer blootgesteld worden aan geweld en agressie. Er zouden in deze landen ook meer ziekteverzuim zijn bij ambtenaren dan bij andere werknemers.

Impact van hervormingen: vandaag en in de toekomst
De hervormingen die werden doorgevoerd als een reactie op de economische crisis hebben geleid tot een verslechtering van de arbeidsomstandigheden in de hele publieke sector. Het gaat vooral over meer werkuren, werklast en de daarmee gepaard gaande stressniveaus. In vele gevallen gaat ook het loon naar omlaag en worden minder opleidingen gegeven.

De vooruitzichten voor de ambtenaren zijn niet gunstig. Verschillende overheden hebben hun plannen voor het personeelsbeheer. Deze zouden negatieve gevolgen hebben voor zowel de tewerkstelling van de amtenaren als voor hun werkomstandigheden in de komende jaren.

Belgische ambtenaren

Het aantal Belgische federale ambtenaren is sinds 2010 fel afgenomen. Tussen 2006 en 2009 werkten er nog ongeveer 80.000 ambtenaren. In 2012 waren dat er nog 76.200.

De hervormingen die sinds 2000 stapsgewijs werden ingevoerd zijn gebaseerd op vier pijlers:

  • een nieuwe organisatiestructuur met verticale en horizontale administraties
  • een nieuwe managementcultuur die meer gebaseerd is op prestaties en resultaten
  • een nieuw personeelsbeleid met meer marktconforme lonen en het ontwikkelen van vaardigheden
  • digitalisering van de overheidsdiensten

Dit moderniseringsproces zorgde voor verbeterde arbeidsomstandigheden. Intussen is het budget voor de modernisering echter verminderd en de focus ligt nu eerder op het verminderen van de kosten en op kosten-efficiëntie. Voor het personeelsbeleid heeft dit als gevolg dat slechts één op de drie jobverlaters vervangen wordt. Ook het belangrijkste instrument voor het ontwikkelen van vaardigheden werd on hold gezet.

Arbeidsomstandigheden van Belgische ambtenaren

Uit onderzoek van de Stichting Innovatie & Arbeid - SERV blijkt dat het aantal hoge kwaliteitsjobs in de openbare sector is gestegen (van 59,1% in 2004 tot 61,4% in 2010). De kwaliteit van een job is gebaseerd op vier factoren. Het aantal werknemers met motivatieproblemen is gedaald van 15,8% in 2004 naar 12,7% in 2010. Het aantal werknemers met een tekort aan  opleidingsmogelijkheden is gedaald van 20,8% in 2004 naar 14,8% in 2010 en de problemen met de work-life balance verminderden van 7,8% in 2004 tot 6,7% in 2010. Enkel het aandeel werknemers met werkgerelateerde stress steeg van 22,4% in 2004 tot 25,4% in 2010. De resultaten van de overheid zijn beter dan die van de privésector.

Grensoverschreidend gedrag wordt vaker gemeld bij de overheid dan in andere sectoren: geweld (11,1% tegenover 7,5% gemiddeld), pesterijen (18,5% tegenover 14,3%) en ongewenst seksueel gedrag (2,6% tegenover 3%).

De afwezigheidscijfers vertonen dezelfde trends als in de privésector. De belangrijkste redenen voor ziekteverlof zijn psychosociale problemen zoals depressie.

Wat betreft het kunnen afstemmen van de job op het privéleven, scoort de overheid ook beter dan het gemiddelde in andere sectoren. Zo hebben alle ambtenaren recht op loopbaanonderbreking of deeltijds werk, terwijl dit in de privésector vaak beperkt is tot maximum 5% van het personeelsbestand. Anderzijds wonen ambtenaren vaker verder van hun werk en pendelen ze gemiddeld dus veel langer. Er worden wel systemen voor thuiswerk uitgewerkt, al zijn sommige diensten (FOD Sociale Zekerheid) daar veel verder in geëvolueerd dan andere.

De onderzoekers benadrukken dat de besparingen zich bij de overheid pas sinds 2012 laten voelen. Het effect van besparingsmaatregelen zoals minder personeel en langere werkuren, is daarom nog niet gekend.

 

Bron: Eurofound, Working conditions in central public administration

 

: PreventFocus 2013/9