Hulp voor de eerstehulpverleners in bedrijven

Interview met Guy Pelsmakers, psycholoog gespecialiseerd in slachtofferhulp over de ondersteuning van hulpverleners die iemand hebben moeten helpen op de werkvloer.
Onderwerpen:
©:

preventFocus 10/2011

Geactualiseerd op:

Waarom voelen eerstehulpverleners zich volgens u vaak emotioneel uitgeput na een op interventie?
Er rusten veel verantwoordelijkheden op de schouders van de eerstehulpverleners tijdens een interventie in een bedrijf. Het volstaat al te kijken na hoe het begrip ‘eerste hulp’ gedefinieerd wordt in de wetgeving: “het geheel van noodzakelijke handelingen die er op gericht zijn de gevolgen van een ongeval of een traumatische of niet-traumatische aandoening te beperken en er voor te zorgen dat de letsels niet erger worden, in afwachting van, indien nodig, gespecialiseerde hulp” (Codex, art. I.4-1 8°). Het is ook een erg veeleisende taak. Kijk naar de basisvaardigheden, ook wettelijk vastgelegd, die een eerstehulpverlener moet verwerven tijdens zijn opleiding om in geval van nood doortastend te kunnen optreden: de toestand en omstandigheden correct analyseren en alarm slaan, eerste hulp bieden en comfortzorgen in afwachting van de evacuatie, de vitale functies van het slachtoffer ondersteunen, de symptomen van een ernstige aandoening herkennen,…  Ik ben onder de indruk! Ik zou dit eerder verwachten van een dokter of van verplegend personeel die verschillende jaren gestudeerd hebben, maar niet van iemand die slechts 15 uur opleiding heeft gekregen…
Zelfs wanneer een interventie goed verloopt, brengt ze heel wat stress met zich mee. Geconfronteerd worden met iemand die mogelijk gaat sterven en moeten helpen is niet niks. Des te meer omdat men ook met de regelmaat van de klok verkondigt dat de eerste drie minuten van een interventie cruciaal zijn.
Indien, ondanks de interventie, de gevolgen voor het slachtoffer ernstig of fataal zijn, dan zal je je veel vragen stellen en de vragen van de collega’s zullen zwaar wegen. Zoals elke persoon die geconfronteerd wordt met een uitzonderlijke situatie, moeten hulpverleners na hun tussenkomst hun emoties, de vragen, de twijfels die de traumatische ervaring heeft veroorzaakt, de baas kunnen. Sommige hulpverleners zullen snel emotioneel hersteld zijn, voor anderen duurt dit wat langer zélfs wanneer de gevolgen van hun interventie positief waren. In dit geval, kan zich post-traumatische stress ontwikkelen (de hulpverlener kan beelden van de wonden terugzien, nachtmerries hebben waarin de interventie fataal afloop, zelfs al was dit niet het geval,…) en het wordt steeds moeilijker om hier van af te geraken.
En ik heb het hier enkel over hulpverleners die actief zijn in bedrijven die niet blootgesteld zijn aan speciale risico’s. In bedrijven met een groot risico op arbeidsongevallen kan nog vaker een beroep gedaan worden op de eerstehulpverlener en kunnen ze blootgesteld zijn aan situaties of verantwoordelijkheden die nog zwaarder zijn om te dragen. 

Verplicht de wetgeving dan geen psychologische steun om te leren omgaan met stress na een interventie?
De wetgeving voorziet psychologische steun voor eerstehulpverleners die werden geconfronteerd met uitzonderlijke situaties in het kader van de risicoanalyse betreffende de psychosociale last veroorzaakt door het werk. De Federale overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg heeft in haar brochure ‘Eerste hulp op het werk’ de noodzaak benadrukt om post-traumatische problemen te voorkomen bij eerstehulpverleners die geconfronteerd werden met erg stressvolle gebeurtenissen. Maar in de praktijk is in de meeste bedrijven niets voorzien om de eerstehulpverleners te helpen de stress te bestrijden die vaak hoog kan oplopen tijdens een interventie.

Kan men geen eerstehulpverleners kiezen die al van bij het begin psychologisch beter gewapend zijn? De psychologische selectie is inderdaad een mogelijkheid die we niet uit het oog mogen verliezen. Er bestaan test die het weerstand tegen stress en burn-out kunnen inschatten. Ze tonen aan welke strategie iemand gebruikt om een stressvolle situatie aan te pakken. Ze maken het mogelijk om de zwakke plekken van een individu te detecteren in zijn reacties op stress. De stressbestendigheid maakt bovendien deel uit van de lijst van kwaliteiten waarover een eerstehulpverlener volgens de FOD WASO moet beschikken (zie kader).

Kwaliteiten van een hulpverlener 
- snel kunnen interveniëren en in staat zijn om in een noodsituatie een beslissing te nemen;
- zich makkelijk aan een veranderende situatie en onvoorziene omstandigheden kunnen aanpassen;
- stressbestendig zijn;
- correct kunnen analyseren van een situatie;
- vlot communiceren en een vertrouwensrelatie kunnen uitbouwen.
Brochure ‘Eerste hulp op het werk’, FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal overleg, maart 2011, p. 24


In de praktijk, gebeurt de psychologische selectie van kandidaat-hulpverleners, die vrijwilligers zijn, eerder willekeurig. De enige selectiecriteria die vaak worden gebruikt zijn in de eerste plaats het akkoord van de hiërarchische lijn en het gedrag van de hulpverlener tijdens de opleiding. Het gebrek aan kandidaturen maakt de situatie er niet beter op. Aangezien bedrijven vaak een tekort hebben aan vrijwillige kandidaten, zijn ze niet kieskeurig en kennen ze de mensen die de opleiding al gehad hebben de rol van eerstehulpverlener toe. Nochtans is het niet omdat deze mensen aan het begin van hun engagement als eerstehulpverlener erg gemotiveerd waren, dat ze dat blijven gedurende heel hun carrière. Om iemand anders te kunnen helpen, moet je je zelf goed in je vel voelen. Maar de inzetbaarheid van de eerstehulpverleners wordt niet geëvalueerd, er wordt nooit een balans opgemaakt. Wat als deze personen zich in een moeilijke levensfase bevinden en een bijkomende emotionele gebeurtenis hen heel zwaar verstoort? Op welke steun kunnen zij rekenen?

Wat stelt u voor om de psychologische ondersteuning na een interventie te verbeteren?
Ik stel voor om niet enkel psychologische steun ter beschikking te stellen na een interventie om ook daarbuiten. Laten we beginnen met ‘na de interventie’. Deze psychologische hulp maakt het mogelijk om te anticiperen op de psychologische nood die het gevolg kan zijn van de interventie. Volgens mij is het zeker verdienstelijk om een beroep te doen op slachtofferhulp, maak in het algemeen komt deze hulp te laat, wanneer het probleem zich al voordoet en de post-traumatische stress zich al ontwikkeld heeft. Om de ontwikkeling van post-traumatische stress te voorkomen, moet men hulpverleners opleiden om in dialoog te gaan met collega’s en elkaar psychologisch te steunen. De vorm van ondersteuning die ik voorstel, noemt men ‘peer support’.
Onderzoeken bij slachtoffers van een uitzonderlijke situatie op het werk hebben aangetoond dat ‘peer support’ de meest geliefde vorm van steun en hulp was voor de erkenning van de leidinggevenden en de steun van de familie. De hulp geboden door artsen of psychologen kwam pas op de vierde plaats. Deze vorm van psychologische steun of begeleiding moet systematisch voorgesteld worden aan de hulpverleners na elke interventie. Daarbij moet men zich niet blindstaren op de zogezegde ernst van het beleefde incident. We hebben vastgesteld – en dit is normaal – dat een opeenstapeling van ‘milde’ interventies ook sporen en letsels kan nalaten.
Deze psychologische ondersteuning moet gebeuren door een of verschillende personen die hiervoor werden opgeleid. Dit kan de hulpverlener geruststellen aangezien hij de zekerheid heeft om nooit alleen te staan met zijn probleem. “Mijn collega’s eerstehulpverleners hebben (of zouden kunnen) een gelijkaardige situatie meegemaakt als waar mee ik geconfronteerd ben”. Hij zou dan pas in de tweede plaats een beroep doen op een psycholoog en alleen als dit nodig blijkt.
Zowel de hulpverlener als zijn werkgever kunnen hun voordeel halen uit deze vorm van ondersteuning: de hulpverlener weet al, al voor een interventie, dat hij kan rekenen op zijn collega’s, wat er ook gebeurt en de leidinggevende heeft gemotiveerde eerstehulpverleners, die niet meer de nood hebben om lang of minder lang afwezig te zijn om de batterijen weer op te laden. 

U zei ook dat men rekening moet houden met psychologische ondersteuning buiten de interventies om. Aan wat denkt u dan? Om de eerstehulpverleners te motiveren en om hen op hun post te houden, moet men, binnen de onderneming, solidariteit tussen de verschillende hulpverleners creëren en onderhouden. Het regelmatig organiseren van psychologische controlegroepen voor eerstehulpverleners geeft hen de mogelijkheid om te vertellen over hun belevenissen en hun motivatie, zelfs indien ze geen noodsituatie hebben meegemaakt.
Indien men er – terecht – van uitgaat dat eerstehulpverleners vrijwilligers zijn, moet men er voor zorgen dat het dat ook blijft. Gebeurtenissen of periodes in het leven kunnen een persoon op bepaalde momenten verzwakken. Het moet dus mogelijk zijn zonder verantwoording te moeten afleggen afstand te doen van de post of zich even terug te trekken. Een andere mogelijkheid om zich uit te drukken kan geleverd worden door de vertrouwenspersoon in het bedrijf. Zij zijn opgeleid om te luisteren naar mensen en kunnen evalueren of hulp nodig is en een antwoord bieden zonder te oordelen en in alle vertrouwelijkheid. 

Wat zou de inhoud zijn van de bijkomende psychologische opleiding die u voorstelt?
Deze opleiding komt bovenop de broodnodige technische opleiding van de eerstehulpverleners, zoals deze nu wettelijk is vastgelegd. De opleiding zou verschillende doelen hebben: de motivatie van de hulpverlener verduidelijken, hem leren om de stress te beheersen die opgewekt wordt door de interventies (tijdens en na) door hem uit te leggen wat de normale symptomen zijn die kunnen optreden tijdens een interventie, hem te motiveren om te praten over wat hij voelt maar hem ook aanleren om collega-hulpverleners te helpen na een interventie.
Deze opleiding hoeft niet lang te duren: volgens mijn ervaring kan men op een halve dag een groep van 8 tot 10 hulpverleners opleiden.

Upgrade jouw abonnement

Deze tekst is momenteel niet toegankelijk binnen jouw abonnementsformule. 
Ontdek onze verschillende formules.