Risicoanalyse bij gevaarlijke producten: ervaringen op het terrein

Het risicobeheer bij het gebruik van chemische stoffen op het werk blijft een weinig bekend domein inzake preventie. Heel wat preventieadviseurs houden bij hun risicoanalyse alleen rekening met de gevaren van de producten die het bedrijf gebruikt worden, zonder zich echt te verdiepen in de gebruiksomstandigheden. Bovendien zijn de genomen preventiemaatregelen vaak van het type “persoonlijke bescherming”. Een verbetering van de risico-evaluatie is echter noodzakelijk. We zetten hieronder uiteen hoe de procedure zou moeten verlopen.
Sylvie Boodts, preventieadviseur arbeidshygiëne

Wettelijke verplichtingen
Elke werkgever van een bedrijf waar chemische producten worden vervaardigd of gebruikt, moet zich houden aan het Koninklijk Besluit van 11 maart 2002 (BS van 14 maart 2002, Codex, Titel V, hoofdstuk I) betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers tegen de risico's van chemische agentia op het werk. In het kader van de toepassing van haar preventiebeleid moet de onderneming overgaan tot een evaluatie van alle aanwezige risico’s, met inbegrip van de risico’s verbonden aan het gebruik van chemische stoffen.

Evaluatie van de chemische risico’s voor de gezondheid van de werknemers
Ongeacht de aard van de uit te voeren risico-evaluatie, moet het proces altijd beginnen bij de vaststelling van de gevaren. Indien in deze cruciale fase immers wordt aangetoond dat er geen gevaren zijn op het werk, zal de evaluatie van de veroorzaakte risico’s beperkt blijven tot zijn meest simpele vorm. De evaluatie van de chemische risico’s voor de gezondheid maakt geen uitzondering op deze regel.

De eerste fase bestaat dus uit de identificatie van de gevaren. Daartoe wordt een inventaris opgemaakt (bv. een Excel-tabel) van de chemische stoffen die worden gebruikt in de onderneming of de werkplaats, en dit met de grootste zorg, want hij zal dienen als basis voor de evaluatie. Hierin moeten diverse elementen worden opgenomen: de naam van elk product, de gevaarsymbolen en de risicozinnen, de grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling en de laatste datum van revisie van het veiligheidsinformatieblad (zie tabel 1).

Tabel 1: Elementen van de basisinventaris
ElementenAandachtspunten
Exacte naam van elk productnaam van het product zoals het bekend staat in de handel
Specifieke benamingeventueel de benaming waaronder hetzelfde product bekend is binnen het bedrijf
Veiligheidsinformatieblad (of Material Safety Data Sheet - MSDS) - aan te vragen aan de leverancier
- recent (maximum 3 jaar oud)
- vermelding van laatste revisiedatum
Gevaarsymbolen - terug te vinden in sectie XV van het veiligheidsinformatieblad: wettelijke bepalingen
Risicozinnen terug te vinden in sectie XV van het veiligheidsinformatieblad: wettelijke bepalingen
Beroepsmatige blootstellingsgrenzenterug te vinden in sectie VIII van het veiligheidsinformatieblad: controle van de blootstelling/persoonlijke bescherming

Rekening houdend met het grote aantal potentieel gevaarlijke chemische stoffen in een bedrijf of werkplaats, is het aangewezen evaluatieprioriteiten te bepalen: dit is de tweede fase. Het gezond verstand noopt tot een prioritaire evaluatie van de activiteiten met de gevaarlijkste of meest gebruikte producten, of de producten waarvan aanzienlijke hoeveelheden worden gebruikt. Voor een correcte uitvoering is een combinatie van deze 3 criteria (zie tabel 2) aanbevolen, zo wordt het potentiële risico van elke chemische stof bepaald en de onderzoeksprioriteiten vastgelegd.

Tabel 2: Drie evaluatiecriteria
AandachtspuntenSchaal
Gevaarklasse- gevaarsymbolen
- R-zinnen
- blootstellingsgrenzen
- enz.
van 1 (geen enkel gevaar) tot 5 (aanzienlijk gevaar)
Hoeveelheidsklasse- bepaling van het tijdsprofiel (maand, jaar,…)
- percentage hoeveelheid agens in verhouding tot hoeveelheid meest gebruikte agens (Qi / Qmax)
van 1 (<1%) tot 5 (>33%), in functie van het verkregen percentage
Frequentieklasse- frequentie volgens reeds bepaald tijdsprofielvan 1 (occasioneel) tot 4 (permanent).
(volgens de INRS-methode, zie kader)

In Frankrijk ontwikkelde het Institut national de recherche et de sécurité (INRS) een hulpmiddel (1) aangepast aan de bepaling van deze prioriteiten. Voor de toepassing hiervan volstaat het de reeds opgemaakte inventaris aan te vullen met twee belangrijke gegevens voor elk product: de gebruikte hoeveelheden en de gebruiksfrequenties, nadat men vooraf zorgvuldig een tijdsprofiel heeft bepaald (jaarlijks, maandelijks, wekelijks, enz.). De tool van het INRS heeft als doel het potentiële blootstellingsniveau te bepalen door middel van een combinatie van de hoeveelheidsklasse en de frequentieklasse, om vervolgens het potentiële risiconiveau te bepalen via een combinatie van het potentiële blootstellingsniveau en de gevaarklasse (zie tabel 2).

Na verloop van dit vaak moeizame proces tekenen zich de onderzoeksprioriteiten af. De analyse van de activiteiten waarbij chemische stoffen met hoge potentiële risico’s worden gebruikt, gaat vanzelfsprekend vooraf aan de analyse van de activiteiten waarbij producten betrokken zijn met een lager potentieel risico.

Evaluatie volgens de verschillende toegangswegen
Er wordt een evaluatie uitgevoerd voor elke activiteit waarbij de chemische stoffen worden gebruikt, waarbij telkens rekening wordt gehouden met de verschillende toegangswegen van het product in het organisme. Het product kan immers in contact komen met het organisme via het spijsverteringssysteem, via het ademhalingssysteem, via contact met de huid of via contact met de ogen.

De ademhalingswegen zijn de belangrijkste toegangsweg bovendien het moeilijkst correct in te schatten is. Daarom adviseert men vaak een beroep te doen op deskundigen (preventieadviseur, arbeidsgeneesheer, industrieel hygiënist,…) die zo nodig atmosferische metingen uitvoeren.
Andere risico’s zoals het contact van producten met de huid of met de ogen zijn meestal makkelijker in te schatten. Andere risico’s, zoals het accidenteel inslikken (2) van producten, kunnen worden beperkt door een goede hygiëne (bv. niet eten in de werkplaatsen, geen chemische producten overgieten in houders van eetwaren, enz.).

Ongeacht de toegangsweg van het product, is het van belang goed op de hoogte te zijn van de activiteiten en deze te analyseren volgens:
§ het niveau, het type en de duur van de blootstelling;
§ de omstandigheden en de belasting verbonden aan het werk;
§ het effect van eventueel reeds genomen collectieve preventiemaatregelen.

Een aandachtige observatie van de activiteiten is dus noodzakelijk met het oog op een zo correct mogelijke evaluatie van de risico’s. Tijdens deze observatie worden de verschillende uitgevoerde taken, hun duur, frequentie en de betrokken chemische stoffen geïnventariseerd. Gedurende heel het proces is het van fundamenteel belang de desbetreffende werknemers te betrekken bij de risicoanalyse, zodat men hun ervaring op het terrein kan benutten.

Toekenning van een “risicogewicht”
Voor een correcte evaluatie van het risico veroorzaakt door het gebruik van gevaarlijke producten moeten we diverse criteria in overweging nemen en aan elk hiervan een “risicogewicht” toekennen. Via deze term definiëren we de bijdrage (het gewicht) van elk van de vermelde criteria in het uiteindelijke risico. Via bepaalde methodes kan deze bijdrage in cijfers worden uitgedrukt. Het volstaat dus de verschillende bijdragen te vermenigvuldigen om uit te komen bij het totale risiconiveau. Dit gebeurt bijvoorbeeld door de methode van het INRS of door de Kinney-methode. Andere methodes gebruiken voor elk criterium een code van het type “High, Medium, Low”. Het risiconiveau, als resultaat van de combinatie van de bijdragen van elk criterium, wordt dus bepaald op basis van beslissingsroosters.

Tabel 3: Evaluatie van de risico’s volgens toegangsweg
Relevante criteriaAandachtspunten voor de bepaling van het risiconiveau
Evaluatie van het risico via inademing
Gevaar van het productop basis van de R-zinnen en grenswaarden
Vluchtigheidvastin functie van het type stofdeeltjes door de activiteit verwekt:
- lage vluchtigheid: product in korrelvorm;
- hoge vluchtigheid: fijne deeltjes (blijven gemakkelijker in suspensie in de lucht).
vloeibaarin functie van de kooktemperatuur van het product en de temperatuur waarop het wordt gebruikt:
- lage vluchtigheid: bv. een vloeistof waarvan de kooktemperatuur 150°C is, die wordt gebruikt op kamertemperatuur;
- hoge vluchtigheid: bv. een vloeistof waarvan de kooktemperatuur 20°C is, die wordt gebruikt op kamertemperatuur.
gasvormig“risicogewicht” altijd hoog
Gebruikte hoeveelhedenrisiconiveau stijgt met de gebruikte hoeveelheid
Gebruiksfrequentierisiconiveau stijgt met de gebruiksfrequentie
Gebruiksomstandigheden - type procedé (verdamping van vloeistoffen, vorming van stofdeeltjes (slijpen, ledigen van zakken met poeder,…)
- gebruik van collectieve beschermingen (ventilatie, lokale afzuigsystemen,…)
- persoonlijke beschermingsmiddelen (maskers,...)
Gebruikt procedé- laag “risicogewicht”: bv. reactoren met gesloten systeem
- hoog “risicogewicht”: bv. reactoren type batch
Evaluatie van het risico via huidcontact
Gevaar van het productop basis van de R-zinnen en de grenswaarden
Blootgestelde oppervlakterisiconiveau stijgt met de blootgestelde huidoppervlakte
Gebruiksfrequentierisiconiveau stijgt met de gebruiksfrequentie
Evaluatie van het risico via oogcontact
Gevaar van het productR34, 35, 36 en 41: hoog tot zeer hoog “risicogewicht”
Fysische vorm - laag “risicogewicht”: vaste vorm
- hoog “risicogewicht”: fijne stofdeeltjes en gassen
Gebruiksomstandighedentype risicoprocedé: bv. vloeistoffen onder druk, systemen die mogelijk spatten veroorzaken,…

Beheer van de geëvalueerde risico’s
Na de risicoanalyse zijn we natuurlijk nog niet klaar: nu is het moment gekomen om de gepaste preventiemaatregelen te kiezen en ze toe te passen op het terrein. Net zoals bij elk risico is het hoofddoel het risico uit te schakelen of toch minstens tot het minimum te beperken. Vandaar de mogelijkheid om de chemische stof(fen) te vervangen aan de bron van het risico (zie kadertekst). Wanneer echter de aard van de activiteit het niet mogelijk maakt de risico’s uit te schakelen door vervanging, doet men het nodige om de risico’s te beperken door de toepassing van technische maatregelen volgens orde van belang (ontwerp van procedés die erop gericht zijn het contact van de werknemers met de gevaarlijke chemische stoffen tot het minimum te beperken), collectieve preventiemaatregelen (adequate afzuigsystemen, aangepaste organisatorische maatregelen, enz.) en ten slotte persoonlijke beschermingsmiddelen indien de blootstelling aan de chemische stoffen niet kon worden verhinderd door voorgaande maatregelen.

Vervanging van de gevaarlijkste chemische agentia: website van Afsset
Voor alle bedrijfsleiders en actoren op het preventieterrein (preventieadviseurs, hygiënisten, arbeidsgeneesheren,...) die de gevaarlijke chemische stoffen in hun bedrijf willen vervangen, is er nu een website. Deze site wordt ondersteund door het Franse ministerie van Arbeid en wordt volledig beheerd en onderhouden door het Afsset (Agence française de sécurité sanitaire de l'environnement et du travail). Hij bevat heel wat informatie: definitie en principes van de vervanging, definities van carcinogene, mutagene en reprotoxische chemische stoffen (CMR), gegevens over het gebruik, de voorschriften, de rol van het Afsset (vorderingen van het onderzoek inzake de vervanging van de CMR), evenementen, samenwerking, enquêtes, nuttige links, enz.
http://www.enjeux-cmr.fr/
Natuurlijk moeten al deze maatregelen vergezeld gaan van de nodige interne communicatie: de werknemers ontvangen de informatie met betrekking tot de chemische stoffen die aanwezig zijn op de werkplaatsen (risico’s en preventiemaatregelen). Daarenboven wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de maatregelen die moeten worden genomen bij een incident, een ongeval of een noodgeval waarbij gevaarlijke chemische producten betrokken zijn. Er moeten procedures worden uitgewerkt zodat men weet hoe op gepaste wijze te reageren in geval van een dergelijke gebeurtenis. Deze procedures moeten bovendien regelmatig in de praktijk worden uitgetest.

Besluit
Zoals dit artikel aangeeft, zijn er tal van factoren die een invloed hebben op de blootstelling aan chemische stoffen. Elke factor moet in zekere mate in overweging worden genomen, met het oog op een kwalitatieve analyse van de blootstelling van de werkplek. Door het naast elkaar leggen van deze factoren krijgen we bovendien een belangrijk hulpmiddel bij het bepalen van de meest gepaste oplossing op het terrein.

(1) De brochure, getiteld "Méthodologie d'évaluation simplifiée du risque chimique: un outil d'aide à la décision" (ND2233), werd uitgewerkt door het INRS in samenwerking met het Centre National de Protection et de Prévention (CNPP). Deze methode werd door de preventiediensten toegepast in een aantal ondernemingen van diverse sectoren. De hierbij verkregen resultaten stroken met de adviezen van de deskundigen. De brochure kan worden gratis gedownload op de website van het INRS: http://www.inrs.fr

(2) Het inslikken wordt in het industriëlemilieu niet beschouwd als een belangrijk risico. Dit verklaart waarom deze toegangsweg meestal geen deel uitmaakt van de risico-evaluatie.

Andere praktische hulpmiddelen:
SOBANE strategie - gevaarlijke chemische producten
De SOBANE strategie voor het beheer van beroepsgebonden risico’s, ontwikkeld door de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, is een hulpmiddel voor het opzetten van een dynamisch en doeltreffend risicobeheer. De strategie bestaat uit 4 interventieniveaus: opsporing (screening), observatie, analyse en expertise.
De strategie laat toe om via een gestructureerde methode de nodige middelen en competenties aan te wenden volgens de complexiteit van de ondervonden problemen.

Een vijftiental hulpmiddelen over verschillende risio’s, waaronder de risico’s in verband met chemische producten, zijn momenteel beschikbaar op de website van SOBANE.
http://www.sobane.be
ToxPro
De website ToxPro wordt gesubsidieerd door het Fonds voor Beroepsziekten. Een aantal universiteiten (UCL, VUB en ULG) verleenden hun medewerking aan de realisatie van de site. De website geeft informatie op twee niveaus, "algemeen" en "expert". De zeer uitgebreide informatie gaat o.a. over wetgeving, biologische monitoring, monitoring van genetische effecten, chemische risico’s volgens beroepsgroep, blootstellingslimieten, methodes voor het beheer van chemische risico’s in de bedrijfswereld en een link naar de website van REGETOX 2000 (REseau de GEstion des risques TOXicologiques pour la protection des travailleurs).
http://www.toxpro.be
: PreventFocus 8/2008