Slipweerstand van vloeren beïnvloeden

De slipweerstand van vloeren is afhankelijk van vele factoren: de oppervlakteruwheid, de slijtage, de vervuiling, het onderhoud van de vloer,… Het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) deed onderzoek naar wat precies de slipweerstand van een vloer kan beïnvloeden.

WTCB
Het Wetenschappelijk en Technisch Centrum van het Bouwbedrijf (WTCB) werd opgericht in 1960 onder impuls van de beroepsorganisatie. Met de oprichting van het WTCB werd tegemoetgekomen aan de besluitwet ‘De Groote’ van 1947 waarmee de toenmalige minister van Economische Zaken De Groote het toegepast onderzoek in de industrie wenste te bevorderen om zo het concurrentievermogen te verhogen.
Het WTCB telt 80.000 statutaire leden. Dit zijn alle Belgische bouwondernemingen (algemene aannemers, schrijnwerkers, glazenmakers, loodgieters, dakdekkers, vloerders, stukadoors, schilders,…) en merendeels kmo’s.
Het WTCB doet wetenschappelijk en technisch onderzoek en het geeft technische voorlichting, bijstand en advies aan zijn leden. Het centrum wil ook bijdragen tot de algemene innovatie en ontwikkeling in de bouwsector door onder andere onderzoek te doen op vraag van de industrie en de overheid.
 
Testen slipweerstand van vloeren
In het laboratorium ‘Ruwbouw- en afwerkingsmaterialen’ van het WTCB wordt de slipweerstand van vloeren gemeten met de SRT-slinger (Skid Resistance Tester). Deze test werd ontwikkeld door het British Transport Research Laboratory en houdt in dat een slinger, met aan het uiteinde een ‘schoentje’ met een rubberen zool, over een testoppervlak wordt geslingerd. Afhankelijk van de slipweerstand gaat de slinger meer of minder afgeremd worden en dus niet meer zijn maximale hoogte bereiken. Het hoogteverlies wordt afgelezen op een schaal, die zo de SRT-waarde oplevert (zie tabel 1).
Een tweede methode die gebruikt wordt door het WTCB is het bepalen van de dynamische wrijvingscoëfficiënt met een FSC2000-toestel (Floor Slide Control). Dit toestel bestaat uit een wagentje dat een ‘schoen’, bekleed met een zooltje, over de vloerbedekking sleept. De waarde die afgelezen wordt, de wrijvingscoëfficiënt, zegt iets over de slipweerstand van de vloer (zie tabel 2).
 
Tabel 1: SRT-waarde en daaraan gekoppelde beoordeling over slipweerstand
SRT-waarde
Beoordeling
< 25
hoog sliprisico
tussen 25 en 35
matig sliprisico
tussen 35 en 65
laag sliprisico
> 65
zeer laag sliprisico
 
Tabel 2: Wrijvingscoëfficiënt en daaraan gekoppelde beoordeling over slipweerstand
Wrijvingscoëfficiënt
Beoordeling
< 0,21
zeer onzeker
tussen 0,22 en 0,29
onzeker
tussen 0,30 en 0,42
gematigd zeker
tussen 0,43 en 0,63
zeker
> 0,64
zeer zeker
 
Onder andere aan de hand van deze twee meetmethoden ging het WTCB na wat de belangrijkste factoren zijn die de slipweerstand van een vloer beïnvloeden.
 
Ruwheid van het vloeroppervlak
De ruwheid van het vloeroppervlak is erg belangrijk voor de slipweerstand. Hoe ruwer het oppervlak, hoe groter de slipweerstand. Er bestaan dan ook verschillende methoden die de slipeigenschappen van een vloer proberen te verbeteren door de ruwheid te verhogen. Dit kan onder andere door mechanische behandelingen zoals zandstralen. Deze methoden kunnen het uitzicht van de vloer echter drastisch veranderen. Andere, subtielere, methoden zijn een microgravering door lasers of een chemische behandeling op basis van zuren, afhankelijk van het type vloerbedekking.
“Wat betreft slipweerstand is het altijd zoeken naar een compromis. Een vloer moet immers vaak ook goed te reinigen zijn”, zegt Tinne Vangheel, projectleider van het van het laboratorium ‘Ruwbouw- en afwerkingsmaterialen’. “Te gladde afwerkingen geven een verhoogd risico op uitglijden, met mogelijke serieuze verwondingen, maar (te) ruwe oppervlakken geven dan weer aanleiding tot een ander type verwonding bij valpartijen, zoals schaafwonden.”
 
Verdringingsruimte
Ook belangrijk voor de slipweerstand is de zogenaamde verdringingsruimte. Dit is de hoeveelheid materiaal (vuil, olie, water,…) die op een vloeroppervlak kan aangebracht worden zonder de toppen van de profileringen te bedekken. Dit wordt uitgedrukt in cm3/dm2. Afhankelijk van de verdringingsruimte kan een tegel in een bepaalde verdringingsklasse worden ondergebracht (zie tabel 3).
Het voordeel van tegels met een grote verdringingsruimte is dat ze erg vuil kunnen worden alvorens de slipweerstand wordt aangetast. Zulke tegels zijn echter door hun grote oneffenheden ook moeilijk schoon te maken en daarom minder geschikt voor ruimten waarin hygiëne erg belangrijk is (bv. voedselverwerkende industrie).
 
Tabel 3: Verdringingsklasse en aanbevolen toepassingen in de praktijk
Klasse
Verdringingsruimte
Voorbeelden van toepassingen
V4
> 4 cm3/dm2
keuken voor snackbars, grootkeukens, autowasruimten,…
V6
> 6 cm3/dm2
ruimten voor het inblikken van groenten,…
V8
> 8 cm3/dm2
vleesverwerking in winkels en slachthuizen,…
V10
> 10 cm3/dm2
slachtruimten, visverwerking,…
 
Afwerkingsgraad van een vloertegel
De afwerkingsgraad van een vloertegel heeft ook een invloed op de slipweerstand. Hoe meer een vloer gepolijst wordt, hoe kleiner de slipweerstand wordt. Al hangt dit ook af van de structuur van het materiaal. Het WTCB testte immers een vloer uit Belgische blauwe hardsteen (fijnkorrelig) en een vloer van Rustenburg gabbro (grofkorrelig). De grofkorrelige vloer werd zelfs in de meest gepolijste afwerking nog als ‘gematigd zeker’ omschreven, terwijl de fijnkorrelige blauwe hardsteen in gepolijste afwerking als ‘onzeker’ tot ‘zeer onzeker’ werd geclassificeerd.
 
Slijtage
Vloeren die oorspronkelijk redelijk ruw waren, kunnen door slijtage erg glad worden. Die slijtage kan te wijten zijn aan een combinatie van de beloping en (fijn) stof. Of een vloer gladder wordt door slijtage hangt sterk af van de omgevingsfactoren: aan de kust zijn vloeren na verloop van tijd meestal minder glad dan in streken met een leemachtige bodem. De grove zandkorrels aan de kust zorgen immers eerder voor een krassende afslijting. De fijne korrels van het leem zorgen ervoor dat oppervlakken eerder gepolijst dan gekrast worden.
 
Oppervlaktebehandelingen en slipweerstand
Sommige vloeren moeten behandeld worden om ze bijvoorbeeld waterafstotend te maken. Het WTCB ging na welke invloed de meest courante behandelingsmiddelen hebben op de slipweerstand van een vloerbekleding.
Uit de resultaten blijkt dat impregnatiemiddelen en poriënvullers, die onder andere gebruikt worden om de absorptie van de vloer te verminderen en ze waterafstotend te maken, in principe volledig in de poriën dringen en nauwelijks materiaal op de tegel achterlaten. Het gevolg is dat deze middelen een verwaarloosbaar effect hebben op de slipweerstand van vloeren. Impregnerende middelen die ook waterafstotend zijn, hebben zelfs een positieve invloed op de slipweerstand. Het water kan immers gemakkelijker afvloeien, waardoor de vloer in natte omstandigheden slipvaster wordt.
Om vloeren tegen slijtage te beschermen, wordt soms een film aangebracht. Deze moeten regelmatig vervangen of onderhouden worden. Uit het onderzoek blijkt dat een filmvormende behandeling belangrijke gevolgen kan hebben voor de slipweerstand. In droge omstandigheden blijkt de slipweerstand licht te verminderen. Wanneer de vloer nat is, kan de slipweerstand zelfs met de helft afnemen. Vooral bij tegels met een licht oneffen oppervlak en gezoete tegels van natuursteen (zoeten is een fase van het schuurproces met een zeer fijne schuurschijf) neemt de slipweerstand af na een filmvormende behandeling. Bij tegels met een zeer oneffen oppervlak heeft de film weinig invloed op de slipweerstand.
Vloeren die behandeld worden met een kristallisatievloeistof (marmer en kalksteen) worden meestal ook gladder. Omdat het kristalliseren meestal gebeurt op een gepolijste ondergrond, die toch al glad is in natte omstandigheden, is de verslechtering van de slipweerstand echter niet meer bepalend. De toepassing van een kristallisatiebehandeling op een gezoet oppervlak, heeft wel grote gevolgen: de relatief grote ruwheid van een gezoete tegel wordt volledig tenietgedaan door de behandeling.
 
Slipweerstand vloer is niet alles
Metingen van de slipweerstand moeten met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden. Een vloer die veilig is voor een bepaald soort zoolmateriaal is dat niet noodzakelijk voor een ander materiaal. Labometingen geven ook niet altijd de werkelijkheid weer (zie artikel Testresultaten slipweerstand schoeisel en vloeren niet altijd correct). “Bovendien bestaan er heel veel verschillende testmethoden om de slipweerstand van vloeren te meten. Op Europees niveau wilde men graag één gestandaardiseerde test naar voren schuiven, maar dit is (voorlopig) nog niet aan de orde”, zegt Tinne Vangheel van het WTCB. “Er is ook geen enkele norm die verplicht wat de minimale slipweerstand moet zijn in een bepaalde locatie. Het WTCB doet wel aanbevelingen op basis van de tests, maar een bouwheer is daarom niet verplicht om de vloerbedekking met de beste slipweerstand te gebruiken.”
Stefan Danschutter, projectleider in het labo Duurzame Ontwikkeling, wijst er ook op dat een goede slipweerstand niet de enige remedie is tegen uitglijden en struikelen. “Om valpartijen te voorkomen is het ook belangrijk dat treden en trappen op logische plaatsen staan. Net voor een toegangsdeur zal men vlugger een trede of niveauverschil verwachten, terwijl een niveauverschil op enkele meters voor of na een deur al veel minder wordt opgemerkt.” Daarnaast is ook een goede verlichting en het gebruik van contrasten erg belangrijk bij de preventie van valpartijen. “Vanuit toegankelijkheid dienen treden en niveauverschillen groter dan 2 cm uiteraard te worden vermeden, men spreekt dan over laagdrempelig of drempelloos bouwen.”
Een andere eenvoudige technische maatregel die valpartijen kan helpen vermijden, is het voorzien van een afdak boven een vloer die nat kan worden door regen.
 
Bron: De slipweerstand van vloeren, WTCB tijdschrift
: PreventFocus 09/2013