EU-richtlijnen veiligheid en gezondheid op het werk: evaluatie

De bescherming van veiligheid en gezondheid op het werk is in Europa geregeld door de kaderrichtlijn en de daarbij aansluitende bijzondere richtlijnen. In het kader van het Refit-programma is deze regelgeving geëvalueerd om na te gaan hoe de regelgeving is omgezet en in welke mate ze relevant, efficiënt en effectief is. Het evaluatierapport treedt volmondig de relevantie bij van deze regelgeving. Op het vlak van efficiëntie en effectiviteit is het moeilijker om eenduidige conclusies te trekken.

Omzetting van de richtlijnen
De Europese richtlijnen moeten door de EU-lidstaten omgezet worden in nationale regelgeving (overzicht op de pagina omzetting richtlijnen in Belgische wetgeving). Het evaluatierapport geeft aan dat deze omzetting door de lidstaten goed is opgevolgd, al zijn er verschillen te noteren tussen de landen. De meeste landen hebben er wel voor gekozen om de kaderrichtlijn om te zetten door het uitvaardigen (of aanpassen) van een wet over veiligheid en gezondheid op het werk (cfr. in België: wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, BS 18 september 1996). Op het niet-correct omzetten van de kaderrichtlijn zijn er 78 inbreuken vastgesteld. De meeste daarvan door Spanje (26), Duitsland (8), Italië (7) en Portugal (6). Ondertussen zijn bijna alle gevallen gesloten en de bijsturingen uitgevoerd. De meeste problemen deden zich voor omwille van de toepassing in de publieke sector.
Aangezien het om sociale regelgeving gaat (in tegenstelling met economische) staat het de lidstaten vrij om strengere eisen op te leggen dan wat bepaald is in de Europese richtlijnen. Zo is in 10 lidstaten het huispersoneel opgenomen in de omschrijving van een werknemer. In België is dit (momenteel) niet het geval (cfr. wet welzijn, art. 2).

Toepassing
In het evaluatierapport is nagegaan of de regelgeving ook is toegepast in de praktijk (compliance). Om dit te beoordelen is er gebruik gemaakt van de zes kernprocessen/-mechanismen die terug te vinden zijn in de kaderrichtlijn en in alle bijzondere richtlijnen. Het gaat om zes aspecten die cruciaal zijn voor de zorg voor meer veiligheid en gezondheid op het werk. Tabel 1 somt deze zes kernprocessen/-mechanismen op en geeft een beoordeling van de toepassing. 

Tabel 1 – Beoordeling van de toepassing van de kernprocessen/-mechanismen uit de Europese regelgeving veiligheid en gezondheid op het werk

Kernproces/-mechanisme
Beoordeling*
Risicoanalyse
Moderate to good quantitative compliance
Preventie- en beschermingsdiensten
Good quantitative compliance
Informatie voor werknemers
Good quantitative compliance
Opleiding van werknemers
Moderate quantitative compliance
Gezondheidstoezicht
Moderate quantitative compliance
Participatie
Poor to moderate/good quantitative compliance

*The qualitative assessment was made based on the following benchmarks: 90%-100% - very good quantitative compliance; 75%-89% - good quantitative compliance; 60%-74% - moderate quantitative compliance; 40%-59% - poor quantitative compliance; 0%-39% very poor quantitative compliance. It has to be noted that important differences were noted depending on the Directive, sector and company size.

Bijkomende informatie over de toepassing in de lidstaten kan bijvoorbeeld nog verkregen worden op basis van de Esener data. Esener staat voor European Survey of Enterprises on New and Emerging Risks en deze enquête wordt om de vijf jaar uitgevoerd in heel Europa door het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (Bilbao).
Op basis van Esener blijkt bijvoorbeeld dat de grote meerderheid van de bedrijven wel degelijk een risicoanalyse uitvoert (figuur 1). De toepassing verschilt wel naar gelang de grootte van de bedrijven. In kleinere bedrijven wordt de verplichting minder goed opgevolgd. België scoort doorgaans onder het Europese gemiddelde (figuren 1 en 2).

Figuur 1 – Voert uw bedrijf/organisatie regelmatig een risicoanalyse uit op de werkplaats? (EU, %)

Figuur 2 – Voert uw bedrijf/organisatie regelmatig een risicoanalyse uit? Volgens bedrijfsgrootte, vgl. EU/BE, % 

Blijvend relevant
Om na te gaan of de regelgeving relevant is, is onderzocht in welke mate deze de arbeidsmarkt bestrijkt, aansluit bij de bedrijfspraktijk en inspeelt op de risico's op de werkvloer. De conclusie is hier dat de regelgeving zeker relevant is maar dat er nog verbeteringen mogelijk zijn. Een element is bijvoorbeeld dat de regelgeving onvoldoende inspeelt op de toename van het aantal zelfstandigen op de arbeidsmarkt. Om deze zelfstandigen eenzelfde niveau van bescherming te bieden, zeker op plaatsen waar zelfstandigen en werknemers samenwerken, zijn verdere inspanningen nodig. Bijsturingen zijn ook vereist voor de richtlijn over beeldschermwerk die niet meer beantwoordt aan de praktijk. Over het algemeen is het trouwens zo dat risico's op musculoskeletale aandoeningen onvoldoende aan bod komen in de Europese richtlijnen. Verdere initiatieven zijn hier nodig, ook al omdat het aantal werkgerelateerde musculoskeletale aandoeningen nog steeds hoog is.

Effectief en efficiënt?
De vragen naar effectiviteit en efficiëntie konden moeilijk beantwoord worden. Het klopt bijvoorbeeld dat het aantal dodelijke arbeidsongevallen daalde tijdens de laatste decennia maar deze daling kan niet louter worden toegeschreven aan een beter wetgevend kader en toepassing van de regels. Ook andere factoren spelen een rol. Denk maar aan de verschuiving in de economie waarbij er steeds minder zware industrie is en veel meer jobs in de diensten. Kwalitatieve data (op basis van interviews, enquêtes) wijzen er echter op dat de Europese richtlijnen een wezenlijke bijdrage hebben geleverd tot het verbeteren van de arbeidsomstandigheden.
Ook op het vlak van efficiëntie bleek het moeilijk om tot een systematische evaluatie te komen. Wel zijn er verscheidene studies die duiden op de positieve verhouding tussen kosten en baten bij het doorvoeren van interventies op het vlak van veiligheid en gezondheid op het werk. Een voorbeeld hiervan is de Benosh studie (meer info over de benosh-studie). Toch mag er niet genegeerd worden dat het zich in regel stellen met de Europese richtlijnen wel degelijk kosten met zich meebrengt voor de bedrijven. Relatief gezien zijn deze kosten hoger voor kleinere dan voor grote bedrijven (compliance costs per employee). Daarom is het belangrijk om kleine bedrijven beter te ondersteunen.

Bron: Rapport - Ex-post evaluation of the European Union occupational safety and health Directives (REFIT evaluation), Commission Staff Working Document, 10/01/2017

 

: PreventActua 03/2017