Werkbaar werk: een concept dat ingang vindt?

“Duurzaam werk” staat hoog op de politieke agenda van minister van Werk Kris Peeters. In de debatten wordt er gesproken over “werkbaar” werk en over de annualisering van de arbeidstijd, loopbaansparen, de loopbaanrekening,…  Er  kunnen heel wat vragen gesteld worden over de draagwijdte van het concept “werkbaar” werk.  Om hierover meer te weten te komen, sprak PreventFocus met Patricia Vendramin, auteur van verschillende onderzoekswerken over leeftijd en werkbaarheid van het werk.

Werkbaar werk: een concept dat ingang vindt?
“Duurzaam werk” staat hoog op de politieke agenda van minister van Werk Kris Peeters. In de debatten wordt er gesproken over “werkbaar” werk en over de annualisering van de arbeidstijd, loopbaansparen, de loopbaanrekening,…  Er  kunnen heel wat vragen gesteld worden over de draagwijdte van het concept “werkbaar” werk.  Om hierover meer te weten te komen, sprak PreventFocus met Patricia Vendramin, auteur van verschillende onderzoekswerken over leeftijd en werkbaarheid van het werk.

PreventFocus: "In politieke kringen heeft men het de laatste tijd vaak over "duurzaam" of "werkbaar" werk.  Waar komen die concepten vandaan en waartoe dienen ze?”

Patricia Vendramin: "De concepten dienen om het fenomeen een naam te geven, een realiteit die op een gegeven ogenblik moet beschreven en benoemd worden. Ze komen meestal uit de onderzoekswereld voor ze door de sociale en politieke wereld worden toegeëigend. Dat is het geval voor het concept “werkbaar werk”, dat vandaag de dag een centrale plaats inneemt in het tewerkstellingsbeleid. Dit concept vindt nochtans zijn oorsprong in het zogenaamde “Brundtland-rapport” uit 1987. Dit rapport werd ongeveer 30 jaar geleden opgesteld door de World Commission on Environment and Development van de Verenigde Naties. Het verwijst voor het eerst naar het begrip "duurzame ontwikkeling"(sustainable development), dat wordt gedefinieerd als een ontwikkeling die beantwoordt aan de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien, in gevaar te brengen. Het concept "duurzaam werk" situeert zich eerder binnen het kader van maatschappelijk verantwoord ondernemen en van het beheer van de hulpbronnen door de bedrijven.”

PF: "En wat met het concept "werkbaar"?"

PV: "Dit concept is ontstaan in het kader van een Zweeds onderzoeksprogramma waarbij onderzoekers uit tal van disciplines betrokken waren: managementwetenschappen, ergonomie, sociologie, ontwikkeling van informaticasystemen, psychologie, onderwijswetenschappen,… De vastgestelde intensifiëring van het werk eind jaren 90 vormde het vertrekpunt van het onderzoek. De publicatie ‘Creating sustainable work systems’ (2002), dat aan de basis ligt van het concept waarvan vandaag sprake is, heeft het over "sustainable work systems" of werkbare werksystemen. De benadering was toen nog socio-technisch. Dit betekent dat de menselijke factoren en het welzijn op het werk in verband gebracht worden met de technische en ecologische middelen in de productiesystemen. Deze benadering zal achterwege gelaten worden wanneer eerst de ergonomen en daarna de sociologen zich het begrip "werkbaar werksysteem" zullen toe-eigenen. Binnen hun respectieve disciplines zullen ze belangstelling tonen voor de confrontatie van twee onverenigbare fenomenen: enerzijds de evoluties binnen de arbeidswereld, meer bepaald de intensifiëring van het werk en anderzijds de vergrijzing van de bevolking. Op dat ogenblik duikt de term “werkbaar werk” op, een concept dat welzijn op het werk en personeelsbeleid centraal stelt."

PF: "In tegenstelling tot “duurzaam” werk houdt “werkbaar” werk dus duidelijk verband met de vergrijzing op het werk."

PV: "De nieuwe definitie die de Franse ergonomen aan het “werkbare werksysteem” gaven, hield drie types van "compatibiliteit" in. Het eerste type was de biocompatibiliteit, die een werksysteem impliceert dat aangepast is aan de functionele eigenschappen van het menselijke lichaam en aan de evolutie ervan doorheen de tijd. Het tweede type was de ergocompatibiliteit, een werksysteem dat de mogelijkheid biedt efficiënte arbeidsstrategieën uit te werken. Het laatste type is de sociocompatibiliteit, die een omgeving veronderstelt die bevorderlijk is voor het beheer van een levensproject en voor de zelfontplooiing in familiale en sociale kring. Doordat de vergrijzing van de bevolking een collectieve kopzorg is geworden, maakt men van “werkbaarheid” een maatschappelijk doel. Om een en ander te vereenvoudigen, wordt “werkbaar werk” vandaag gekenmerkt door twee aspecten: de kwaliteit van het werk en het perspectief van het levenstraject van de werknemers. Zowel de kenmerken van het werk als die van het individu worden in hun totaliteit benaderd vanuit een loopbaanperspectief."

PF: "U zei dat de concepten dienen om een realiteit te benoemen. Als men analyseert hoe de politieke wereld zich het thema “werkbaarheid van het werk” heeft toegeëigend, dan wordt de de indruk gecreëerd dat de term niet altijd naar dezelfde realiteit verwijst."

PV: "De beleidsnota over werk omschrijft duurzaam werk als werk dat op intrinsieke wijze motiveert, voldoende kansen biedt om bij te leren, geen stress veroorzaakt en voldoende ruimte laat voor het gezin, sport en hobby’s.

Deze definitie is gebaseerd op de Vlaamse "werkbaarheidsmonitor", ontwikkeld door de SIA (Stichting Innovatie en Arbeid) en opgebouwd rond drie pijlers:

- stress,
- motivatie en opportuniteiten om te leren,
- evenwicht werk-privé.

Dit is een van de definities van “werkbaarheid”, maar er zijn er nog. En dat vormt net het probleem. Niet iedereen zal het begrip "kwaliteit van het werk" op dezelfde wijze interpreteren en zal hetzelfde beeld hebben van de lading die deze vlag dekt: arbeidstijden, fysieke belasting, emotionele belasting, werk-privébalans,… In een onderzoek uitgevoerd door de Europese Stichting tot Verbetering van de Levens- en Arbeidsomstandigheden  stel ik dat er vijf dimensies moeten worden geanalyseerd alvorens het concept “werkbaar werk” in te voeren." 

PF: "Over welke dimensies gaat het?"
             

PV: "Vooreerst is er de gezondheidstoestand die met de leeftijd evolueert, niet enkel ten gevolge van het werk, maar ook door individuele en biologische factoren. Daarnaast zijn er de arbeidsomstandigheden, meer bepaald de arbeidstijden, het werkritme, de fysieke belasting,… Er is ook de expressieve dimensie van het werk, die betrekking heeft op aspecten zoals het belang van sociale relaties, erkenning van het werk, persoonlijke ontwikkeling,… en de werk-privébalans. Bij het onderzoek van het concept “werkbaar werk” mag men de socio-economische omstandigheden evenmin uit het oog verliezen. Dit zijn de financiële en institutionele factoren die een invloed uitoefenen op de beslissing om aan het werk te blijven of om het werk neer te leggen. Voor veel werknemers is aan de slag blijven geen keuze, maar een socio-economische verplichting  die een impact kan hebben op de gezondheid."  

PF: "Gaan de maatregelen die in de algemene beleidsnota Werk worden voorgesteld, zoals de loopbaanrekening, loopbaansparen en de “modernisering” van de arbeidstijd, in de richting van werkbaar werk?"

PV: "De invoering van maatregelen zoals de flexibilisering van de arbeidstijd is een fantastisch plan als je met twee kunt beslissen. In sommige bedrijven wordt er reeds op die manier gewerkt. De software laat toe de arbeidstijd te beheren, wat een individuele benadering mogelijk maakt waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van de werknemers. De vrees situeert zich duidelijk op het vlak van de besluitvormingscapaciteit. In veel organisaties worden de beslissingen unilateraal genomen. In dergelijke omstandigheden vormt de maatregel een bijkomende belasting voor de werknemers, die niets bijbrengt in termen van werkbaarheid. Er moet ook rekening kunnen gehouden worden met de specifieke behoeften die gepaard gaan met de verschillende levensfasen. Jongeren willen meer werken, terwijl ouderen net minder willen werken. Systemen zoeken die toelaten een antwoord te bieden op die trends, maakt eveneens deel uit van de zoektocht naar een betere kwaliteit van het werk. Maar het concept “werkbaar werk” dient soms om budgettaire doelstellingen te verdoezelen. Dat is meer bepaald het geval van de re-integratie op het werk, die slechts onrechtstreeks verband houdt met het concept."  

PF: "Levert de wet betreffende het welzijn op het werk, die dit jaar haar twintigste verjaardag viert, niet alle elementen om het werk werkbaar te maken? Als men de werkbaarheid van het werk ter discussie stelt, betekent dit dan niet dat het preventiebeleid gefaald heeft?" 

PV: "De welzijnswet of de recentere CAO 104 levert uiteraard een bepaald kader. Maar het concept “werkbaarheid” heeft een dynamische dimensie, waarbij rekening moet worden gehouden met het cumulatieve effect van het werk. Het is zeker geen gemakkelijke oefening voor de bedrijven. Op het ogenblik dat de wet betreffende het welzijn op het werk van kracht werd, was de werkzaamheidsgraad van de vijftigplussers bovendien laag. De kwestie van de leeftijd en de vergrijzing op het werk was toen veel minder aan de orde dan vandaag in de context van de verlenging van de loopbaanduur. Dat is dus een nieuw gegeven voor de ondernemingen, en de enquêtes over de invoering van de CAO 104 tonen aan dat bedrijven het moeilijk hebben om op dat vlak nieuwe maatregelen uit te denken of om te innoveren. Ze hebben het gevoel al verschillende initiatieven te hebben genomen, maar ze opperen dat het niet evident is maatregelen te implementeren die het volledige levenstraject van de werknemer volgen. Om deze uitdaging aan te gaan, moeten ze zich de juiste vragen stellen en naar de werknemers luisteren." 

PF: "Een van uw werken heet "Réinventer le travail" . Denkt u dat de sociale partners die over de werkbaarheid van het werk debatteren, in staat zijn het werk in die zin opnieuw uit te denken?" 

PV: "Het is inderdaad zo dat het concept dient om een mechanisme in gang te zetten om het werk op een volledig andere manier te benaderen. Als onderzoekster van de arbeidswereld wil ik de zaken zien evolueren om dit concept toe te passen, maar we moeten ook de moeilijkheden kunnen erkennen waarmee de sociale partners in de praktijk worden geconfronteerd. Beide partijen moeten bereid zijn om belangen, voordelen en verworvenheden ter discussie te stellen. We moeten de tijd zijn gang laten gaan om het concept om te zetten in realiteit. Maar in de onderzoekswereld heeft men het al een tiental jaar over werkbaar werk, we mogen dus niet langer wachten om dit concept toe te passen."