Externe dienst PBW

De externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (EDPB) maakt samen met de interne diensten en het comité voor preventie en bescherming op het werk deel uit van de organisatorische structuren van het welzijnsbeleid in België.

Organisatie
Een externe dienst kan worden opgericht door werkgevers en door alle overheidsinstanties (de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de openbare instellingen,…). Het bevoegdheidsgebied van een externe dienst kan algemeen zijn, of beperkt tot bepaalde territoria (bv. Vlaanderen) of bepaalde activiteitssectoren (bv. de bouw).

Samenstelling
De externe dienst bestaat uit twee afdelingen. Eén afdeling die verantwoordelijk is voor het gezondheidstoezicht en een andere afdeling, verantwoordelijk voor het risicobeheer. Voor de afdeling risicobeheer zijn vijf deskundigheden vereist, m.n. arbeidsveiligheid, arbeidsgeneeskunde, bedrijfshygiëne, ergonomie en psychosociale aspecten waaronder geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk.

Statuut
De externe dienst is een vzw en heeft dus structuren eigen aan een vzw, zoals een Raad van beheer. De dienst moet een erkenning aanvragen aan de federale overheid. De lijst met erkende diensten is beschikbaar op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg: www.werk.belgie.be/erkenningenDefault.aspx?id=5040

Beroep doen op een externe dienst
Indien de interne dienst niet in staat is om zelf aan alle wettelijke verplichtingen te voldoen, moet de werkgever aanvullend een beroep doen op een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
De externe dienst voor preventie en bescherming op het werk biedt de nodige gespecialiseerde kennis en vaardigheden voor het uitvoeren van opdrachten en taken in het kader van het welzijnsbeleid.

Taken
De verdeling van de taken tussen de interne en externe dienst moet vastgelegd worden in een schriftelijke overeenkomst die onder andere de volgende elementen moet bevatten:

  • de opdrachten die worden toevertrouwd aan de externe dienst;
  • de aard, reikwijdte en minimale duur van de prestaties om deze opdrachten te vervullen;
  • de middelen die de werkgever ter beschikking stelt;
  • de manier waarop samengewerkt wordt met de interne dienst van de werkgever;
  • de verhouding met het Comité voor preventie en bescherming op het werk;
  • de verbrekingsmodaliteiten van het contract.

De externe dienst kan haar opdrachten niet verder uitbesteden.

Externe diensten voor technische controles
De externe diensten voor technische controles op de werkplaats (EDTC) voeren inbedrijfstellingscontroles en periodieke controles uit van machines, installaties en beschermingsmiddelen. Deze onderzoeken hebben tot doel de conformiteit met de regelgeving na te gaan en vooral de technische gebreken op te sporen die van invloed kunnen zijn op het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk. Toestellen en installaties die door de EDTC's gecontroleerd moeten worden, zijn onder meer veiligheidsgordels, hefwerktuigen, centrifuges, stoomtoestellen en elektrische installaties.

 

Wetgeving
- Wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, hoofdstuk VI ‘Preventie- en beschermingsdiensten’ (art. 33 à 43) (BS 18 september 1996) (Welzijnswet) 
- KB van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk (BS  31 maart 1998) (KB externe diensten)