Onderzoek

Hoger risico op burn-out voor wie minder mag telewerken dan gewenst

Uit een enquête van hr-dienstverlener Securex bij 1.500 Belgen blijkt dat werknemers die minder mogen telewerken dan ze willen, een hoger risico lopen op burn-out. Om dat te voorkomen moeten werkgevers een flexibel telewerkbeleid invoeren, liefst op maat van de werknemer.

Telewerk en recht op deconnectie

Door de gezondheidscrisis is telewerk ondertussen sterk ingeburgerd. Dat heeft zijn voordelen, maar ook zijn nadelen. Zo wordt het steeds moeilijker om een goede werk-privébalans te bewaren doordat we voortdurend in connectie staan met het werk. Eurofound publiceerde een rapport over het recht op deconnectie, en de implementatie en het effect ervan op werkplekniveau.

Jongere werknemers vaker ziek dan voor coronacrisis

Cijfers van de hr-dienstverlener SD Worx tonen aan dat het kortverzuim (< 1 maand) bij jongere werknemers (< 25 jaar) gestegen is ten opzichte van het precoronatijdperk. Ook bij de werknemers van 50 tot 55 jaar stijgt dit, zij het minder sterk. Vooral bij de arbeiders is een negatieve evolutie merkbaar wat kortverzuim betreft.

Frankrijk: nieuwe studie over de gevolgen van pesticiden voor de gezondheid

Het Franse Institut national de la santé et de la recherche médicale (Inserm), dat in 2013 een eerste collectief onderzoek over het verband tussen pesticiden en gezondheid publiceerde, heeft deze gegevens bijgewerkt en een nieuw rapport voorgesteld (2021) op basis van meer dan 5.300 internationale wetenschappelijke documenten. Dit zijn de conclusies.

Aandoeningen aan het bewegingsapparaat voorkomen met participatieve ergonomie

Bij participatieve ergonomie (PE) worden werknemers betrokken bij het in kaart brengen van risico’s en het zoeken naar oplossingen om werkgerelateerde aandoeningen aan het bewegingsapparaat aan te pakken. In een discussienota bespreekt het Europees Agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) de voordelen van PE en de stappen die men moet nemen bij het opzetten van een PE-project. Daarnaast geeft het agentschap ook enkele aanbevelingen.

Seksuele intimidatie op de werkvloer: nog werk aan de winkel

In 2020 organiseerde het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen de enquête #YouToo, die polste naar de opinie en ervaringen van Belgen met seksisme. Het instituut maakte enkele resultaten van deze enquête bekend, meer bepaald rond een specifieke vorm van seksisme op het werk: seksuele intimidatie. 9% van de Belgische vrouwen en 4% van de mannen heeft er ervaring mee, en jongeren blijken het kwetsbaarst te zijn.

Terugkeer naar het werk: MSA en psychosociale risico’s

MSA zijn wereldwijd een van de meest voorkomende gezondheidsproblemen. Terugkeren naar het werk – en aan de slag blijven – na een afwezigheid door deze aandoeningen is dan ook een belangrijk onderwerp in alle Europese landen. In een discussienota van EU-OSHA wordt onderzocht welke rol psychosociale risico’s hierin spelen en welke factoren belangrijk zijn voor een succesvolle terugkeer.

Collega’s beïnvloeden ons eetgedrag

Onze voedingskeuzes worden beïnvloed door de mensen met wie we samen eten. Een man eet bijvoorbeeld meer in het bijzijn van een vrouw om (onbewust) aan te tonen dat hij gezond is. Ook op de werkplek hebben onze lunchgenoten een invloed op wat we eten. Zo blijkt uit Amerikaans onderzoek.

Meer dan 1 werknemer op 10 vreest dat beroep zal verdwijnen door automatisering

StepStone en KU Leuven ondervroegen Belgische werknemers i.v.m. beroepsonzekerheid door de technologische vooruitgang, die een versnelling kent dankzij de coronacrisis. 13% van de respondenten gaf aan onzeker te zijn over het voortbestaan van hun beroep als gevolg van de automatisering, en 61% vreest belangrijke veranderingen wat betreft de inhoud van het beroep. Deze onzekerheid heeft negatieve gevolgen voor zowel werknemer als werkgever.

Industriële brand bij Lubrizol: gevolgen voor de gezondheid

Naar aanleiding van de brand in de opslagplaatsen van Lubrizol en NL Logistique in Rouen in september 2019 maakte Santé publique France een epidemiologische evaluatie van de gevolgen voor de gezondheid (op het moment van het ongeval of daarna).