Wetgeving

Wettelijk kader voor vrijwilligerswerk

In 2005 werd een wet aangenomen die de vrijwilliger een duidelijk statuut toekent. Daardoor zijn de rechten van vrijwilligers nauwkeurig vastgelegd. Hieronder volgt een korte schets van het wettelijke kader van vrijwilligerswerk.

Niet-recurrente bedrijfsresultaatsgebonden voordelen: cao nr. 90/4

Het systeem van de niet-recurrente bedrijfsresultaatsgebonden voordelen, bepaald in cao 90 en in werking getreden in 2008, biedt de mogelijkheid een loonbonus toe te kennen aan werknemers. De nieuwe cao 90/4, die gesloten werd op 22 februari 2022, wijzigt lichtjes het systeem wat betreft de doelstellingen die betrekking hebben op het welzijn van de werknemers.

Voorstel van richtlijn over werken via een digitaal platform

Op 9 december 2021 heeft de Europese Commissie een voorstel van richtlijn voorgelegd betreffende de verbetering van de arbeidsomstandigheden van mensen die werken via digitale platformen. Het voorstel voorziet in de bepaling van het professionele statuut van platformwerkers en voert het recht in om geautomatiseerde beslissingen die voortvloeien uit algoritmisch beheer, aan te vechten.

Uberchauffeur: een verloonde arbeidsrelatie

Naar aanleiding van een verzoek van een Uberchauffeur heeft de Commissie Arbeidsrelaties van de FOD Sociale Zekerheid op 26 oktober 2020 beslist de arbeidsrelatie tussen deze chauffeur en Uber als verloonde arbeidsrelatie te kwalificeren.

Mobiliteitsvergoeding: voorontwerp van wet

De ministerraad van 29 september 2017 keurde een voorontwerp van wet goed over de invoering van een mobiliteitsvergoeding als alternatief voor de bedrijfswagen.

Wet Detachering van werknemers: samen tegen sociale dumping

De Wet van 11 december 2016 houdende diverse bepalingen inzake detachering van werknemers treedt in werking  op 30 december 2016. Deze wet zet de richtlijn 2014/67/EU van 15 mei 2014 inzake de handhaving van richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers om in het Belgische arbeidsrecht. De wet kadert in de strijd tegen sociale dumping en oneerlijke concurrentie.

Huispersoneel onderworpen aan de sociale zekerheid

Sinds 1 oktober 2014 wordt huispersoneel onderworpen aan de sociale zekerheid. Elke burger die huispersoneel tewerkstelt voor huishoudelijke prestaties van overwegend manuele aard wordt als werkgever beschouwd en moet onder andere een arbeidsongevallenverzekering afsluiten voor het tewerkgestelde personeel.
Bepaalde occasionele activiteiten (babysitting, het gezelschap houden van oudere personen, enz.) blijven vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen.

Sociale zekerheid huispersoneel op zelfde niveau als werknemers

Het KB van 13 juli 2014 tot opheffing van de artikelen 5 en 18 en tot wijziging van artikel 16 van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders (BS 28 juli 2014) zorgt ervoor dat huispersoneel voortaan van dezelfde sociale zekerheid kan genieten als andere werknemers.

Uitbreiding toepassingsgebied van de Wet Welzijn

Op 18 juni 2014 verscheen een nieuwe wet die het toepassingsgebied van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers naar het huispersoneel uitbreidt. Deze wijziging van de Wet Welzijn is nodig om de wetgeving in overeenstemming te brengen met de bepalingen van het IAO-verdrag nr. 189 over het huispersoneel.  

NAR geeft advies over uitbreiding Wet Welzijn naar dienstboden en huispersoneel

De ministerraad heeft op 7 november 2013 een ontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd over het welzijn van de dienstboden en huispersoneel bij de uitvoering van hun werk. Eind februari 2014 gaf de Nationale Arbeidsraad een advies over dit ontwerp.