Zachte heelmeesters...

Steven van der Minne heeft de opleiding tot preventieadviseur niveau 1 gevolgd.

De Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet (kortweg: Arbowet) wijzigt per 1 januari 2017. Steven Van der Minne schetst voor Prevent de inhoud van deze wijzigingen en geeft er kritische kanttekeningen bij.

Belangrijkste nieuwigheden
De voornaamste wetswijziging betreft de positie van de bedrijfsarts (arbeidsgeneesheer). Deze krijgt verdergaande bevoegdheden dan voorheen. De werkgever moet dat contractueel gaan regelen. Bestaande contracten met arbodiensten (vergelijkbaar met de externe diensten) mogen nog tot eind 2017 doorlopen. De bedrijfsarts kan met de nieuwe wettelijke bevoegdheden toegang krijgen tot iedere werkplek en daar onderzoek doen. De werkgever kan het advies van de bedrijfsarts naast zich neerleggen, als dit hem niet bevalt. Verder verbetert de wet de toegang van de werknemers tot de bedrijfsarts. Bij onenigheid komt er een klachtenregeling voor werkgevers en werknemers. Werknemers krijgen het recht op een second opinion.
De preventie en het medezeggenschap krijgen een nieuwe verankering. De ondernemingsraad (met bevoegdheden die in België met het Comité PBW te vergelijken zijn) heeft nu al instemmingsrecht in het arbobeleid (welzijnsbeleid). Dit wordt uitgebreid. De ondernemingsraad krijgt straks zelfs zeggenschap over de persoon van de preventiemedewerker. Dat is geen preventieadviseur zoals in België, maar iemand met een vooral coördinerende en communicatieve functie in veiligheid en gezondheid op het werk. Meestal is dit een medewerker bij HR (personeelszaken). Deze preventiemedewerker krijgt straks ook meer bevoegdheden en kan zelfstandig de bedrijfsarts en andere externe deskundigen raadplegen.

Achterliggende problemen
Al ruim tien jaar voert Nederland een minimumbeleid. De wetgeving is vrijwel geheel uitgekleed tot het Europese minimum, ondanks een daartoe strekkende verbodsbepaling in de kaderrichtlijn 89/391/EEG. Nederland koos onder politieke druk voor een systeem van zelfregulering door de sociale partners, die daarvoor in hun sectoren afspraken maakten. Een dergelijk afspraak (arbocatalogus) heeft geen kracht van wet, maar geeft wel een soort ‘vermoeden van overeenstemming’, zoals we dat uit de Europese CE-richtlijnen kennen. Voldoe je aan die afspraak, dan voldoe je op dat punt aan de onderliggende wettelijke eis. Het feit dat lang niet alles in die afspraak geregeld is, blijkt vaak een blinde vlek zowel voor werkgevers als voor de arbeidsinspectie. Ook als een werkgever zegt de afspraken na te komen, volgt bij een eventuele inspectie niet altijd een inhoudelijke controle. Dat is dan vaak een kwestie van de prioriteiten en het kennisniveau van de betrokken controlerende ambtenaren.
Er zijn verschillende pogingen geweest om het preventiebeleid in Nederland te verbeteren, maar tevergeefs. Angst voor een toename van de administratieve lastendruk zorgde voor een effectieve lobby, vooral door de werkgeversorganisaties. Zo blijft de risicobeoordeling vaak een eenmalige oefening, als die al wordt uitgevoerd. In Nederland is er geen circulaire systematiek als een DRBS, zoals in België, en komt niet veel terecht van de door velen gewenste duurzaamheid.

Kritische kanttekeningen
Het versterken van de positie van de bedrijfsarts lijkt een goede maatregel. Wel is dit tekenend voor de visie van de wetgever, dan wel het ontbreken daarvan. Wat je in de preventie niet kan regelen, laat je aan de bedrijfsarts over. Of mogen we van een bedrijfsarts verwachten dat hij ook alles weet van preventie (ergonomie, veiligheid, arbeidshygiëne, arbeid en organisatie)?
Het marginale versterken van het medezeggenschap op het werk zit enkel in de uitvoering van het beleid, dat op zichzelf al onder twee overlappende medezeggenschapsregelingen valt. Eigenlijk is dit een nadere invulling van wat ook nu al in de wet gelezen kan worden. Hetzelfde geldt voor het versterken van de coördinerende positie van de preventiemedewerker.

Conclusie
Wat betekent deze wetswijziging concreet voor de veiligheid en de gezondheid bij de noorderburen? Het aantal dodelijke arbeidsongevallen in de bouw is daar het afgelopen jaar gestegen met 50%. Denken ze dat te gaan oplossen met een bedrijfsarts?
De nieuwe wettelijke bepalingen kunnen vooral gezien worden als noodmaatregelen bij het ontbreken van een degelijke visie op preventie. De Nederlandse wetgever komt nu met lapwerk. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.


Met dank aan Paul Settels Eur.Erg., Rotterdam


Voor meer informatie:
https://www.arboportaal.nl/actueel/nieuws/2016/01/21/wetsvoorstel-tot-wijziging-arbowet-naar-de-tweede-kamer
http://arbo-online.nl/wetsvoorstel-wijziging-arbowet-in-een-notendop/
http://arbo-online.nl/arbowet-gewijzigd-doel-bereikt/
http://www.sbiformaat.nl/sites/default/files/uploads/files/Werk%26veiligheid%202015%20juni%20Wijziging%20Arbowet%20Carolina%20Verspuij.pdf

Over de auteur:
Steven van der Minne heeft de opleiding tot preventieadviseur niveau 1 gevolgd. In Nederland heeft hij veel te maken met de arbeidsomstandighedenwet. Binnen de NVVK (vergelijkbaar met PreBes en ARCoP) houdt hij zich onder meer bezig met wet- en regelgeving. Hij geeft les aan de Avans Hogeschool in ’s-Hertogenbosch voor de studierichting Integrale Veiligheid, en ontwikkelt een tool voor burn-outpreventie.

 

: PreventActua 2016/15