Weldra een wettelijk kader voor occasioneel telewerk?

Het Wetsontwerp van 4 januari 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk legt het wettelijk kader vast voor het occasioneel telewerk in de privésector. Volgens de samenvatting treden de bepalingen in werking op 1 februari 2017 tenzij de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad nog voor deze datum een cao hierover sluiten.

Regulier telewerk
Voor de privésector die ressorteert onder de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, sloot de Nationale Arbeidsraad op 9 november 2005 de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 85 af. Deze cao legde de  organisatieregels vast voor het reguliere telewerk. Regulier telewerk werd daarin gedefinieerd als een vorm van organisatie en/of uitvoering van het werk waarin, met gebruikmaking van informatietechnologie, in het kader van een arbeidsovereenkomst werkzaamheden die ook op de bedrijfslocatie van de werkgever zouden kunnen worden uitgevoerd, op regelmatige basis en niet-incidenteel buiten die bedrijfslocatie worden uitgevoerd.

Occasioneel telewerk
Er is echter nog geen regelgeving voor het telewerk dat niet regelmatig, maar slechts incidenteel wordt verricht, en dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de federale publieke sector. In de praktijk wordt occasioneel telewerk nu reeds toegestaan in sommige ondernemingen en voor bepaalde situaties, zonder dat er echter een reglementair kader is aangaande de wederzijdse rechten en verplichtingen tussen werkgever en werknemer. Om aan deze lacune te verhelpen, wordt nu in een basisregelgeving voorzien, die uitgaat van dezelfde principes als deze die aan de basis lagen van de regeling voor het reguliere telewerk:
• dit occasioneel telewerk mag niet leiden tot een verlaging van het algemene niveau van bescherming dat aan de werknemers wordt geboden, en
• voor de ondernemingen, inzonderheid de kleine en middelgrote ondernemingen, moeten bijkomende administratieve lasten zo veel mogelijk vermeden worden.

Toepassingsgebied
Het toepassingsgebied (art. 21) is identiek aan dat van de Wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. De overheid is hierdoor uitgesloten van de toepassing.

Definitie
Occasioneel telewerk (art. 22,2) wordt gedefinieerd als een “vorm van organisatie en/of uitvoering van het werk in het kader van een arbeidsovereenkomst waarbij, met gebruikmaking van informatietechnologie, werkzaamheden die ook op de bedrijfslocatie van de werkgever zouden kunnen worden uitgevoerd, incidenteel en niet op regelmatige basis buiten die bedrijfslocatie worden uitgevoerd”.

Plaats van het occasioneel telewerk
Het occasioneel telewerk kan worden verricht in de woning van de occasionele telewerker of in elke andere door hem gekozen plaats (art. 23).

Arbeidsorganisatie
Het occasioneel telewerk is slechts een modaliteit van arbeidsorganisatie, die geen wijzigingen aanbrengt aan rechten en verplichtingen van de occasionele telewerker vergeleken met de dagen waarop hij gewoon in de onderneming zelf aan de slag is, noch met zijn collega-werknemers die dezelfde soort prestaties leveren op de bedrijfslocatie van de werkgever (art. 24).
Deze bepaling geldt inzonderheid voor wat betreft de werkbelasting en de te halen prestatienormen. Dit sluit aan bij artikel 8, § 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 85 betreffende telewerk.
Aangezien de werkgever bij occasioneel telewerk geen rechtstreeks toezicht kan uitoefenen op de werknemer, voorziet het wetsontwerp in een omkadering van de autonomie van de werknemer in de organisatie van zijn arbeid: hij moet dit doen binnen het kader van de in de onderneming geldende arbeidsduur. De werknemer zal dus het aantal uren voorzien in zijn werkrooster moeten presteren, zonder hierbij zijn werkrooster strikt te moeten naleven. Indien de werknemer, bijvoorbeeld wegens een doktersbezoek, zijn arbeidstijd gedurende een uur dient te onderbreken, zal hij dit uur later op de dag moeten inhalen buiten het kader van zijn normale werkrooster en zonder dat dit beschouwd zal worden als een overuur.

Wanneer en hoe?
Artikel 25 bepaalt in welke omstandigheden een beroep kan worden gedaan op occasioneel telewerk en de modaliteit van de aanvraag. Een werknemer kan aanspraak maken op occasioneel telewerk om twee redenen: omwille van overmacht waarbij hij zijn werk niet op de bedrijfslocatie kan uitvoeren (bv. onverwachte treinstaking, autopech) of wegens persoonlijke redenen (situaties kunnen zeer divers en uiteenlopend zijn: afspraak bij de dokter, gepland bezoek van een installateur,…). Voorwaarde is dat hij een functie/activiteit uitvoert die verenigbaar is met occasioneel telewerk.
Het telewerk moet vooraf, binnen een redelijke termijn aangevraagd worden bij de werkgever. In geval van overmacht kan deze termijn zeer kort zijn (de werknemer kan zijn werkgever bv. telefonisch of per mail verwittigen wanneer de gebeurtenis zich voordoet). In geval van een gepland bezoek (geneesheer, installateur,…) zal de werknemer deze aanvraag langer op voorhand kunnen doen.
De werknemer heeft geen absoluut recht op occasioneel telewerk. De werkgever kan de aanvraag immers weigeren (bv. indien de aanwezigheid van de werknemer noodzakelijk is voor de werking van de dienst). Als de werkgever niet kan ingaan op de vraag, dan moet die zo snel mogelijk schriftelijk de werknemer hiervan op de hoogte brengen.
Werkgever en werknemer maken afspraken over: apparatuur en technische ondersteuning, bereikbaarheid en eventuele vergoeding.

Ook in cao of arbeidsreglement?
Artikel 26 biedt de mogelijkheid om het kader waarbinnen occasioneel telewerk aangevraagd kan worden vast te leggen in een collectieve arbeidsovereenkomst of in het arbeidsreglement. In deze collectieve arbeidsovereenkomst of arbeidsreglement moeten dan minstens bepalingen opgenomen worden aangaande de afspraken die gemaakt moeten worden tussen werkgever en werknemer (apparatuur, bereikbaarheid en eventuele vergoeding), alsook het oplijsten van de functies en/of activiteiten die binnen de onderneming verzoenbaar zijn met occasioneel telewerk en het vastleggen van de procedure die moet gevolgd worden om occasioneel telewerk aan te vragen en toe te staan.

Bron: Wetsontwerp van 4 januari 2017 betreffende werkbaar en wendbaar werk
 

 

: PreventActua 02/2017