VCA: hoe zit dat in andere Europese landen?

In ons land is de VCA-benadering gemeengoed geworden. Ondernemingen die risicodragende werkzaamheden wensen uit te besteden en daarbij buitenlandse contractors in de arm willen nemen, kunnen zich er via het VCA-systeem en vergelijkbare klonen (het Franse MASE en het SCC dat in Duitstalige landen gebruikelijk is) redelijkerwijze van verzekeren dat ze met firma’s in zee gaan die een bepaald niveau van welzijnsbeleid hebben bereikt. 

VCA
VCA is een systeem dat gemaakt is in Nederland. De naamgeving “Veiligheidschecklist voor Aannemers” maakt alvast duidelijk waarvoor het systeem werd ontworpen: het moet ondernemingen die manueel werk willen uitbesteden een zekere garantie geven dat ze met een betrouwbare firma in zee gaan. Wanneer die dan een VCA-certificaat kan voorleggen, laat dit vermoeden dat je te maken hebt met een bedrijf dat zijn zaakjes onder controle heeft. Alvast op het vlak van het welzijn op het werk.
Het Nederlandse systeem kwam overgewaaid naar België, eerst door het eigen Belgische equivalent BeSaCC (indertijd opgericht door het VBO) en nu op basis van een geijkte VCA versie. 

Veiligheidscertificatie in Europa
Er bestaat in West-Europa in het algemeen geen reglementair opgelegd systeem van veiligheidscertificatie. De verschillende nationale en internationaal geldige systemen werden ontwikkeld door de industrie zelf en worden beheerd door privé-organisaties (ISO-normen,  OHSAS,...).
Elk land heeft dus zijn eigen concept ontwikkeld. In de praktijk spreken we over twee verschillende invalshoeken. In Frankrijk en de Duitstalige wereld vinden we systemen die het dichtst aansluiten bij het originele VCA-concept. Andere EU-lidstaten beperken zich tot een of andere vorm van “Veiligheidspaspoort”, waarbij de nadruk grotendeels of zelfs exclusief ligt op verstrekte opleidingen, die zowel algemeen van aard kunnen zijn (sensibiliseringsessies over het waarom en hoe van het veilig en gezond werken) als vaktechnisch (veilig en arbeidshygiënisch gedrag bij specifieke werkzaamheden).

Franse MASE-systeem
In Frankrijk is het MASE-systeem net zo bekend als VCA bij ons.

Historiek
MASE staat voor Manual d’Amélioration Sécurité des Entreprises (wat je zou kunnen vertalen als “Handleiding ter verbetering van de veiligheid van ondernemingen”). Het systeem werd ontwikkeld in samenwerking met de Franse beroepsvereniging van de scheikundige nijverheid, Union des Industries Chimiques. Later werd MASE opengetrokken naar andere industrietakken en werd een Engelstalige versie opgesteld.

Bedoeling
Toen MASE werd ontworpen had het niet als eerste bedoeling om contractors te beoordelen.  MASE werd in het begin gezien als een licht veiligheidsbeheerssysteem dat zich vooral richtte tot de scheikundige nijverheid. Specifiek had het de ambitie om beter aangepast te zijn aan kleinere ondernemingen dan de wereldwijd bekende managementsystemen zoals het ISRS (het International Safety Rating System) of benaderingen op basis van ISO 9000. MASE gaat trouwens over meer dan arbeidsveiligheid alleen. Aangezien in Frankrijk de arbeidsgeneeskunde heel belangrijk is, krijgt de gezondheid veel aandacht. Net zoals dit het geval is met VCA, wordt ook de milieuzorg enigszins mee in rekening gebracht. MASE besteed minder aandacht aan noodplanning. Dit item wordt in VCA grondiger behandeld. Specifiek voor de Franse benadering is dat de contractor en de onderneming waarvoor ze werkt verplicht een gemeenschappelijke risicoanalyse moeten uitvoeren, rekening houdend met zowel de kenmerken van de bedrijfsomgeving als de aard van de gevraagde werkzaamheden.

De MASE-eisen worden onderverdeeld in vijf deelgebieden (zie kaderstukje voor de Engelstalige versie), die erg gelijklopend zijn met wat VCA als belangrijk beoordeelt, zoals bv. de betrokkenheid van het hoger kader en het onderzoek van arbeidsongevallen en incidenten. Maar ook ISO 9000-gerelateerde thema’s zoals het belang van continuous improvement komen aan bod.

Commitments of company management: 
o employer commitment
o health & safety environmental policy
o HSE targets, organisation
o HSE indicators: e.g. number of HSE actions undertaken following HSE meetings, number of internal or external HSE nonconformity reports, number of audits/worksite inspections, number of Lost Time Accidents (LTAs), number of hazardous situations,…
o planning, documentation and resources
o HSE information and activity 
· Professional skills and qualifications: 
     o knowledge
     o skills and attitude: HSE culture and behaviour 
· Organisation of work: 
o HSE risk analysis
o preparation of work: also contains a HSE selection mechanism for subcontractors
o completion/implementation
o change/uncertainty management
o lessons learned. 
· Effectiveness of the management system: 
o implementation and application of the management system
o HSE audits
o Analysis of hazardous situations, near misses, accidents and occupational diseases (accident investigation) 
· Continual improvement: 
o Management system
o HSE review
o Improvement actions 

Tabel - Onderdelen van MASE

Certificatie door derde
Net zoals dit met VCA het geval is, moeten de ondernemingen worden gecertificeerd door een erkende derde partij. Zij hebben hierbij de vrije keuze en kunnen zich hiervoor wenden tot Bureau Veritas, DNV-GL, SGS-ICS, TUV Saarland France en andere. Het certificaat blijft geldig voor een periode van één tot drie jaar. De hercertificatie van MASE-bedrijven gebeurt onder meer op basis van een aantal veiligheidsindicatoren die periodiek moeten worden doorgezonden aan de certificerende instantie – zie hiervoor het vierde item onder het deelgebied Company Management.

Erkenning
Net zoals VCA komt het MASE-systeem neer op het verkrijgen van een erkenning. Daarom werd Frankrijk opgedeeld in acht MASE-regio’s, bv. MASE Normandie of MASE Sud-Ouest. In elke regio werd een hoofdkantoor gevestigd dat verantwoordelijk is voor het uitreiken van de formele certificaten aan alle goedgekeurde bedrijven uit de regio. Momenteel gebruiken een 4.600 Franse ondernemingen, die samen 400.000 werknemers tewerkstellen, MASE als hun veiligheidsbeheerssysteem. De meeste hangen trots hun certificaat op in de bedrijfshal.

De Duitstalige EU-lidstaten
In Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland is er een met VCA vergelijkbaar veiligheidsbeheersconcept in voege, het Sicherheits Certifikat Contraktoren, in de praktijk eveneens bekend onder de afkorting SCC. Beide systemen zijn min of meer geharmoniseerd: de beherende instanties uit de vijf betrokken landen werken dan ook nauw samen. Je mag stellen dat certificatie op grond van VCA of op grond van SCC in de praktijk op hetzelfde neerkomt.

Het Verenigd Koninkrijk
De Angelsaksische/Noord-Europese landen kennen niet zoiets als een eenvormig veiligheidsbeheerssysteem voor kleinere ondernemingen. Deze landen zweren bij “veiligheidspaspoorten”.

Veiligheidspaspoorten
De situatie wordt in het United Kingdom gecompliceerd door het feit dat een aantal activiteitsectoren hun eigen systeem onafhankelijk van elkaar hebben ontwikkeld. Dit concept staat bekend onder de naam Health and Safety Passport Schemes. Contractors. Die dat in verschillende regio’s van het Verenigd Koninkrijk opereren, moeten dan ook meerdere opleidingscursussen volgen om al de vereiste veiligheidspaspoorten te verkrijgen. Waar VCA, MASE en SCC in eerste instantie bedrijven certificeren, zijn veiligheidspaspoorten het persoonlijk bezit van de individuele werknemer.

Richtlijnen en opleiding
Richtlijnen voor deze uiteenlopende safety card systems worden ontwikkeld en uitgevaardigd door de befaamde HSE, de Health and Safety Executive, die daarbij ondersteund wordt door de Health and Safety Commission (HSC). De HSE beschrijft de veiligheidspaspoorten als het ‘starting point for workers training for health, safety and environment qualifications’. Dit houdt in dat de betrokken werknemers een algemene basisopleiding hebben gevolgd ter bewustmaking van het belang van veilig en gezond werken. De HSE zelf laat weten dat zij deze benadering niet erg efficiënt vindt en pleit daarom voor een algemeen geldend en geharmoniseerd veiligheidspaspoort. De organisatie moedigt daarom de verschillende beherende instanties aan om het aantal opleidingsschema’s wederzijds te erkennen om het aantal veiligheidspaspoorten voor ondernemingen en zelfstandigen die werkzaam zijn in meer dan één activiteitsector te beperken. Maar verder komt zij er niet in tussen, conform de Angelsaksische gewoontes wordt alles in de handen gelegd van de ondernemingen zelf, al dan niet georganiseerd in beroepsorganisaties.

Twee belangrijke systemen
Twee systemen domineren de markt in de UK: de Client contractor national safety group (CCNSG, die een veiligheidspaspoort uitgeeft voor technisch georiënteerde dienstverlenende bedrijven die meestal werken voor de energie- en chemische sectoren) en de Construction skills certification scheme (CSCS), dat hoofdzakelijk gebruikt wordt in de bouwsector.

CCNSG-veiligheidspaspoort
Voor het CCNSG-veiligheidspaspoort is een opleidingscursus nodig van twee dagen. Deze wordt ook in het Pools aangeboden, omdat in sommige streken van Engeland (bv. het Noord-Westen) een groot deel van de manuele arbeid wordt uitgevoerd door Polen.

CSCS-veiligheidspaspoort
Het CSCS-veiligheidspaspoort is niet veel meer dan een testbatterij die elektronisch wordt afgenomen op basis van de verworven beroepskennis. Maar zelfs dan heeft de CSCS-pas, verleend door een vzw die paritair beheerd wordt door werkgevers en vakbondsorganisaties, één groot voordeel: hij kreeg de vorm van een soort bankkaart, die kan worden afgelezen of aangevuld via een smartphone of een tablet voorzien van een app. Die app kan gratis worden gedownload van de CSCS-website.

Het is wellicht om die redenen dat de CSCS-badge courant wordt geëist door het merendeel van hoofdaannemers die een groot deel van de werf uitbesteden aan subcontractors. De badge wordt in de praktijk aangewend om na te gaan wie op de werf is, omdat hij vaak gebruikt wordt voor de toegangscontrole, en dus toelaat om een evacuatielijst te genereren. Ook de aanwezigheid op vergadering als een toolboxmeeting via de pas kan eenvoudig worden geregistreerd en dus later nagetrokken.

Nadelen veiligheidspaspoort
Een degelijk preventiebeleid houdt evenwel meer in dan het ter beschikking stellen van opleidingen en dit is precies het zwakke punt van deze benadering. Aangezien de bedrijven zelf kunnen bepalen welk veiligheidspaspoort van toepassing is op de werkzaamheden, is het lang niet zeker dat de opleidingen op een voldoende hoog niveau staan en dat ze alle aspecten van het welzijn afdekken.

Een veiligheidspaspoort is daarenboven geen substituut voor een degelijke risicoanalyse. Het waarborgt niet dat de betrokken werknemer voldoende informatie heeft gekregen over de mogelijke specifieke beroepsrisico’s om de opdracht correct uit te voeren. Het garandeert al zeker niet dat het bedrijf een degelijk preventiebeleid voert. Wel bestaan er National Occupational Standards (NOS) die richtlijnen geven over de noodzakelijke beroepsbekwaamheden die moeten voorkomen op het veiligheidspaspoort, en dit voor een hele reeks functies.

Veiligheidspaspoorten in andere landen
Finland
In Finland bestaat een gelijkaardig systeem als het Engelse. Ook hier worden veiligheidskaarten gebruikt. Deze kaarten attesteren dat de betrokkene enige informatie heeft ontvangen over de veiligheid en de gezondheid op het werk. Deze sessies nemen de vorm aan van een eendaagse opleiding die gegeven wordt door een gecertificeerde opleider.

Zweden
In Zweden bestaat er een gelijkaardig systeem. Eén bepaald bedrijf, SSG Entre, is daar veruit de marktleider en organiseert deze opleidingen via het internet. Het basispakket dat het risicobewustzijn in het algemeen wil stimuleren werd reeds gevolgd door ongeveer 170.000 werknemers uit 170 ondernemingen. Daarnaast worden specifieke, technisch georiënteerde cursussen aangeboden; wie daar een van volgt krijgt een bijkomend lijntje op zijn/haar veiligheidspaspoort.

Portugal
Het Portugese systeem is volledig analoog, maar hier is een opleiding van twee dagen vereist. 60.000 van dergelijke kaarten zouden daar al verstrekt zijn.

Ierland
Ook Ierland heeft het veiligheidspaspoort ingevoerd. Het staat daar bekend als de Safe Pass Programme. Zo’n veiligheidspas blijft vier jaren geldig en wordt hoofdzakelijk gebruikt in de bouwnijverheid. Het wordt aangestuurd door de organisatie SOLAS19, die een overheidsinstantie is voor het voortgezette onderwijs in dat land. Het veiligheidspaspoort wordt reglementair opgelegd voor onderaannemers op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen en Ierland  is hiermee een uitzondering op dit vlak.


Bron : Health and Safety Executive (2003) “Passport Schemes for health, safety and the environment: a good practice guide.” 

Gebaseerd op de masterthesis van Jan Van De Kerckhove "Optimization Contractor Management in een International Company" in het kader van de opleiding Master of Science in Safety Engineering, KU Leuven, 2016

: PreventFocus 02/2017