Toezicht op uitbreiding van taken van het Comité

In ondernemingen met 50 tot 99 werknemers die geen ondernemingsraad (OR) hebben, moet het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk (CPBW) de bevoegdheden inzake informatie en consultatie van werknemers (wet van 23 april 2008 – BS 16 mei 2008) op zich nemen. Een koninklijk besluit bepaalt dat het toezicht op de naleving van deze regelgeving opgesplitst wordt over de twee inspectiediensten bij de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Kader
De bevoegdheden voor de toepassing van economische en sociale taken zijn aan het comité pbw toegekend door de wet van 23 april 2008 tot aanvulling van de omzetting van Richtlijn 2002/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 tot vaststelling van een algemeen kader betreffende de informatie en de raadpleging van de werknemers in de Europese Gemeenschap (BS 16 mei 2008). Deze modaliteiten worden overgenomen in artikels 65 tot 65 undecies van de Welzijnswet (hoofdstuk VIII, afdeling 4).
Deze wijziging heeft gevolgen voor ongeveer 2300 comités. Die worden bovenop hun huidige taken belast met de informatie en consultatie van werknemers met betrekking tot bepaalde specifieke economische en financiële materies en bepaalde aspecten van de arbeidsorganisatie en arbeidscontracten (1).
 

Toezicht
De Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk (AD TWW) is voornamelijk bevoegd voor het toezicht op het naleven van de welzijnswet. Dat houdt in de AD TWW instaat voor het toezicht op de werking van het comité voor preventie en bescherming op het werk.
De Algemene Directie Toezicht op de Sociale Wetten (AD TSW) waakt over de naleving van de sociale wetten en zal, zoals ze dit voor de ondernemingsraden doet, toezien op de naleving van de overgehevelde bevoegdheden naar het comité.
Dit is de interpretatie die moet gegeven worden aan het KB van 8 maart 2009 (2) inzake het toezicht op hoofdstuk VIII, afdeling 4, onderafdeling 2 van de welzijnswet. Deze regelgeving trad op 25 maart 2009 in werking, dezelfde dag als de verschijning in het staatsblad.
 

In de praktijk
In principe kan men voor een problematiek i.v.m. het comité terecht bij zowel de inspecteurs van AD TWW als bij deze van AD TSW. En indien de problematiek buiten hun bevoegdheid valt, dan geven de inspecteurs dit zelf wel door aan de collega's van de andere directie. Het spreekt echter voor zich dat, indien het gaat over een duidelijk overgedragen bevoegdheid van de ondernemingsraad men zich rechtstreeks wendt tot AD TSW. Wanneer het gaat over de goede werking of welzijnsproblemen dan zijn de inspecteurs van de AD TWW de gesprekspartner.
Eventueel kan in het huishoudelijk reglement van het comité duidelijk worden vastgelegd hoe verweven of gescheiden men deze bevoegdheden wil houden. Het volledig gescheiden houden, is echter niet zo evident of wenselijk omdat de scheidingslijn niet altijd duidelijk is.

Gebaseerd op een tekst van Jan Baten


(1) Zie ook het artikel ‘Bijkomende economische en sociale bevoegdheden voor het CPBW’ (PreventActua 03/2009).
(2) Koninklijk besluit van 8 maart 2009 tot aanwijzing van de ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van hoofdstuk VIII, afdeling 4, onderafdeling 2, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan (BS 25 maart 2009)
Link naar het KB (PreventLex)

 

: PreventActua 07/2009