Smogalarm: maatregelen bij piekconcentraties van fijn stof

De voorbije jaren werden we tijdens de winter steeds geconfronteerd met het smogalarm. De automobilisten zijn het meest vertrouwd met dit fenomeen, aangezien zij tijdens de fijn stofpieken maar 90 km/u mogen rijden op de autosnelwegen, maar het smogalarm heeft nog andere gevolgen voor de bedrijven.

Fijn stof
Er is sprake van een smogalarm wanneer de concentratie van ‘fijn stof’ of smog in de lucht te hoog is. De naam ‘fijn stof’ is niet gestolen, aangezien het gaat om stofdeeltjes met een diameter van minder dan 10 micrometer (PM 10) en minder dan 2,5 micrometer (PM 2,5). De PM10-stofdeeltjes zijn hoofdzakelijk afkomstig van het verkeer (slijtage van de banden, remmen en wegen), de energiesector en de industrie (verbranding van fossiele brandstoffen en uitlaatgassen) de landbouw (opwaaiend stof tijdens het bewerken van de grond). PM2,5 is hoofdzakelijk afkomstig van uitlaatgassen in het verkeer.
Tijdens het grootste deel van het jaar blijven de concentraties van fijn stof eerder beperkt doordat de wind zuivere lucht aanvoert en zo de concentraties fijn stof verdunt tot onschadelijke dosissen. Tijdens windstille periodes, die bij ons meestal in de winter voorkomen, stapelt het fijn stof zich op in de lucht en kunnen de concentraties hoge pieken bereiken. Meestal doen de stofpieken zich voor in de periode tussen 1 november en 31 maart.

Gezondheidseffecten
Het inademen van fijne stofdeeltjes kan zowel op korte als op langere termijn de gezondheid schaden. Daarom wordt aangeraden om tijdens stofpieken geen zware fysieke inspanningen te verrichten.  Wie fysiek labeur verricht, ademt grotere volumes lucht in, en dus ook meer fijn stof. Tijdens een inspanning ademt men bovendien ook dieper in en dringt het fijn stof dieper door in de longen. Fysiek zware taken die grote inspanningen vergen, kunnen beter uitgesteld worden tot wanneer de luchtkwaliteit weer beter is.
Ook wie binnenshuis werkt, ontsnapt niet aan de gevaren van fijn stof. Door de betere isolatie in moderne woningen wordt de binnenlucht minder goed ververst en blijft het fijn stof hangen. Indien gebouwen niet regelmatig geventileerd worden, niet regelmatig ververst wordt, is de kwaliteit van de binnenlucht vaak slechter dan van de buitenlucht.

Europese regelgeving
In 1996 verscheen Richtlijn 1996/62/EG van de Raad van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit (PB 21 november 1996). Deze richtlijn legde grenswaarde en alarmdrempels voor fijn stofconcentraties vast. Artikel 7.3 verplichtte de lidstaten om actieplannen op te stellen “waarin wordt vermeld welke maatregelen bij een dreigende overschrijding van de grenswaarden en/of de alarmdrempels op korte termijn moeten worden genomen om het risico van overschrijding te verkleinen en de duur ervan te beperken”. Er wordt expliciet bij vermeld dat deze maatregelen mogen bestaan uit een “schorsing… van het gemotoriseerde verkeer”.
In 2008 werd deze richtlijn vervangen door richtlijn 2008/50/EG die de lidstaten verplicht om in het komend decennium de uitstoot van fijn stof drastisch in te perken.
In België werd deze regelgeving verder uitgewerkt op het niveau van de gewesten.

Brussel
In Brussel zijn de regels rond fijn stof vastgelegd in het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering tot bepaling van de dringende maatregelen om piekperiodes van luchtvervuiling door fijn stof en door stikstofdioxiden te voorkomen (BS 24 december 2008). Dit besluit onderscheidt drie verschillende interventiedrempels. Wanneer zo’n drempel bereikt wordt, kunnen de bevoegde ministers besluiten om bepaalde maatregelen op te leggen (zie tabel).

Vlaanderen
In Vlaanderen werd in mei 2006 een protocol afgesloten tussen de Vlaamse regering, de Intergewestelijke cel voor het leefmilieu, de Vlaamse Milieumaatschappij, het Verkeerscentrum Vlaanderen en het Agentschap Infrastructuur. Het protocol voorziet echter slechts één concrete maatregel om de fijn stofpiek te bestrijden. Wanneer gedurende minstens twee opeenvolgende dagen een fijn stofconcentratie van PM10 van 70 mg/m3 wordt verwacht, wordt de maximumsnelheid op de snelwegen en verschillende ringwegen teruggebracht van 120km/u naar 90 km/u.

Wallonië
In Wallonië werd in oktober 2008 het ‘Plan d'action en cas de pic de pollution par les poussières fines’ voorgesteld. Het plan is gedetailleerder dan het Vlaamse protocol en maakt onder andere een onderscheid tussen maatregelen voor het volledige Waalse gewest en maatregelen die enkel van toepassing zijn op een beperkt gebied (vooral dan de industriezones van Charleroi en Luik/Engis, waar vaak hoge concentraties fijn stof geregistreerd worden). Bovendien worden ook 3 interventiedrempels onderscheiden. Telkens wanneer een interventiedrempel bereikt wordt, beslissen de betrokken partijen in onderling overleg welke maatregen zullen genomen worden om de PM10 uitstoot te verminderen. Zo worden in overleg met de meest vervuilende bedrijven lijsten opgesteld met maatregel die deze ondernemingen tijdelijk kunnen nemen om de uitstoot van fijn stof te verminderen (bepaalde activiteiten enkele dagen uitstellen,…).
 

Welke maatregelen kunnen ondernemingen nemen?
-    Informeer naar de luchtkwaliteit. Via www.pollutiepiek.be (Brussel) of www.ircel.be (Vlaanderen en Wallonië) kunnen ondernemingen op de hoogte blijven van de hoeveelheid fijn stof in de lucht en weten ze minstens 24 u op voorhand wanneer er een smogalarm aankomt
-    Stel een coördinator aan (eventueel de mobiliteitsmanager) die de nodige voorbereidingen treft. Deze persoon zal ook de nodige afwijkingen op een het rijverbod (Brussel) moeten aanvragen bij de burgemeester van de gemeente waar de hoofdzetel is gevestigd.
-    Informeer bij het begin van de winter de werknemers over de maatregelen die zullen genomen worden tijdens pollutiepieken.
-    Zorg dat de voorbereidingen voor de communicatie voor de laatste 24 uur voor een smogalarm klaar is. Werknemers, maar zeker ook chauffeurs moeten in deze periode op de hoogte gebracht worden over wat er hen te doen staat. Brusselse bedrijven moeten een regeling treffen in het geval er een alternerend rijverbod afgekondigd wordt.
-    Neem de nodige maatregelen op in het bedrijfsvervoerplan (carpooling, openbaar vervoer,…) zodat werknemers te plaatse raken. Moedig thuiswerk aan tijdens het smogalarm of probeer de uren van aankomst en vertrek van de werknemers te spreiden. Laat werknemers die in het stelsel van een vierdagenweek werken hun vrije dag opnemen tijdens het smogalarm.
-    Verlaag de temperatuur in kantoorgebouwen tot 20°C tijdens het smogalarm.

 


Interventiedrempel

Grens

Maatregelen

Brussels Gewest

Interventiedrempel 1

Gemiddelde dagconcentratie PM10 tussen 71 en 100mg/men maximale dagconcentratie NO2 tussen 151 en 200mg/m3

- Snelheid beperkt tot 90 km/u op de Brusselse ring en 50 km/u op andere wegen

 

Interventiedrempel 2

Gemiddelde dagconcentratie PM10 tussen 101 en 200mg/men maximale dagconcentratie NO2 tussen 201 en 400mg/m3

 

- Alternerend rijden (rijverbod voor voertuigen met even nummerplaat, de dag erop voor oneven nummerplaten)
- Rijverbod voor vrachtwagens tussen 7 en 10u en 17u en 20u.
- Geldt niet voor taxi’s, zeer milieuvriendelijke wagens en prioritaire voertuigen.
- Aanbod van de openbaar vervoersmaatschappijen wordt uitgebreid en gratis gemaakt.
- Maximumtemperatuur van 20°C in gebouwen waar activiteiten uit de tertiaire sector worden verricht.

Interventiedrempel 3

Gemiddelde dagconcentratie PM10 hoger dan 200mg/men maximale dagconcentratie NO2 hoger dan 400mg/m3

 

- Volledig rijverbod (behalve op de Ring), behalve voor taxi’s, zeer milieuvriendelijke wagens en prioritaire voertuigen.
- Aanbod van de openbaar vervoersmaatschappijen wordt uitgebreid en gratis gemaakt
- Maximumtemperatuur van 20°C in gebouwen waar activiteiten uit de tertiaire sector worden verricht.

Vlaams gewest

Wanneer gedurende minstens twee opeenvolgende dagen een fijn stofconcentratie van PM10 van 70mg/mwordt verwacht

 

de maximumsnelheid op de snelwegen en verschillende ringwegen beperkt tot 90 km/u.

Waals gewest

Interventiedrempel 1

Gemiddelde dagconcentratie PM10 tussen 70mg/men 99mg/m3

 

- Maximumsnelheid van 90 km/u op snelwegen
- Industrie: beperking van uitstoot (bv. vervuilende activiteiten enkele dagen uitstellen)
- Sensibiliseren van het publiek over de gezondheidsgevaren van fijn stof
- Beperking van de verwarming in openbare gebouwen
- Eventueel complementaire maatregelen op lokaal niveau

Interventiedrempel 2

Gemiddelde dagconcentratie PM10 tussen 100mg/men 199mg/m3

-Versterking van het aanbod openbaar vervoer + eventueel openbaar vervoer gratis
- Industrie: meer ingrijpende verlaging van de uitstoot (bv. productiedaling, tijdelijk stopzetten van bepaalde procédés)
- Eventueel complementaire maatregelen op lokaal niveau

Interventiedrempel 3

Gemiddelde dagconcentratie PM10 minstens 200mg/m3

- Idem als bij interventiedrempel 2, maar met strengere eisen

 

: PreventActua 03/2011