Opinie: nieuwe rol arbeidsarts in strijd tegen coronavirus

De arbeidsartsen hebben van de overheid controletaken gekregen om te helpen verzekeren dat de werkgevers de maatregelen toepassen om de verspreiding van het SARS-CoV-2-virus te beperken. Maar is dat wel een goed idee?

Controletaken
Op 12 januari is in het Belgisch Staatsblad een nieuw ministerieel besluit verschenen, met nieuwe veiligheidsmaatregelen in het kader van de coronapandemie. In dit besluit worden ook controletaken toebedeeld aan de preventieadviseurs-arbeidsartsen. Zij kunnen vanaf nu coronatests en attesten opvragen aan de werknemers die ze tegenkomen op de werkvloer, om het bewijs te leveren dat die de Covid-19-maatregelen naleven.
 
Overtredingen melden
Deze wettekst is in overeenstemming met een eerdere oproep van de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk. In oktober van vorig jaar stelde de arbeidsinspectie namelijk vast dat er “ondanks de enorme bewustmaking en opgestelde adviezen rond het nemen van (corona)maatregelen”, deze niet overal even consequent werden nageleefd. Ze vroegen de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk dan ook om zware overtredingen aan hen te melden, opdat zij dan onmiddellijk een “onderzoek konden opstarten en passende maatregelen nemen”.
 
Insider’s view
Ik begrijp de logica wel. De vraag is dan ook niet nieuw. Al tientallen jaren vraagt de arbeidsinspectie aan de arbeidsartsen om problemen proactief aan hen te melden. De arbeidsartsen hebben dan ook een insider’s view, en komen heel wat te weten van zowel werknemers- als werkgeverskant. Ik kan hier persoonlijk van getuigen. Wat ik in mijn jaren als arbeidsarts al ben tegengekomen tijdens de jaarlijkse rondgangen, en over welke soms hallucinante situaties werknemers vertelden tijdens de periodieke onderzoeken! Je houdt het haast niet voor mogelijk. Dus waarom zouden we dit niet melden aan de arbeidsinspectie?
 
Eigen ervaring
Ik heb dit ook al eens gedaan. Een twintigtal jaar geleden, toen ik nog een jonge, lichtjes naïeve arbeidsarts was.
 
Onveilige situaties
Er was een onderneming die heel, maar dan echt heel lichtvaardig omging met veiligheid. Dit was me al enkele keren verteld door de werknemers die ik op onderzoek te zien kreeg, en ik kon het met eigen ogen zien tijdens de rondgang. IJverig meldde ik dat uitvoerig in het bedrijfsbezoekverslag, met foto’s en duiding van alle issues die ik tegenkwam, en vervolgens kaartte ik het ook aan op het comité. Verontwaardiging van de werknemerskant over het gebrek aan veiligheid; beloftes van aanpak van de werkgeverskant. Maar het bleef bij gebabbel en gemor; concreet gebeurde er niets. Toen ik een jaar later een nieuwe rondgang deed, kon ik mijn vorige verslag volledig hergebruiken, met enkel de toevoeging van de woorden “nog altijd” bij de dingen die “niet in orde” waren. 
 
Vertrouwenspositie kwijt
Plichtsbewust meldde ik de situatie aan de arbeidsinspectie. Die ging enkele maanden later ook effectief langs bij de onderneming, en stelde (zoals verwacht) een hele waslijst van non-conformiteiten vast. Lang verhaal kort: de werkgever werd zeer bedreven in het op papier ‘conformiseren’ van de vastgestelde problemen, en het verbergen van de echte issues. Ook voor mij. De werknemers durfden me ook niet meer zo goed te zeggen wat er schortte, want hun werkgever verzuchtte dat al die (voornamelijk administratieve) rompslomp van de inspectie veel onnodig werk en kosten met zich meebracht. Ik was mijn vertrouwenspositie kwijt, en werd gezien als een semi-arbeidsinspecteur.
 
Al doende leert men
Mettertijd heb ik geleerd op welke wijze ik de grootste impact kon hebben. In mijn verslagen focuste ik me enkel op de belangrijkste gezondheidsrisico’s, legde ik uit wat de nadelige gevolgen voor zowel werknemer als werkgever zouden kunnen zijn, en gaf ik ook aan wat men concreet zou kunnen doen, en hoe. De kabels die niet correct in een kabelgootje zaten en de stopcontacten die niet meer helemaal vast zitten in de muur? Please. Ik maakte er soms wel melding van tijdens de rondgang, maar niet meer in het verslag; het leidt enkel de aandacht af van de belangrijkste issues.
 
Adviseren en sensibiliseren
Uiteindelijk zijn we allemaal mensen die het goed bedoelen; er is geen inherente evil employer. Maar we spelen wel allemaal een rol en gedragen ons daar ook naar. De ‘werkgever’ (of de mensen die deze vertegenwoordigen) heeft in eerste instantie de opdracht om de zaak te doen draaien, en liefst ook een goede portie winst te maken. En uiteraard willen die mensen ook dat daarbij al de werknemers veilig en gezond hun werk kunnen doen, en dat ook nog eens gelukkig en intrinsiek gemotiveerd. Maar dat is vaak gemakkelijker gezegd dan gedaan. En dan kan de arbeidsarts hier soms bij helpen, met advies over wat belangrijk is en wat men kan doen. Dat is onze rol. Niet de roe bovenhalen om hardleerse werkgevers (of werknemers) op de vingers mee te tikken, maar adviseren en sensibiliseren.
 
Helpen oplossingen vinden
Zo is er heus geen enkele werkgever die een “verborgen agenda” heeft om het SARS-CoV-2-virus te helpen verspreiden. Iedereen wilt uiteraard de “nodige maatregelen” nemen. Maar dat blijkt niet altijd even eenvoudig. Oude gewoontes zijn moeilijk af te leren. Dus als de arbeidsinspectie vaststelt dat ondanks hun “enorme bewustmaking” de maatregelen niet consequent worden nageleefd, dan is het zinvol dat wij arbeidsartsen daar vanuit onze objectieve en onafhankelijke rol, maar mét het vertrouwen van zowel de werkgevers als de werknemers, helpen om oplossingen te vinden.
 
Maar om als ‘kaartjescontroleurs’ te gaan nakijken of de werknemers die we tegenkomen daar wel aanwezig mogen zijn, en overtredingen steevast te gaan doorvertellen aan de arbeidsinspectie? Dat zou onze langdurig opgebouwde vertrouwensrelatie volledig ondergraven, met een negatieve impact op het welzijn van de medewerkers.
 
Over de auteur: Edelhart Kempeneers is arts-specialist in de arbeidsgeneeskunde. Hij is medisch directeur bij Attentia.
: preventActua 04/2021