Ontslagbescherming van de deeltijdse preventieadviseur

Vaak heeft een preventieadviseur naast zij taken als preventieadviseur ook nog andere bevoegdheden, waardoor hij slechts deeltijds als preventieadviseur werkt en deeltijds als gewone werknemer. Hoe zit het in dergelijke gevallen dan met de bescherming tegen ontslag?
Interne preventieadviseur is verplicht
Elke werkgever is verplicht om een Interne dienst voor preventie en bescherming op het werk (IDPBW) op te richten, die op minstens één preventieadviseur kan rekenen. De taak van de interne preventieadviseur bestaat erin de werkgever en de werknemers bij te staan als het gaat over de invoering van preventiemaatregelen die betrekking hebben op het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk (wet betreffende het welzijn van de werknemers van 4 augustus 1996, art. 33). In ondernemingen van minder dan 20 werknemers kan de werkgever deze functie van preventieadviseur zelf op zich nemen.

Bescherming tegen ontslag
De bepalingen betreffende de bescherming van de preventieadviseur tegen ontslag zijn opgenomen in de wet van 20 december 2002 betreffende de bescherming van de preventieadviseurs (BS van 20 januari 2003, afgekort de Wet op de bescherming). Deze bescherming tegen ontslag moet de interne preventieadviseur in staat stellen om doeltreffend en volledig onafhankelijk te werken.
Volgens het wettelijk stelsel heeft de bescherming tegen ontslag betrekking op de hoedanigheid van preventieadviseur zelf, met andere woorden: de preventieadviseur kan zich maar op deze bescherming beroepen als hij aan de voorwaarden van deze functie voldoet. Deze voorwaarden staan vermeld in art. 2 van de wet op de bescherming van de preventieadviseurs:
- hij heeft met de werkgever een arbeidsovereenkomst afgesloten;
- hij wordt effectief door deze werkgever tewerkgesteld;
- hij is lid van een interne dienst voor preventie en bescherming op het werk;
- hij staat de werkgever en werknemers bij voor maatregelen die betrekking hebben op het welzijn op het werk.
De ontslagbescherming is echter niet exclusief voorbehouden aan de voltijdse preventieadviseurs. De interne preventieadviseur die slechts een gedeelte van zijn tijd aan hem taken van de preventieadviseur besteedt en voor de rest andere functies bekleedt, kan zich eveneens op bescherming tegen ontslag beroepen indien hij voldoet aan de voorwaarden die eigen zijn aan zijn functie.

Contractbeëindiging
De werkgever kan de overeenkomst met de preventieadviseur enkel beëindigen of hem uit zijn functie verwijderen, om redenen die los staan van zijn onafhankelijkheid
of om redenen waaruit blijkt dat hij niet bekwaam is om zijn opdrachten uit te voeren. Wanneer hij overweegt om de arbeidsovereenkomst van een interne preventieadviseur te verbreken, dient hij een specifieke procedure te volgen, die hem verplicht om, tegelijkertijd:
1¡ aan de preventieadviseur, per aangetekende brief, de reden van het ontslag en het beëindigen van de arbeidsovereenkomst mee te delen, mét het bewijs van de redenen;
2¡ van te voren aan de leden van het Comité voor de Preventie en de Bescherming op het Werk (1) met een aangetekend schrijven te verzoeken om hun akkoord aangaande de opzegging van de overeenkomst. De werkgever voegt een kopie toe van de brief die aan de interne preventieadviseur in kwestie werd gezonden.
Deze procedure is in een aantal gevallen echter niet van toepassing (zie omkaderde tekst hieronder).

Gevallen waarin de procedure voor contractbeëindiging van een preventieadviseur niet van toepassing is:
- ontslag om ernstige reden;
- sluiting van het bedrijf of collectief ontslag;
- de preventieadviseur maakt zelf een einde aan de overeenkomst of de duur waarvoor de overeenkomst werd afgesloten, is verstreken;
- tijdens de proefperiode.
Wet op de bescherming, art. 4.

Akkoord van het comité
Indien het comité akkoord gaat, kan de werkgever de arbeidsovereenkomst van de interne preventieadviseur beëindigen mits het naleven van de wettelijke bepalingen (inzake de opzegtermijn). Indien de preventieadviseur niet akkoord gaat met de beëindiging van de overeenkomst, kan hij de arbeidsrechtbank verzoeken om vast te stellen dat afbreuk is gedaan aan zijn onafhankelijkheid of dat de aangevoerde redenen betreffende de onbekwaamheid, niet bewezen zijn.
Indien er geen akkoord is van het comité of het comité niet binnen een redelijke termijn (niet bepaald) advies verleent, mag de werkgever niet overgaan tot de beëindiging van de overeenkomst van de interne preventieadviseur. Wanneer de werkgever toch bij zijn voornemen blijft de overeenkomst te beëindigen, dient hij een bepaalde juridische procedure te volgen, waar we hier niet verder op ingaan.

Beschermingsvergoeding
De werkgever is in de volgende gevallen aan de interne preventieadviseur een vergoeding verschuldigd wegens contractbreuk:
- wanneer de werkgever de krachtens de wet voorgeschreven procedures niet volgt;
- wanneer de arbeidsrechtbank of het arbeidshof erkent dat er afbreuk is gedaan aan de onafhankelijkheid van de preventieadviseur of wanneer de aangevoerde redenen betreffende de onbekwaamheid om zijn opdrachten uit te oefenen niet bewezen zijn;
- wanneer de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt ondanks het feit dat de arbeidsrechtbank of het arbeidshof zijn redenering niet heeft gevolgd.

Berekening van de vergoeding
De beschermingsvergoeding is gelijk aan het huidige normale loon over een periode van 2 of 3 jaar, naargelang de interne preventieadviseur minder of meer dan 15 jaar dienst heeft in deze hoedanigheid. Deze jaren dienst worden berekend op basis van het aantal kalenderjaren gedurende dewelke de interne preventieadviseur zijn functie bij de werkgever heeft uitgeoefend.
Indien de preventieadviseur bij de werkgever, behalve de functie van preventieadviseur ook nog een andere functie uitoefent, wordt de vergoeding bepaald op basis van het percentage van de tijd dat de persoon werkte als preventieadviseur. Indien de persoon bijvoorbeeld gedurende 30% van zijn tijd als preventieadviseur werkte (en 70% als gewone werknemer), wordt de vergoeding berekend op 30% van zijn loon als preventieadviseur.
Daarom is het belangrijk om zeer duidelijk de daadwerkelijke duur te bepalen van de prestaties van de interne preventieadviseur die zijn wettelijke taken in het kader van een deeltijdse arbeidsovereenkomst uitvoert.
De beschermingsvergoeding mag niet worden verhoogd met andere specifieke vergoedingen voor bescherming tegen ontslag die zijn bepaald in toepassing van andere wetten en besluiten met betrekking tot arbeid (bijvoorbeeld inzake tijdskrediet).

Gebaseerd op een tekst van Damien Stas de Richelle, advocaat, DLA Piper UK LLP

(1) indien er geen comité is, de vakbondsafvaardiging; indien er geen vakbondsafvaardiging is, de werknemers zelf.
: PreventActua 19/2009