Nieuwe en strengere grenswaarden voor carcinogene en mutagene agentia

Door een aanpassing van de Europese richtlijn over de bescherming van werknemers tegen kankerverwekkende stoffen zijn er 11 nieuwe grenswaarden en 2 strengere grenswaarden bepaald. De lidstaten hebben tot 17 januari 2020 om aan deze richtlijn te voldoen.

Wettelijk kader
Richtlijn 2017/2398/EU verscheen op 27 december in het Publicatieblad. Deze richtlijn wijzigt richtlijn 2004/37/EG betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (omgezet in Belgisch recht door de Codex, VI.2-1 tot VI.2-15, voorheen KB Kankerverwekkende agentia van 2 december 1993).

Grenswaarden
De wijzigingsrichtlijn legt blootstellingsgrenswaarden vast voor 11 kankerverwekkende agentia die niet in de richtlijn waren opgenomen. Het gaat om: respirabel kristallijn silicastof, 1,2-epoxypropaan, 1,3-butadieen, 2-nitropropaan, acrylamide, bepaalde chroom (VI)-verbindingen, ethyleenoxide, o-toluïdine, vuurvaste keramische vezels, broomethyleen en hydrazine.
Op basis van recente wetenschappelijke gegevens bepaalt de richtlijn ook herziene grenswaarden voor vinylchloridemonomeer en stof van hardhout.
Sommige van deze 13 kankerverwekkende stoffen, zoals "respirabel kristallijn silica" (zie kader), chroom(VI)-verbindingen, stof van hardhout of hydrazine zijn voor zeer grote aantallen werknemers van belang. Andere chemische stoffen worden minder vaak gebruikt, maar worden als prioritair beschouwd omdat het aantal kankergevallen hoog is in verhouding tot het aantal blootgestelde werknemers.

Respirabel kristallijn silica
In bijlage I van de richtlijn worden "Werkzaamheden waarbij men wordt blootgesteld aan door een werkprocedé gegenereerd respirabel kristallijn silicastof" opgenomen. Hiermee wordt verwezen naar stof dat ontstaat bij de mijnbouw, in steengroeven, bij de aanleg van tunnels en wanneer silicahoudende materialen zoals beton, bakstenen of natuursteen worden gezaagd, vergruisd of vermalen. Het is een van de belangrijkste oorzaken van silicose (stoflongziekte) en van werkgerelateerde longkanker.
Voor dit kankerverwekkend agens is in bijlage III van de richtlijn de blootstellingsgrenswaarde van 0,1 mg/m3 respirabele fractie vermeld.
In de richtlijn is bovendien expliciet vermeld dat de EU Commissie zal evalueren of de grenswaarde voor respirabel kristallijn silica nog aangepast moet worden.

 

Voor 2 grenswaarden zijn nog overgangsperioden voorzien nl.
- Chroom VI: de grenswaarde is 0,010 mg/m³ tot en met 17 januari 2025 en vervolgens 0,005 mg/m³. Voor lassen, plasmasnijden of soortgelijke processen met rookontwikkeling is er een afwijking:  0,025 mg/m3 tot en met 17 januari 2025
- Stof van hardhout: de grenswaarde is 3 mg/m3 tot en met 17 januari 2023 en vervolgens 2 mg/m³.

Andere aanpassingen
In de richtlijn wordt het principe van voortgezet gezondheidstoezicht opgenomen. Er is ook voorzien dat de EU Commissie uiterlijk in het eerste kwartaal van 2019 moet nagaan of het toepassingsgebied van deze richtlijn uitgebreid moet worden met reprotoxische stoffen. In België is dit trouwens reeds het geval (Codex, Boek VI, Titel 2 - Kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische agentia) (meer hierover)

Verdere stappen
De lidstaten hebben tot 17 januari 2020 om aan deze richtlijn te voldoen. Daarnaast zijn er nog bijkomende aanpassingen van richtlijn kankerverwekkende agentia op komst. In 2017 en in 2018 heeft de EU Commissie  voorstellen uitgevaardigd met strengere regels voor resp. 7 en 5 agentia (meer hierover).

Richtlijn 2017/2398/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot wijziging van Richtlijn 2004/37/EG betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico’s van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk

Verder lezen
Studie RIVM over impact van werkgerelateerde kankers
Codex, Boek VI, Titel 2 - Kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische agentia (PreventLex)

: PreventActua 03/2018