Moeder of vader aan de haard, of geen van beiden?

Voltijds werk is het meest gangbare werkpatroon binnen de Europese Unie. Het systeem van flexibele werkuren lijkt een oplossing om werk en privé met elkaar te verzoenen. Er valt tussen de lidstaten onderling evenwel nogal wat verschil te noteren over de mogelijkheden die op dit vlak bestaan. De Europese Stichting voor de Verbetering van de Levens- en Werkomstandigheden heeft een nieuw rapport uit over de combinatie van gezin en voltijds werk.

Flexibel werken
De gezinspatronen en de eisen op de huidige arbeidsmarkt hebben in de loop van de laatste decennia structurele veranderingen ondergaan. Werkende ouders hebben een probleem om een goede balans te vinden tussen professionele en familiale verplichtingen. Flexibele werktijden worden daarin gezien als een mogelijke oplossing. De overgrote meerderheid van de Europese werknemers werkt voltijds en het rapport concentreert zich dan ook op deze groep. Deeltijds werken wordt in veel landen ook als een vorm van flexibel werken gezien.

Man – vrouw, en kinderen
Het algemene tewerkstellingspatroon in Europa voor mannen is zeer homogeen: meer dan 90% van de mannen werkt voltijds. Voor vrouwen ligt de zaak enigszins anders. Er zijn drie verschillende tewerkstellingspatronen te onderscheiden:
- hoge tewerkstellingsgraad, hoofdzakelijk voltijds werk (Finland, Portugal, de meeste Oost-Europese landen);
- hoge tewerkstellingsgraad, met meer dan 20% halftijdse tewerkstelling (Centraal-Europa, Verenigd Koninkrijk, Ierland, Nederland);
- lage tewerkstellingsgraad, hoofdzakelijk voltijds werk (Zuid-Europa).

Het rapport wil nagaan hoe flexibele werktijden het familieleven beïnvloeden en kijkt daarom ook naar het verschil tussen personen met en personen zonder kinderen. De gemiddelde vruchtbaarheidsgraad De vruchtbaarheidsgraad is het gemiddeld aantal kinderen dat een vrouw verwacht wordt te krijgen tijdens haar leven. in de EU is 1,46 Voor België is de vruchtbaarheidsgraad 1,65.. De laagste score is opgetekend in de Oost-Europese landen en, misschien merkwaardig, in de landen met de laagste tewerkstellingsgraad voor vrouwen. In bijna alle landen ligt de tewerkstellingsgraad van moeders overigens hoger dan die van andere vrouwen.

Culturele en institutionele verschillen
De situatie op de arbeidsmarkt is mede beïnvloed door de institutionele verschillen tussen de lidstaten. De systemen voor van overheidswege georganiseerd en gesubsidieerd zwangerschaps- en ouderschapsverlof zijn immers niet gelijk in alle landen van de EU. Er zit heel wat verschil op de rechten, de toegestane duur en de uitgekeerde premies. Ook de kinderopvang is een belangrijke factor: prijzen en beschikbaarheid spelen een belangrijke rol in het al dan niet kiezen voor (voltijds of halftijds) werk.

Daarnaast heeft de culturele betekenis van de rollenpatronen een invloed op het landschap van de arbeidsmarkt. Niet alle EU-landen hebben hetzelfde idee van ‘goed vaderschap’ of ‘goed moederschap’. De sociale aanvaardbaarheid van uithuis werkende moeders of van vaders die minder werken omwille van het gezinsleven verschilt van land tot land. Het institutionele kader weerspiegelt en bevestigt deze ideeën. Deze zaken behoren niet echt tot de kernpunten van dit rapport maar het is toch belangrijk die in het achterhoofd te houden bij het bekijken van de resultaten.

Sleutelkwesties
Het rapport is op een aantal sleutelkwesties gestoten in het kader van het evenwicht tussen werk en gezin.

Een eerste kwestie is het gebrek aan kinderopvang en de hoge kost van privé-opvang in verschillende landen. Alleen Zweedse, Finse en Deense werkende ouders kunnen hun kroost in een openbare kinderopvang achterlaten. In de overige landen bieden informele opvang en solidariteitsnetwerken vaak een uitkomst. Maar deze strategie is uiteraard een zeer kwetsbare oplossing. Bovendien is de meest frequente ‘informele’ oplossing, de grootmoeders, een steeds moeilijker te bereiken groep, omdat ze zelf steeds vaker op de arbeidsmarkt actief zijn.

Een tweede problematiek betreft lange, onregelmatige werktijden en gebrek aan flexibiliteit. Spanje bijvoorbeeld kent een traditie van gesplitste werktijden (morgen en late namiddag), lange werkuren en vaste aanvangs- en einduren. Deze zaken maken het moeilijk om werk en privé met elkaar te verzoenen.
In Estonië klagen vooral de vrouwen over een moeilijk evenwicht tussen werkschema’s en gezin. De job opgeven is voor de meesten onder hen echter geen optie omdat ze het zich niet kunnen veroorloven een inkomen te laten vallen.
Overuren en toenemende werkdruk maken de zaak er niet eenvoudiger op (zie volgende paragraaf).

De laatste hinderende factor is de ongelijke verdeling van het huishoudelijk werk. Het zijn de vrouwen die hier het grootste deel op zich nemen. Het aantal kinderen speelt een rol in de tewerkstellingspatronen van deze groep. Meer kinderen in huis betekent dat vrouwen sneller geneigd zijn minder te gaan werken of om volledig thuis te blijven. De voorkeur gaat naar jobs met voorspelbare uren. De ‘carrièrejobs’ die veel van hun tijd vragen laten ze bijgevolg staan. De gevolgen voor de loopbaan zijn duidelijk, aangezien de belangrijke jaren voor de uitbouw van de carrière (van 26 tot 40 jaar) net die jaren zijn waar ze het meeste aandacht moeten besteden aan het huishouden. En aangezien de mannen minder geneigd zijn hun werkschema aan te passen, blijven ze aan hun carrière timmeren.
Mannen kunnen makkelijker beschikken over flexibele uurroosters maar dat betekent niet noodzakelijk dat ze dit gegeven aanwenden om bij te springen bij de huishoudelijke activiteiten. Ze beginnen bijvoorbeeld ’s morgens heel vroeg of stoppen later met werken. Boodschappen doen, de kinderen naar de kinderopvang of naar school brengen, de kinderen ophalen,... het behoort tot het takenpakket van de vrouw.

Flexibiliteit is niet altijd positief
Flexibele werkuren worden vaak gezien als een oplossing voor het evenwicht tussen werk en privé. Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen ‘positieve’ en ‘negatieve’ flexibiliteit.
Positieve flexibiliteit verwijst naar de mogelijkheid om flexibele werkuren te gebruiken voor eigen noden. Negatieve flexibiliteit verwijst naar tijd die gaat naar de job of naar de noden van de overste: overuren, onverwachte veranderingen in werkschema’s,... Flexibiliteit kan m.a.w. een gewenste of een ongewenste indeling van het werkrooster betekenen. Het is duidelijk dat de positieve flexibiliteit heel belangrijk is voor het evenwicht gezin-privé. De negatieve daarentegen kan dit evenwicht bemoeilijken.

De werknemer kan tevreden zijn met het presteren van overuren omdat die meer inkomen of meer verlof opleveren. Maar zelfs in dat geval worden overuren als negatieve flexibiliteit beschouwd. Ze komen in geen geval het evenwicht werk-gezin ten goede en op den duur hebben ze negatieve gevolgen voor de werknemer, zowel fysiek als mentaal.
Ook de voorspelbaarheid van het uurrooster is een factor van belang. Een voorspelbaar uurrooster wijzigt niet op het laatste moment en is lange tijd op voorhand voorspelbaar voor de werknemer. Dergelijk uurrooster is evenwel een mes dat aan twee kanten snijdt. Enerzijds kan een werknemer gebonden zijn aan de vastgelegde uren, zonder mogelijkheid daarvan af te wijken, ook niet in het geval van kleine familiale ‘noodgevallen’. Anderzijds kan hij/zij er wel op rekenen dat er geen overuren moeten gepresteerd worden of dat er geen plotse veranderingen in het uurschema de kinderopvang in de war zullen sturen. Vooral werkende moeders voelen zich goed bij een vast uurrooster. De tabel toont aan dat ouders met hetzelfde niveau van flexibiliteit in hun werktijd minder tevreden zijn met het evenwicht werk-privé dan ouders die hetzelfde aantal uren werken en een vast uurrooster hebben.

Onderhandeling
Flexibele werktijden zijn vaak gelinkt aan hogere functies en aan jobs waar een hogere scholing voor vereist is. Een uitzondering vormen de vrouwen in de onderwijs- en verzorgingssector. Paradoxaal genoeg wordt bij deze groep de werktijd ook constant uitgerokken. De theoretische mogelijkheid om de werktijd zelf in te delen leidt tot niets als het aantal totale werkuren te hoog ligt.

Deeltijds werk
De overgrote meerderheid van deeltijdse werkers in de EU bestaat uit vrouwen. Deeltijds werk wordt in veel landen beschouwd als een vorm van flexibel werken.
Enerzijds geldt het als een goede manier om werk en gezin te combineren en laat het vrouwen toe een evenwicht te vinden tussen carrière en kinderen. In deze context geldt deeltijds werk als een vrijwillige keuze.
Anderzijds is deeltijds werk soms een teken van een slechtere positie op de arbeidsmarkt: geen interessante jobs, laag inkomen, onvrijwillig (de persoon zou liever voltijds werken als dit zou kunnen),... In bepaalde gevallen kan deeltijds werk zelfs meer moeilijkheden met zich meebrengen voor het evenwicht werk-gezin dan een voltijdse job.

Het rapport: Combining family and full-time work, European Foundation for the Improvement of Living and Working Conditions, 2005

: PreventFocus