Meerkosten ten gevolge van het nieuwe prestatie- en tariferingssysteem

In parlementaire vraag nr. 973 werd minister Peeters de vraag gesteld wat de evaluatie van de nieuwe tarificatie precies zal betekenen en hoe er met de situatie van kinderdagverblijven rekening zal gehouden worden. De minister verwijst in zijn antwoord naar de Vaste Commissie Tarieven en Prestaties

Nieuwe systeem
Op 1 januari 2016 is er een nieuw prestatie- en tariferingssysteem in werking getreden als gevolg van de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit van 27 november 2015 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk wat betreft de tarifering. De forfaitaire minimumbijdrage wordt bepaald in functie van de hoofdactiviteit van de werkgever, die in een van de vijf vastgestelde tariefgroepen wordt ingedeeld op grond van de NACE-code van de onderneming. Meer over de tarifering

Probleem voor sommige vzw’s
In de praktijk stelt men evenwel vast dat die nieuwe regelgeving aanzienlijke meerkosten genereert, met name voor bepaalde vzw's.
Een concreet voorbeeld: de kinderdagverblijven vallen onder tariefgroep 4 (bijdrage van 81 euro/werknemer + dossierkosten). Ze zijn aan medisch toezicht onderworpen, niet omdat het personeel met kinderen werkt, maar omdat het in contact komt met voedingsmiddelen. Het Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) eist dat er om de drie jaar een medisch onderzoek wordt uitgevoerd. Een kinderdagverblijf met risicograad 4 dat drie werknemers in dienst heeft en waarvoor de forfaitaire bijdrage per werknemer 81 euro bedraagt plus 150 euro dossierkosten, moet dus een jaarlijkse forfaitaire bijdrage van 393 euro betalen.

Vragen
Wat zal er in 2017 precies geëvalueerd worden?
Hoe zal er rekening worden gehouden met de specifieke situatie van de vzw's, meer bepaald van de kinderdagverblijven?

Antwoord van de minister
Bij ministerieel besluit van 2 juni 2016 werd een Vaste Commissie Tarieven en Prestaties opgericht in de schoot van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het werk, die belast is met de concrete uitwerking van deze monitoring. In deze Commissie zetelen naast vertegenwoordigers van de vereniging van externe diensten voor preventie en bescherming op het werk (Co-Prev), ook werknemers- en werkgeversvertegenwoordigers uit zowel de private als de openbare sector, inclusief deze uit de sociale sector. Op die manier zal het mogelijk zijn om bij de monitoring op voldoende wijze rekening te houden met de specifieke situatie van de verschillende betrokken partijen.


Bron: Vraag nr. 973 van de heer volksvertegenwoordiger Michel de Lamotte van 04 augustus 2016 (Fr.) aan de vice-eersteminister en minister van Werk, Economie en Consumenten, belast met Buitenlandse Handel

: PreventActua 22/2016