Hyplast slaat handen in elkaar voor ongevallenvrij bedrijf

Wie voor de taak staat om een preventiebeleid uit de grond te stampen, kan de moed wel eens in de schoenen zinken. Maar volgehouden en doordachte inspanningen kunnen op relatief korte termijn vruchten afwerpen. Het bedrijf Hyplast heeft vijf jaar geleden alles op alles gezet en de resultaten zijn er nu ook naar. PreventFocus sprak met Walter Willekens, directeur en met Herwig Chantrain, preventieadviseur, over veiligheidsmentaliteit en over een belangrijke kwestie in hun bedrijf: de preventie van handletsels.
Het bedrijf
Hyplast produceert plastiekfolies (polyethyleen) voor toepassingen in de land- en tuinbouw, de constructie en de industrie. Klerk’s Plastic Recycling n.v., dat op dezelfde bedrijfsterreinen in Hoogstraten gesitueerd is, verwerkt naast de productie-uitval van Hyplast ook externe industrie-uitval tot gerecycleerde grondstof. Hyplast en KPR stellen 145 mensen tewerk. Het bedrijf werkt met een vijfploegensysteem, wat betekent dat verschillende mensen eenzelfde machine moeten kunnen gebruiken. Voor gevaarlijke machines is dit een extra aandachtspunt.

De activiteiten
Voor de productie van polyethyleenfolie gebruikt Hyplast blaasfolie-extrusie. De polyethyleenkorrels worden in een extruder gebracht en dan verwarmd. Een roterende schroef duwt de gesmolten massa voorwaarts. Het gesmolten materiaal wordt in de matrijs op de juiste temperatuur gebracht. Bij het verlaten van de matrijsspleet wordt de massa door middel van de juiste luchtverhouding opgeblazen en afgekoeld en richt zich dan op als een folieballon. Na verdere afkoeling gaat de ballon doorheen de walsen en wordt zo dubbel gevouwen. Ten slotte wordt de folie opgerold en is die klaar voor verdere verwerking. De folie kan uit één laag (mono-extrusie) of meerdere lagen (co-extrusie) bestaan.

Als de folie ‘geblazen’ is, moet die ook gesneden worden. Het risico op arbeidsongevallen is bij Hyplast dan ook vaak met deze activiteiten verbonden.
Aangezien Hyplast levert aan de land- en tuinbouwsector, kent het ook piekperiodes, gelinkt aan de seizoensgebonden activiteiten van die sector. Oogsten van gras in het voorjaar en van maïs in het najaar zorgt er bijvoorbeeld voor dat tegen die tijd de folie in de groothandel moet liggen. Hyplast doet in die periodes regelmatig een beroep op uitzendkrachten, een kwetsbare groep als het om arbeidsongevallen gaat.

Het begin
2000 was een scharnierjaar op het vlak van veiligheid bij Hyplast. Vóór die datum kon veiligheid bezwaarlijk een prioriteit genoemd worden in het bedrijf, maar met de komst van een nieuwe directeur kwamen ook nieuwe ideeën en nieuwe prioriteiten binnen. Uit een vorig leven wist hij dat de nulgrens op het vlak van arbeidsongevallen werkelijkheid kan worden en hij was alvast ook overtuigd van het belang ervan. Zoals de situatie er op dat moment voorstond, was er wel nog een lange weg te gaan. Dat vond de Technische Inspectie ook, die had al de alarmklok geluid naar aanleiding van de onrustwekkende arbeidsongevallencijfers waarmee het bedrijf toen te kampen had.

De opbouw
De eerste stap was het opstellen van een vijfjarenplan (2000-2004) om allereerst de grootste risico’s weg te werken. Het ging in dit geval om de foliewikkelaars en de inpaklijnen met transportbanden. De machines met allerhoogste risico’s werden buiten dienst gesteld. Voor de andere machines was en is het zoeken naar toepasbare preventiemaatregelen de opdracht. Na enkele jaren zijn de resultaten zichtbaar: de ongevalscijfers zijn gedaald, het recyclagebedrijf heeft zelfs de nulgrens bereikt (zie grafiek). Ook economisch gaan de resultaten in stijgende lijn, wat nogmaals bewijst dat de inspanningen op het vlak van welzijn en economie niet tegenstrijdig zijn. “Maar dat is absoluut geen reden om achteruit te gaan leunen”, zegt Walter Willekens. “We moeten hieraan blijven werken. En bovenal: het gaat om meer dan enkel het aanpassen van machines.”

Veiligheid is een attitude, een houding, gaat hij verder. En het begint bij het management. Dat moet overtuigd zijn van het belang van veiligheid en dat ook uitdragen en duidelijk laten voelen naar de werkvloer toe. Enkele concrete ‘signalen’:

- Het goede voorbeeld geven.
Het lijkt een evidentie, maar wie zelf niet uitvoert wat hij predikt, heeft de strijd op voorhand al verloren. Datzelfde geldt voor een consequente houding. A verkondingen en B toestaan leidt tot ongeloofwaardigheid en tot wrevel op de werkvloer. Als je verklaart dat veiligheid belangrijk is, moet dat in de eerste plaats blijken uit je eigen gedrag. Wanneer een medewerker weigert een veiligheidsattitude aan te nemen, moet er op een weliswaar constructieve maar duidelijke manier gehandeld worden. Enkel op die manier kunnen de krijtlijnen werkelijk vorm krijgen.

- Tijd en middelen vrijmaken
Verkondigen dat er veilig moet gewerkt worden is één ding, daarvoor de mogelijkheid en het kader scheppen is een (onontbeerlijk) andere zaak. De interne dienst voor preventie en bescherming op het werk bestaat bij Hyplast momenteel uit het diensthoofd dat de taak van milieucoördinator en preventieadviseur combineert. Hierbij wordt hij geassisteerd door een voltijdse preventieadviseur in opleiding voor niveau 2 en een assistent milieucoördinator in opleiding niveau A. Deze bezetting is zo gekozen dat de assistenten zich kunnen inwerken tot aan het behalen van hun diploma, waarna het diensthoofd zijn activiteiten en bevoegdheden kan afbouwen tot aan zijn pensioengerechtigde leeftijd.

- Opleidingen
Sinds 2000 zijn er verschillende opleidingen gegeven (zie verder), waarvan enkele buiten het bedrijf. Bij opleidingen in het bedrijf zelf, kan je er van opaan dat de ene of de andere wordt weggeroepen om een bepaald probleem op te lossen. Door de opleiding elders te laten doorgaan – met de extra eraan gepaarde gaande kosten, wordt het signaal gegeven dat de opleiding ook voor het management belang heeft.
    - Open mentaliteit
    Moordend voor een constructieve aanpak is het hanteren van een sanctiebeleid. Als het gevoel heerst dat uit een al dan niet opzettelijke ‘fout’ automatisch een berisping of een straf voortvloeit, wordt de openheid op de werkvloer en tussen de verschillende hiërarchische niveaus genekt. Het is net die openheid die de kracht is van een dynamisch preventiebeleid. Als knelpunten, moeilijkheden, struikelblokken,... geuit kunnen worden, is dat een uiterst waardevolle input voor de preventiedienst en een meerwaarde tout court voor het bedrijfsklimaat. Het comité is een van de plaatsen bij uitstek om deze zaken bespreekbaar te maken. Directeur Walter Willekens is zeer te spreken over de constructieve inbreng van de comitéleden, de comitévergaderingen zijn geen plaats voor politieke spelletjes of een lege formaliteit bij Hyplast. Het resultaat is dat het creatief denken gestimuleerd wordt en de medewerkers zelfs nieuwe toestellen in elkaar steken om veiliger te kunnen werken.

    Opleidingen
    De nieuwe wind die directeur Willekens met zich meebracht, werd nog wat aangewakkerd door de verzekeringsmaatschappij. Ook zij wees het bedrijf erop dat er dringend actie ondernomen moest worden. Een actie die op rekening van de verzekeraar te schrijven is, bestaat uit het fotograferen van risicovolle situaties op de werkvloer om aan de hand daarvan en in overleg met het management van het bedrijf, acties voor te stellen om die situaties te verhelpen. Bij een opvolgingsbezoek zes maanden later bleek dat er nauwelijks iets van de voorgestelde acties uitgevoerd was. Blijkbaar schortte nog een en ander aan de veiligheidsmentaliteit bij de diensthoofden, terwijl bij de rechtstreeks betrokken ploegbazen de wil wel aanwezig bleek, maar de tools ontbraken. Het antwoord op dit hiaat waren een aantal opleidingen voor deze doelgroep, o.a. over het kennen van verantwoordelijkheden en ongevalsanalyse. Mede hierdoor werd bij deze leidinggevende een grote stap voorwaarts gezet.

    Handletsels
    Er wordt nogal wat gesneden bij Hyplast en het hoeft dus niet te verwonderen dat snijwonden hoog scoorden in de arbeidsongevallen. In 2000 ging het in 41% van de arbeidsongevallen om handletsels, met daarvan 48% snijwonden. In de daaropvolgende jaren ging het totale aantal arbeidsongevallen naar beneden maar dat was niet het geval voor de handletsels. Het was duidelijk: de handletsels vroegen speciale aandacht. Ook de verzekeringsmaatschappij vroeg om acties om de arbeidsongevallencijfers naar beneden te halen. En die zijn er gekomen. In 2005 waren de handletsels het actiepunt. Een overzicht van de ondernomen acties.

    - Persoonlijke beschermingsmiddelen
    In het bedrijf waren er vroeger handschoenen ter beschikking maar niet voor iedereen. Niemand had zijn eigen handschoenen. Dat werd net de betrachting van het management: iedere werknemer zijn persoonlijke handschoenen bezorgen. Leveranciers werden uitgenodigd om hun type handschoenen voor te stellen. Die werden uitgeprobeerd op de werkvloer, met op het einde van de testperiode het invullen van een evaluatieformulier. Op basis van de resultaten van die opvolgingsformulieren werden handschoenen aangekocht, zodat elke medewerker nu zijn eigen handschoenen heeft.

    Er geldt evenwel geen verplichting om de handschoenen te dragen – tenzij het om een aantal zeer risicovolle activiteiten gaat zoals messen vervangen of het werken met een Stanleymes, dan is het gebruik van handschoenen wel verplicht. Het zijn de ploegleiders die erop moeten toezien dat de handschoenen zoveel mogelijk gedragen worden en die het gebruik ervan moeten stimuleren. Maar een verplichting van bovenaf zal niet het beoogde resultaat opleveren, aldus preventieadviseur Herwig Chantrain. Dan wordt de verplichting misschien enkel opgevolgd omdat de preventieadviseur in de buurt is, een mechanisme dat bij de nachtploeg al niet veel zal uithalen. De kern van de zaak is dat de medewerkers de handschoenen dragen omdat ze zelf het belang ervan is, ze moeten zelf zo ver zijn dat ze volop beseffen dat het gebruik ervan in de eerste plaats henzelf ten goede komt.

    - Meshouders
    De meshouders op de machines zijn allemaal in fluo oranje geschilderd. Zo springt onmiddellijk in het oog waar de messen zich bevinden.

    - Opleiding
    Preventieadviseur Herwig Chantrain volgde bij Prevent de opleiding ‘Monitor in de preventie van handletsels’ (zie marge) en deed daar inhoudelijke en communicatiegerichte inspiratie op voor de verdere uitbouw van zijn campagne. Hij heeft een presentatie over het thema gemaakt die hij dan in een toolboxmeetings van de verschillende ploegen voorgesteld heeft.

    - Ongevalsanalyse
    Waar vroeger het verhaal na een ongeval neerkwam op ‘ze moeten maar niet in hun vingers snijden’, wordt er nu telkens een oorzakenboom opgesteld. Werk maken van het achterhalen van de oorzaak van het ongeval kan een schat aan informatie opleveren. Na nauwgezet onderzoek kunnen de relevante oplossingen gevonden worden. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de Erema-machine (zie kader). Door doorgedreven ongevalsonderzoek is het gelukt de echte oorzaak te vinden, en op die manier meteen ook de relevante oplossing.

    - Onthaal
    Zoals gezegd werkt Hyplast in piekperiodes met uitzendkrachten. Zij vormen een extra kwetsbare groep, door hun gebrek aan ervaring en hun beperkte kennis van de risico’s. Daarom is hier, net als voor de nieuwe werknemers, het onthaal een heel belangrijke stap in het stimuleren van veilig werken. Van ‘snij niet in je vingers’ is de boodschap nu veranderd in concrete tips als ‘snij van je weg’ bijvoorbeeld. Voor het onthaal is een nieuwe procedure uitgewerkt en zowel de personeelsdienst als de ploegbaas zijn ingeschakeld in dit proces van bewustmaking en aandacht hebben voor de risico’s.

    - Campagne
    In samenwerking met de verzekeringsmaatschappij werd een campagne uitgewerkt: posters visualiseren het gebruik van handschoenen en het veilig omgaan met messen. Daarnaast heeft het comité in samenwerking met de interne preventiedienst een folder ontwikkeld over het veilig gebruik van messen.

    Voorlopig resultaat van deze inspanningen, die nog aan de gang zijn: tot zover heeft Hyplast drie ongevallen met handletsels genoteerd in 2005, in alle drie de gevallen droeg het slachtoffer geen handschoenen. Een argument uit de dagdagelijkse praktijk méér om de niet-dragers over de streep te trekken.

    Het tij is aan het keren
    De cijfers tonen het al aan: Hyplast werkt een pak veiliger dan vijf jaar geleden. Maar op zijn minst even belangrijk is dat er sprake is van een mentaliteitswijziging. Wanneer er een nieuwe machine ontworpen wordt, maken de technici onmiddellijk zelf de bedenking dat ze de meshouders in het oranje moeten schilderen. Nu gebeurt het dat iemand zijn kapotte handschoenen komt afgeven en een paar nieuwe vraagt. Zaken die een aantal jaar terug ondenkbaar waren.

    “Het is een voortdurende, niet-aflatende bekommernis”, kan Walter Willekens niet genoeg benadrukken. “We boeken vooruitgang, maar op onze lauweren rusten is nooit een optie. Een dagdagelijkse inspanning, dat blijft het altijd. Maar een inspanning die voor alle partijen winst oplevert”.


    Ongevalsonderzoek leidt tot oplossing
    De Erema-machine dient om de trims van plastiekfolie te recycleren. Als het plastiek dat de machine binnenkomt, begint te klonteren, moeten de werknemers tussen de messen proberen de geklonterde resten te verwijderen. Een zeer hachelijk karwei, zo blijkt uit het feit dat de werknemers aan dit werk geregeld snijwonden overhielden. Het dragen van handschoenen beperkte wel de ernst van de snijwonden, maar bleek niet voldoende om de snijwonden tout court te vermijden. Tal van maatregelen kwamen eraan te pas: instructies, handschoenen,... maar aan het probleem van de handletsels konden die niets verhelpen.
    Uiteindelijk werd er overgegaan tot een uitgebreide rondvraag op het terrein: waar gaat het precies mis? De operatoren, de technische dienst, de hiërarchische lijn,... de verschillende partijen werden geraadpleegd, een actie die de preventieadviseur coördineerde. Het bleek dat het probleem er een van technische aard was: de toenmalige opstelling van de machine werkte het klonteren van het plastiek in de hand. Door technische aanpassingen klonterde de machine niet meer, moesten de operatoren niet meer tussen de gevaarlijke messen peuteren en was het probleem van de handletsels opgelost. Communicatie, overleg en diepgaand onderzoek hebben hier de oplossing gebracht.


    Figuur 1: Frequentiegraad arbeidsongevallen 2000 - mei 2005



    Figuur 2: Ernstgraad arbeidsongevallen 2000 - mei 2005


    Figuur 3
    : PreventFocus Nr. 2005/10