Frankrijk: het gebruik van psychoactieve stoffen op het werk

Het Institut national de prévention et d’éducation pour la santé (Inpes - Frankrijk) heeft onlangs de eerste resultaten gepubliceerd van zijn gezondheidsbarometer voor het gebruik van psychoactieve stoffen (alcohol, cannabis, cocaïne,…) op de werkplek.

Onderzoek
De gezondheidsbarometer van het Inpes voor het gebruik van psychoactieve stoffen door de beroepsbevolking bestrijkt de periode van 22 oktober 2009 tot 3 juli 2010. Er werd gepeild bij 27.653 mensen in de leeftijdscategorie 15-85 jaar. Een dergelijke grote steekproef geeft een nauwkeurig beeld van de totale bevolking op het Franse grondgebied binnen Europa, maar ook van een aantal subgroepen binnen de beroepsbevolking. Het is de eerste keer dat een gezondheidsbarometer gewijd wordt aan dit thema. Vanaf nu zal op deze manier de evolutie in de tijd kunnen worden opgevolgd.

Gebruik
In sommige sectoren treffen we een verhoudingsgewijs groter aandeel gebruikers van psychoactieve stoffen aan. Zo is de alcoholconsumptie, van dagelijks gebruik tot aanzienlijke occasionele gebruikspieken (zes of meer glazen per gelegenheid, en dit minstens één keer per maand) zeer frequent in de sectoren landbouw en visserij (16,6% dagelijks gebruik tegenover 7,7% bij het geheel van de beroepsbevolking van 16 tot 64 jaar) en de bouwsector (13,4% dagelijks gebruik). In deze sectoren is ook het occasionele piekgebruik erg hoog (30,7% in landbouw en visserij en 32,7% in de bouw, tegenover 19,2% bij het geheel van de beroepsbevolking), net als in de industrie (26,2%) en het hotel- en restaurantwezen (26,9%). Het gebruik van cannabis (in de loop van het jaar) komt vaker voor in de bouw (13% tegenover 6,9% bij het geheel van de beroepsbevolking) en de horeca (12,9%), maar is nog meer uitgesproken in de wereld van kunst en entertainment (16,6% gebruik tijdens het jaar).
Wat het experimenteren met andere illegale drugs betreft (cocaïne, ecstasy, poppers, hallucinogene paddenstoelen), blijkt dat in de bouwsector het vaakst cocaïne en paddenstoelen worden gebruikt, terwijl in andere sectoren zoals horeca, informatie en communicatie, kunst en entertainment, een waaier van verschillende drugs wordt gebruikt (cocaïne, ecstasy, poppers, paddenstoelen). Daartegenover staan vier sectoren waar aanzienlijk minder wordt gebruikt dan in de andere sectoren: de openbare diensten, onderwijs, gezondheidszorg en de sociale sector, en de huishoudelijke diensten.

 

 

Omzichtigheid
De analyses per bedrijfssector moeten met de nodige omzichtigheid worden geïnterpreteerd. Ten eerste is er in bepaalde sectoren een verhoudingsgewijs zeer groot aantal personen van het ene of het andere geslacht. De bouw bijvoorbeeld bestaat voor 90% uit mannen en de gezondheidszorg en sociale sector voor 83% uit vrouwen. Ten tweede varieert het gebruik van bepaalde stoffen afhankelijk van het type: terwijl de mannen in de commerciële sector qua gebruik geen verschillen vertonen met hun collega’s in andere sectoren, blijken de vrouwen in deze sector vaker cannabis te roken en ook vaker dronken te zijn in de loop van het jaar. Het overmatig gebruik door mannen in de landbouw en de visserij (alcohol) en in de bouw (alcohol, cannabis en andere illegale drugs) wordt niet weerspiegeld in het gebruik door de vrouwen in deze sectoren. Tot slot is er nog het gebruik van andere drugs dan cannabis: het overmatige gebruik hiervan bij de mannen in de horeca-sector vinden we evenmin terug bij de vrouwen in diezelfde sector.

Gebruik gerelateerd aan het werk of de beroepssituatie
Meer dan een derde van de regelmatige rokers (36,2%), 9,3% van de alcoholgebruikers en 13,2% van de cannabisgebruikers melden dat hun gebruik was toegenomen als gevolg van problemen in verband met hun werk of hun beroepssituatie in de voorbije 12 maanden. De toename van dit verslavend gedrag was duidelijk sterker bij werklozen dan bij werkenden. Alcoholgebruik op de werkvloer (buiten de maaltijden) komt voor bij 16,4% van de werkenden (18,9% mannen en 10,3% vrouwen). Daarnaast verklaart 40% van de werkenden alcohol gedronken te hebben onder collega’s bij het verlaten van de werkplek (43% van de mannen en 32,6% van de vrouwen). De uitoefening van een beroepsactiviteit blijft alles bij elkaar een beschermende factor tegen verslavend gedrag. Ook de toetreding tot de arbeidswereld, de ontwikkeling van een relatie en de geboorte van het eerste kind blijken aanleiding te geven tot een stopzetting van het gebruik van psychoactieve stoffen voor de meeste mensen die tijdens hun jeugd gebruikers waren.

Centraal thema
De gezondheidsbarometer 2010 van het Inpes voor het gebruik van psychoactieve stoffen wordt gepubliceerd in combinatie met een gids ontwikkeld door een redactiecomité dat is samengesteld uit mensen van de overheid en het INRS (instelling voor preventie op het werk, gezamenlijk beheerd door vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers). Deze gids, getiteld “Repères pour une politique de prévention des risques liés à la consommation de drogues en milieu professionnel” (bakens voor een risicopreventiebeleid inzake het gebruik van drugs op het werk) (www.travailler-mieux.gouv.fr/Guide-Reperes-pour-une-politique.html), richt zich tot alle actoren in het arbeidsmilieu.
Op Europees niveau heeft het Franse ministerie van Arbeid aangekondigd dat de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound - Dublin) in juni 2012 een analytische en vergelijkende studie over de situatie in de 27 EU-landen zal presenteren. In mei 2012 zal de Pompidou-groep van de Raad van Europa, onder Frans voorzitterschap, een kader voorstellen voor interventies op de werkplek, met acties gebaseerd op de principes verantwoordelijkheid, transparantie en respect voor de individuele en collectieve vrijheden.

: PreventActua 03/2012