Duiken is een risicoberoep

Beroepsduikers zijn de arbeiders van de onderwaterwereld. Maar dat werk gebeurt niet zonder gevaar. Dokter Roland Vanden Eede is algemeen directeur bij Mensura EDPB en ook duikerarts: “Dat beroepsduiken een risicoberoep is, voelt iedereen onmiddellijk aan. Het trekt dan ook vooral mensen aan met profielen die niet onmiddellijk aarden in een nine-to-fivejob.”

Drie categorieën van duikwerkzaamheden

1. Booreilanden en windmolenparken op zee
Volgens Dokter Vanden Eede is het dan dan ook nuttig om even duidelijk te stellen waarover we spreken. “Duikwerkzaamheden kan ingedeeld worden in 3 grote categoriën. Er is eerst het werk op de booreilanden off shore. Opdrachtgevers zijn daar grote oliebedrijven en geld is geen probleem. Er is in de jaren ’60 een zware tol betaald aan dodelijke ongevallen, de lessen zijn geleerd en het toezicht, hoofdzakelijk vanuit UK en Noorwegen is zéér strikt. De duikbedrijven en de zelfstandige duikers die ze inhuren moeten zich aan zeer strikte regels en protocollen houden. Veiligheid kan altijd beter, zeker in de zeer moeilijke omstandigheden van de Noordzee, maar de situatie is er min of meer onder controle.
Hetzelfde kan niet worden gezegd van het werk op de Afrikaanse olievelden; toezicht is er veel lakser, en de geschiedenis van de jaren ’60 in de Atlantische Oceaan herhaalt zich helaas. Tropische ziekten, evacuatie en behandeling van gewonden vormen bijkomende problemen.
Dezelfde bezorgdheid geldt voor de steeds groeiende markt van de off shore windparken. Dikwijls buiten de territoriale wateren ontsnappen ze aan de nationale regelgeving en de rentabiliteit van groene energie is niet van die aard dat veiligheid een hoofdbekommernis is. Er is dan ook een potje armworstelen aan de gang om de (inderdaad strenge) regelgeving voor de olie-industrie niet toe te passen op de groene industrie. Een punt waar Europa wel nuttig werk zou kunnen verrichten. Het is aangekaart bij onze europese commissaris, maar de weg naar de instellingen is lang.

2. Scheepvaart
Daarnaast is er wat onder de noemer van de shipping wordt samengevat: berging, herstel en onderhoud aan schepen. Denk aan de berging van de Costa Concordia, waar gedurende maanden een honderdtal duikers dag in dag uit werkten. Werk varieerde daar van het verhuizen van een kolonie zeldzame steekmossels die hun habitat hadden op de plaats van de ramp, over bouwen en afbreken van onderwaterplatforms, tot lassen en branden en aanbrengen van hijskabels. Verder zien we ook herstellingen van schroeven, vervangen van schroefassen, reinigen en herstellen van rompen van schepen,… Soms in de havens, maar even dikwijls in open zee. Geen twee jobs zijn dezelfde, men weet dikwijls niet op voorhand hoe het zich zal ontwikkelen en de omstandigheden kunnen maken dat een simpele klus zéér gevaarlijk wordt.

3. Civiele bouwwerken
Een derde belangrijke tak kunnen we samenvatten onder civiele bouwwerken. Hier zijn duikers in essentie bouwvakkers die de meeste klussen uitvoeren die men in de bouw kan tegenkomen, alleen gebeurt het onder water. Uiteraard is dit een bijkomend risico. Veel werk gebeurt aan kaaimuren, sluisdeuren, maar ook in bouwputten die onder water staan. Daarnaast is er het onderhouds- en herstellingwerk in waterzuiveringstations en in kerncentrales.”

Cijfers
“Wanneer we over risico’s en maatregelen spreken, is het belangrijk om het cijfermateriaal te bekijken. Dat is niet gemakkelijk gezien de grote internationale mobiliteit van jobs, opdrachtgevers en onderaannemers in deze industrietak. Sinds het begin van gedocumenteerd onderwaterwerk in 1744 zijn 2759 incidenten duidelijk gedocumenteerd wereldwijd. 2085 daarvan zijn incidenten met dodelijke afloop. Dit is uiteraard een grove onderschatting van de werkelijke situatie. We kennen inderdaad van 2010 tot 2015 395 incidenten wereldwijd waarvan 256 met dodelijke afloop.”
“Het lijkt dus realistisch om uit te gaan van 50 dodelijke ongevallen per jaar wereldwijd. Het is onmogelijk om een incidentie te berekenen; het aantal duiken of zelfs het aantal beroepsduikers is niet te achterhalen. Wel significant is dat in dezelfde periode 64 % van de gemelde incidenten een dodelijke afloop kenden. Als het dus mis gaat, gaat het goed mis.”


Tabel: dodelijke duikongevallen wereldwijd vanaf 1975 (per categorie)

En bij ons ?
“In ons land zijn geen cijfers van de inspectiediensten beschikbaar. Controles in de sector zijn zo goed als onbestaande. Vanuit Nederland zijn wel cijfers beschikbaar. Nederland is een land met een grote waterbouwcultuur en voorloper op het gebied van duikveiligheid. Ook daar zijn de cijfers echter sprekend: bij 73 controles bij duikbedrijven zijn 48 overtredingen geconstateerd. Het gaat dan vooral over overtredingen van de duikvoorbereiding en over niet correct toepassen van procedures tijdens de duik zelf. Ook problemen met het materiaal zijn frequent. Vanuit mijn ervaring lijkt het voorzichtig om te stellen dat het in ons land zeker niet beter is. Wat kan hier aan gedaan worden?”

Waar staan we nu ?
“Mijn ervaring op het terrein leert me dat de grote meerderheid van de duikbedrijven de noodzaak van een veiligheidsbeleid inzien. Ze worden daar ook te gedreven door hun opdrachtgevers. De meesten beschikken over een veiligheidshandboek en over VCA accreditering. Toch is het nuttig om enkele pijnpunten te overlopen:

Samenstelling van de duikploeg
De dagelijkse toepassing ervan is zoals in vele andere sectoren niet evident. Gezien de wisselende opdrachten in volume en expertise doen bedrijven voor een belangrijk deel vaak beroep op zelfstandige duikers. Een duikploeg is altijd samengesteld uit drie personen: een duiker in het water, een duikleider die toezicht houdt op de werkzaamheden en procedures en een veiligheidsduiker die klaar staat om in geval van nood onmiddellijk te water te gaan. Dit wordt meestal gerespecteerd. De taak in de ploeg roteert uiteraard; als de duikleider een ingehuurde zelfstandige kracht is, is de vertrouwdheid met de details van de procedures uiteraard niet altijd even groot. Anciënniteit en ervaring kan ook erg verschillen in functie van de samenstelling van de duikploeg. Onlangs is een dodelijk ongeval gebeurd waarbij uit de video en audiomonitoring duidelijk bleek dat de duiker in ademnood was en waarbij de duikleider niet adequaat reageerde.

Last minute risico analyse
Gezien de wisselende omstandigheden is de LMRA van fundamenteel belang. Ze wordt vrijwel nooit op schrift gesteld en als het al gebeurt is het dikwijls een formaliteit. Voor een ingehuurde kracht is het ook moeilijk om hier op zijn strepen te staan en de druk van de opdrachtgever, zowel als de financiële belangen kunnen groot zijn. Een herstelling aan de schroef van een cruise schip uitstellen waarvoor de duikploeg speciaal naar Kaapstad is overgevlogen omdat materiaal en/of weersomstandigheden niet in orde zijn is geen evidente beslissing.

Materiaal
Controle van de samenstelling van de ademgassen, verzekerde toevoer, toestand van de communicatiemiddelen, toegang tot de werkplaats, evacuatiemogelijkheden zijn aandachtspunten.
Een duiker onderwater acetyleen laten ademen door verwisselen van slangen is géén goed idee, maar is al voorgevallen; afknappen van een hijskabel waaraan een duiker wordt neergelaten is van dezelfde orde.

Papierwerk
Papier kan nooit echt veiligheidsbewustzijn vervangen. Toch ben ik in dit geval voorstander van een strikte toepassing. Een duiker die geen ervaring heeft in de olie-industrie is een gevaar voor zichzelf én voor zijn collega’s; een bergingsduiker moet snel en adequaat kunnen beslissingen nemen in soms extreme omstandigheden. De juiste opleidingscertificaten zijn essentieel.
Hetzelfde geldt voor de lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor dit veeleisend beroep.
De realiteit van het terrein maakt echter dat het volledig voorbijgestreefd is om hier nationale regelgeving rond te willen maken.
Initiatief komt nu van de industrie zelf. Een organisme waarin industrie, overheid, vakbonden en medische experten samen tot afspraken komen werkt als sinds verschillende jaren op basis van voluntariaat. Voor wie meer wil weten: www.EDTC.org.
Europa zou hier het voortouw kunnen nemen. Onze huidige bevoegde europese commissaris Marianne Thyssen werd hierover aangesproken en initiatieven zijn lopende via het SLIC (Senior Labour Inspectorate Commitee) om tot een aanzet van europese regelgeving te komen. Misschien lukt het deze keer wel…”
 

Over de auteur: Dr Roland Vanden Eede, duikerarts, Algemeen directeur Mensura EDPB