Dossier: Wanneer angst je leven bepaalt

Twintig à dertig procent van de bevolking zal ooit geconfronteerd worden met een angststoornis. Er bestaan heel wat soorten angststoornissen zoals een paniekstoornis, een sociale angststoornis, en ook fobieën vallen onder deze koepel. Een op tien mensen lijdt aan een specifieke fobie die een impact heeft op zijn of haar leven.

Wat is een fobie?
Angst is een soort van alarmsysteem dat ons verdedigt tegen gevaren en angsten. Door angst te voelen kunnen we gevaar herkennen en vermijden. Het is dus een belangrijk overlevingsmechanisme. Angst kan bij sommige mensen een grote impact hebben op hun leven. Hierdoor kunnen ze in een vicieuze cirkel terechtkomen en gaan dat waar ze bang voor hebben steeds meer vermijden en angstiger worden. Een op de acht mensen kampt met een angststoornis. Het is belangrijk tijdig hulp te zoeken, omdat angst zichzelf kan versterken zodat je snel in die vicieuze cirkel belandt. Angststoornissen komen in verschillende vormen voor. Een paniekstoornis houdt bijvoorbeeld in dat je geregeld paniekaanvallen krijgt zonder dat daar een duidelijke reden voor is. Van fobieën spreken we als je een angst voor iets heel specifiek ontwikkelt. Op het internet kan je een lijst vinden met meer dan 400 fobieën, maar het exacte aantal is moeilijk in te schatten. De meest voorkomende fobieën zitten in een cluster. 
 
·       Dierenfobie: bang zijn voor alles wat met honden, slangen, spinnen, ratten, paarden, ... te maken heeft.
·       Ruimtes: angst voor kleine, grote ruimtes, ook hoogtevrees.
·       Sociale fobie: angst voor de reacties of kritiek van anderen.
·       Injectiefobie: alles wat met bloed te maken heeft.
 
"Bij mensen met een fobie staat het alarmsysteem iets te gevoelig afgesteld", verduidelijkt Barbara Depreeuw, gedragstherapeute bij The Human Link in Antwerpen. Hierdoor kan de angst het normale leven belemmeren. Daarnaast moet er ook een beperking zijn om van een fobie te spreken. "Als je schrik hebt van spinnen, ga je je niet laten opsluiten in een kamer vol spinnen, maar ga je wel een wandeling maken in de natuur. Wanneer er sprake is van een spinnenfobie, ga je in bepaalde seizoenen minder naar buiten, maar bij anderen gaat de angst zo ver dat je niet meer alleen thuis wil zijn uit angst voor een mogelijke spin”, legt Dirk Hermans, professor gedragstherapie aan de KU Leuven uit.
 
Hoe ontstaat een fobie?
Fobieën kunnen een overdreven vorm zijn van normale instincten. Volgens professor Hermans kan je angsten zien evolueren en is er een bepaald leerproces.Zo kan een slechte ervaring ervoor zorgen dat je een fobie creeërt. Je bent bijvoorbeeld ooit gebeten door een hond wat kan leiden tot een hondenfobie. Ook wat anderen hebben meegemaakt (aangevallen door een hond en zwaar verwond zijn) of verhalen die ze over jouw angst vertellen, kan een oorzaak zijn. Of misschien is je papa bang voor honden en stak hij wanneer je klein was iedere keer de straat over wanneer jullie de viervoeter tegenkwamen? Ook dat kan ervoor zorgen dat bij jou een fobie ontstaat. 
 
Hoe pak je een fobie aan?
Met cognitieve gedragstherapie kan je een angststoornis of fobie behandelen. Je leert er je lichamelijke reacties, die je ondervindt als je aan een angstprikkel wordt blootgesteld, anders te begrijpen. Ook exporsuretherapie is een manier waarmee je mensen met een angststoornis kan helpen. Bij deze therapie word je geconfronteerd met je fobie. Dit kan onder begeleiding van een therapeut en is volgens professor Dirk Hermans de meest effectieve behandeling binnen de psychologische problematieken. Een moderne technologie is die van de virtual reality en kan ook bij exposuretherapie toegepast worden. Het Vincent Van Gogh-ziekenhuis in Charleroi is op dit vlak de pionier in ons land. Met de 3D-bril kunnen mensen hun angsten onder ogen zien. De omgeving kan met VR volledig gecontroleerd worden en dat is volgens Nöel Schepers, psycholoog in het ziekenhuis, het voordeel van deze behandeling. Zo wordt iemand met last van vliegangst met een 3D-bril op in een vliegtuigstoel geplaatst. De 3D-bril geeft je het gevoel alsof je in een vliegtuig zit dat opstijgt of daalt. 
 
Een arts kan ook tijdelijk geneesmiddelen voorschrijven, meestal antidepressiva. Angstremmers en kalmeerpillen zijn minder geschikt omdat ze het onderliggende probleem niet wegnemen en bovendien verslavend zijn. Na een tijdje werken ze niet meer zo goed en als je ermee stopt komen de angstsymptomen in alle hevigheid terug. Het terugkomen van de symptomen is bij angststoornissen vaak een struikelblok: "We hebben een soort van angstgeheugen, we hebben geleerd schrik te hebben van bijvoorbeeld spinnen", zegt Barbara Depreeuw, gedragstherapeute bij The Human Link in Antwerpen. "Tijdens de therapie leren we op een bepaalde manier met die angst om te gaan, maar één slechte ervaring kan ervoor zorgen dat de angst terugkomt. Angst is heel hardnekkig."
 
Onderschatte problematiek
Vijf à zes kinderen zal geconfronteerd worden met een angststoornis en toch blijft een deze psychische aandoening volgens professor Dirk Hermans onderschat. "Zeventien tot twintig procent van de mensen wordt ooit tijdens het leven depressief, twintig tot dertig procent van de bevolking zal ooit met een angststoornis te maken krijgen. Maar voor angststoornissen is er veel minder aandacht dan voor depressies.” Het kabinet van minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) bevestigt dat de prevalentiecijfers van angststoornissen hoog liggen. Op de eerste plaats stappen vragen mensen hulp voor een depressie. Angststoornis is de nummer twee onder de aanmeldingsredenen. Het kabinet ontkent echter dat er minder aandacht zou zijn voor angststoornissen."We kiezen vanuit Vlaanderen voor een globaal en geïntegreerd geestelijk gezondheidsbeleid waarbij we zo weinig mogelijk focussen op specifieke problematieken of stoornissen", verklaart Nico Krols, woordvoerder van de minister.
 
Tips
Je herkent dit verhaal bij jezelf?
  • Probeer een beeld te krijgen van je angsten en de invloed ervan op je leven. 
  • Probeer zo weinig mogelijk toe te geven aan de angst en ga angstaanjagende situaties niet uit de weg. 
  • Ook lichamelijk zal je de angst opmerken: trillen, hartkloppingen, zweten, ... Als je er niet van wegloopt, verdwijnen ze na een tijdje vanzelf. 
  • Zoek snel hulp, zo vermijd je dat je in een steeds grotere vicieuze cirkel terechtkomt. Neem contact op met je huisarts of met een gespecialiseerde therapeut.
 
Wat kan je doen wanneer je merkt dat een collega bepaalde triggers en zaken uit de weg probeert te gaan?
  • Help je collega om te gaan met zijn/haar angsten en negatieve gedachten een plaats te geven.
  • Triggers die voor jou banaal lijken, kunnen voor de collega als heel ernstig ervaren. Toon begrip voor de situatie en ga niet bagatelliseren.  
  • Creëer ruimte om even tot rust te komen.
  • Praat er niet te veel over. 
  • Merk je geen beterschap, verwijs de collega dan door naar een vertrouwenspersoon of arts.
Bronnen: destandaard.be, mensura.be, geestelijkgezondvlaanderen.be
: preventActio 01/2019