Diabetes op het werk

Steeds meer mensen lijden aan diabetes of suikerziekte. Over die aandoening bestaan er heel wat vooroodelen: diabetici zouden hun werk minder goed kunnen doen, sneller moe zijn, vaker afwezig zijn ... In de meeste gevallen kunnen diabetespatiënten echter gewoon functioneren net als alle andere werknemers. 

Een epidemie
Het aantal gevallen van suikerziekte neemt onophoudelijk toe. Men spreekt niet voor niets over dé epidemie van de 21ste eeuw. Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid schat dat het aantal diabetespatiënten in België in vijftien jaar tijd meer dan verdubbeld is (berekend op basis van het aantal gerapporteerde diabetesgevallen tijdens de gezondheidsenquêtes 1997-2013). De Wereldgezondheidsorganisatie schatte de wereldwijde prevalentie van suikerziekte bij volwassenen ouder dan 18 jaar op 9% in 2014. De WHO verwacht dat diabetes in 2030 de zevende belangrijkste oorzaak van sterfte in de wereld zal zijn. Deze stijging houdt verband met de vergrijzing van de bevolking en met de toename van het aantal mensen met overgewicht. In België zal in 2030 1 persoon op 10 diabetes hebben.

Chronische ziekte
Diabetes is een chronische aandoening die ontstaat wanneer de alvleesklier (pancreas) onvoldoende insuline produceert of wanneer het lichaam de geproduceerde insuline niet correct gebruikt. Insuline is een hormoon dat het suikergehalte in het bloed regelt.
Op termijn kan diabetes schade toebrengen aan het hart, de bloedvaten, de ogen, de nieren en de zenuwen. Diabetespatiënten lopen minstens twee keer meer risico op sterfte dan niet-diabetici.

Type 1 en 2
Men maakt een onderscheid tussen:

- diabetes type 1 (+/- 10% van de gevallen)
Een auto-immuunziekte waarbij ons immuunsysteem antilichamen aanmaakt die de insulineproducerende cellen van de alvleesklier vernietigen. Dit type suikerziekte treedt het vaakst op bij jongeren (kinderen en jongvolwassenen). Patiënten met diabetes type 1 moeten zich dagelijks insuline toedienen. De symptomen (veel plassen, grote dorst, constante honger, gewichtsverlies, wazig zicht en vermoeidheid) kunnen plots optreden.
- diabetes type 2 (+/- 90% van de gevallen)
Diabetes type 2 is te wijten aan een slecht gebruik van de insuline door het lichaam. Dit type is grotendeels het resultaat van overgewicht en onvoldoende lichaamsbeweging. Diabetes type 2 kan jarenlang asymptomatisch verlopen. De ziekte wordt vaak toevallig ontdekt tijdens een bloedafname. Aangezien men geen pijn ervaart, is men zich ook niet bewust van de ernst van deze stille aandoening noch van de verwoestende effecten ervan op lange termijn.

Grillige bloedsuikerspiegel
De verstoring van het bewustzijnsniveau, veroorzaakt door een te hoge of te lage bloedsuikerspiegel, vormt een groot risico voor de diabetespatiënt.

Werken met diabetes
Onze wetgeving beschouwt personen met suikerziekte automatisch als medisch ongeschikt  voor bepaalde beroepen omdat hun diabetes en de ermee gepaard gaande risico’s op een lage bloedsuikerspiegel hun veiligheid of die van derden in gevaar kunnen brengen. Dat is bijvoorbeeld het geval voor bepaalde beroepen die verband houden met personenvervoer, veiligheidsfuncties, werken op hoogte enz. Diabetespatiënten mogen dus geen beroepen zoals beveiligingsbeambte of vrachtwagenchauffeur uitoefenen.
Diabetes mag echter geen reden zijn om te discrimineren bij een sollicitatie. In tegenstelling tot wat men zou kunnen denken, kunnen diabetespatiënten de meeste beroepen probleemloos uitoefenen.
Steeds meer mensen krijgen de ziekte op een leeftijd waarop zij nog actief zijn op de arbeidsmarkt. Werknemers met diabetes kunnen in principe hun werk blijven uitvoeren, mits enige aanpassingen en flexibiliteit van de werkgever en de collega’s.

Rijbewijs
Een te lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie) of een te hoge bloedsuikerspiegel (hyperglykemie) kan aanleiding geven tot verminderde aandacht of bewustzijnsverlies, en dus een invloed hebben op het besturen van een voertuig. In de loop der jaren kan een slechte regeling van het suikergehalte in het bloed ook het cardiovasculaire systeem of het zenuwstelsel beschadigen, met mogelijke complicaties voor de ogen, nieren, voeten, aders… Deze complicaties kunnen gevaarlijk zijn voor iemand die een voertuig bestuurt. Gelukkig ondervinden de meeste diabetespatiënten geen grote moeilijkheden bij het rijden en de statistieken tonen aan dat zij niet vaker bij verkeersongevallen betrokken zijn dan gewone weggebruikers, op voorwaarde natuurlijk dat ze bepaalde verkeersregels respecteren.
Sinds 2002 geldt er voor diabetespatiënten een specifieke regelgeving op het vlak van rijbewijzen: het rijbewijs wordt slechts voor bepaalde duur uitgereikt en moet regelmatig worden vernieuwd.
Bron: http://www.diabete-abd.be/problemes-sociaux/diabete-et-emploi.aspx

Werknemers met diabetes
Op het werk moeten diabetespatiënten wel bewust bezig zijn met hun aandoening: regelmatig  eten en voldoende drinken. Indien nodig moeten ze ook kunnen beschikken over een afgezonderde en rustige plaats waar ze hun bloedsuikerspiegel kunnen controleren en insuline-injecties kunnen toedienen.
Ben je een diabeet? Informeer dan je collega’s over je ziekte en toon hen wat ze moeten doen in geval van bewustzijnsstoornissen of -verlies. Jij kent je eigen capaciteiten en je eigen grenzen (dragen van lasten, uithouding, geen afgezonderd werk…), praat erover. Openlijk spreken over de moeilijkheden waarmee je op het werk eventueel wordt geconfronteerd, is een sleutel tot succes.

 

Te hoge bloedsuikerspiegel (hyperglykemie)

Te lage bloedsuikerspiegel (hypoglykemie)

= te veel suiker in het bloed.

= te weinig suiker in het bloed en meer bepaald ter hoogte van de hersenen (bijvoorbeeld ten gevolge van verkeerde insulinedosissen of een overgeslagen maaltijd).

Hoe te herkennen?

 

- De persoon heeft last van een zware en moeilijke ademhaling.

- Hij/zij drinkt veel en moet vaak plassen.

- De polsslag is doorgaans snel.

- Zijn/haar adem ruikt naar aceton (geur die doet denken aan nagellak).

- Het bewustzijnsniveau kan verstoord zijn, met mogelijk bewustzijnsverlies.

- De persoon voelt zich zwak.

- Hij/zij zweet veel.

- Hij/zij ziet bleek.

- Hij/zij vertoont soms gedragsstoornissen (desoriëntatie, agressiviteit) die doen denken aan een staat van opwinding.

 

Wat te doen?

 

- als het slachtoffer niet in de eigen behoeften kan voorzien: hem/haar helpen neer te zitten of neer te liggen en

eventueel een suikerdrankje aanbieden.

- als de misselijkheid overgaat, hem/haar laten rusten.

- als de misselijkheid aanhoudt en in geval van bewustzijnsverlies, het slachtoffer in stabiele zijligging leggen en de ademhaling in het oog houden.

- in geval van ernstige en onvoorziene verstoring van de bewustzijnstoestand, een arts bellen.

 

 

: PreventActio 02/2016