De theorie van de vier T’s

Wanneer je geconfronteerd wordt met een professioneel (veiligheids)risico moet je kunnen oordelen wat er met dat risico moet gebeuren. Een theorie die daarbij nuttig kan zijn, is het concept van de vier T’s. De van oorsprong Amerikaanse benadering, bekend onder zijn Engelse naam The Four Ts, is ontworpen om op een beredeneerde manier uit te maken hoe we best omgaan met een bepaald risico.

De eerste T: tolereren (van het Engels: Tolerate)
In het privéleven
Het is niet verkeerd om na grondig beraad te beslissen om een bepaald risico te accepteren. In de praktijk doen we dat dagelijks: we nemen de auto hoewel het openbare vervoer veiliger en vaak goedkoper is, we blijven maar roken hoewel het duidelijk is hoe nefast nicotine voor het menselijk lichaam kan zijn en voetballen is leuk hoewel er weinig sporttakken zijn waar meer kwetsuren vallen. In ons persoonlijk leven zijn we bovendien duidelijk geneigd om meer risico’s te accepteren dan in ons beroepsleven, allicht omdat we van mening zijn dat we in de privésfeer een vrijere keuze hebben om ons al dan niet bloot te stellen aan gevaar.

In het bedrijfsleven
Maar ook in het ondernemingsleven moeten we vaak een afweging maken tussen bv. de (economische) leefbaarheid van een onderneming en het bestaan van beroepsrisico’s. Wie meubels wil maken, zal moeten aanvaarden dat in zijn werkplaats “gevaarlijke” machines komen te staan, zoals lintzagen of, zonder twijfel het meest gevaarlijke toestel in een schrijnwerkerij, freesmachines. Wie kankerpatiënten wil behandelen in een ziekenhuis zal met ioniserende stralingen geconfronteerd worden en wie politieagent wil zijn kan te maken krijgen met agressie. Sommige risico’s moeten we dus tolereren (de eerste van de vier T’s), maar dat doen we nooit onberedeneerd. Daar gaat onderzoek en gezamenlijk overleg aan vooraf. Vooral dat laatste is belangrijk: het bewust tolereren van een bepaald risico is geen eenmanszaak. Het is niet de preventieadviseur-van-dienst die alleen uitmaakt of iets al dan niet aanvaardbaar is, maar hier neemt de bedrijfsleiding zijn verantwoordelijkheid.
Het accepteren van een risico wordt in hoge mate bepaald door de beroepsomgeving. Zo kan een freesmachine perfect toegelaten worden in een werkplaats met geschoolde en ervaren houtbewerkers (en dan nog ga je ervoor zorgen dat alle beschermingen aanwezig zijn en gebruikt worden), maar het is niet aanvaardbaar wanneer in een omgeving waar bijvoorbeeld werknemers zonder enige ervaring met het werken aan houtbewerkingsmachines bezig zijn.

De tweede T: termineren (van het Engels: Terminate)
De tweede piste is exact het tegenovergestelde van hierboven. In dit geval beschouwen we het risico als onaanvaardbaar, en stoppen we er gewoon mee: het risico wordt dus verwijderd uit de werkplaats. Voorbeelden uit de praktijk zijn er genoeg. Een voorbeeld: in vele garages en mechanische werkplaatsen worden bevuilde machineonderdelen nog steeds gereinigd in een bad met oplosmiddelen (solventen in het jargon: producten die meestal erg brandbaar zijn, de huid kunnen aantasten en toxische of irriterende dampen kunnen afgeven). Hier is het verstandig om over te schakelen op een ontvettingsmiddel op waterbasis. Een soort detergent: het duurt wat langer om die vette onderdelen schoon te krijgen, maar het is gezonder en goedkoper.

Vele van onze veiligheidsreglementeringen volgen deze piste: zo werd in de loop der tijden asbest verboden, loodhoudende verf afgeschaft, voor speelgoed alleen ZLVS (“zeer lage veiligheidsspanning”) toegelaten… En regelmatig worden toestellen uit de handel genomen door de overheid omdat ze beschouwd worden als onveilig. Het termineren van een risico is de meest radicale benadering, en ook de meest effectieve.

De derde T: transfereren (van het Engels: Transfer)
Een risico transfereren betekent dat het risico en zijn gevolgen, overgedragen worden naar een derde partij. Er zijn twee mogelijkheden waarop dat kan gebeuren:

- Het risicovolle werk uitbesteden.
Elke onderneming voert wel eens werkzaamheden uit die gevaarlijk, bevuilend of vervelend zijn. Sommige ondernemingen zijn dan al snel geneigd om dit soort karweitjes uit te besteden en dus de risico’s te transfereren naar een andere werkgever. De voorbije tientallen jaren is deze manier van doen gemeengoed geworden. Bedrijven plooien zich steeds meer terug op hun kerncompetenties en besteden alles wat daar niet onder hoort uit. Het gaat dan vaak om onderhoudswerken (zowel technisch onderhoud als schoonmaken), logistieke activiteiten (opslag in magazijnen en transport), de exploitatie van de cafetaria… Wanneer delicate werkzaamheden moeten worden uitgevoerd die een specialistische kennis en ervaring noodzaken, is het zelfs verstandig om deze toe te vertrouwen aan gespecialiseerde firma’s. Dit komt zonder meer de veiligheid ten goede. Maar het is natuurlijk een ander verhaal wanneer dergelijke activiteiten worden doorgeschoven aan ondernemingen met een dubieuze reputatie of zelfstandigen met weinig kennis van zaken: dergelijke praktijken zijn zonder meer onethisch.

- De risico’s verzekeren.
Een andere vorm van transfert houdt in dat de gevolgen van een risico (met andere woorden: de financiële schadelast) wordt doorgeschoven naar een derde organisatie. Deze handelswijze wordt dagelijks toegepast in onze private omgeving: woningen worden verzekerd tegen brand en een familiale verzekeringspolis wordt afgesloten voor het geval de kinderen iemand schade berokkenen door onhandig gedrag. Sommige van deze verzekeringsvormen zijn verplicht (zoals een autoverzekering), andere vormen zijn facultatief. Dat geldt ook voor het bedrijfsleven: elke onderneming is verplicht om een verzekering tegen arbeidsongevallen af te sluiten, maar een verzekering tegen burgerlijke aansprakelijkheid is niet verplicht (al zullen er weinig werkgevers zijn die er zo geen hebben afgesloten). Een risico verzekeren is dus een perfect aanvaardbare manier om de consequenties ervan over te dragen, maar daar staat natuurlijk een prijskaartje tegenover.

De vierde T: tackelen (van het Engels: Treat)
Dit is de benadering die in de praktijk het meest wordt toegepast. Wanneer we geconfronteerd worden met risico’s, zullen we preventieve maatregelen nemen om deze op te heffen of minstens te beperken. Wanneer machines bewegende onderdelen vertonen, zullen we die zoveel mogelijk afschermen. Wanneer we een verpakkingslijn ontwerpen, zullen we die zo ergonomisch mogelijk inrichten om spiervermoeidheid tegen te gaan: we schenken dan aandacht aan het gewicht van de te behandelen onderdelen, de hoogte van de werktafel, de kwaliteit van het zitmeubilair… Wanneer geld wordt verhandeld, doen we dat zoveel mogelijk achter kogelwerend glas. Allemaal zinvolle benaderingen, maar het is belangrijk dat we bewust zijn van het feit dat het tackelen van een risico maar één van de vier mogelijke manieren is om de problemen aan te pakken.

Bron: prevent.be

: PreventActio 3/2017