De grote mist rond premies arbeidsongevallenverzekering

De arbeidsongevallenverzekering is een tak van de sociale zekerheid waarvan het beheer aan particuliere verzekeraars is toevertrouwd. Hun activiteiten zijn strikt geregeld door de wet. Het bepalen van de verzekeringspremies ontsnapt hier echter aan. Een stand van zaken.

Principe
Het systeem voor arbeidsongevallenverzekeringen verschilt van de andere takken van de sociale zekerheid. De verzekeringsondernemingen zijn immers volledig vrij om zelf de hoogte van de door de werkgevers betaalde premies te bepalen. De werkgever heeft doorgaans geen enkel idee van de manier waarop deze premievoet wordt berekend noch van de wijze waarop er in de tarifering rekening wordt gehouden met het risico.
De premievoet van de arbeidsongevallenverzekering wordt in principe vastgelegd afhankelijk van de aard en de omvang van de risico’s, en van de activiteiten die de verschillende categorieën van werknemers uitvoeren in de onderneming. De verzekeraars maken ook een onderscheid tussen ongevallen op de werkplek en ongevallen op de weg van of naar het werk. In dat laatste geval is de van toepassing zijnde vaste premievoet verschillend naargelang het bedienden of arbeiders betreft. Voor arbeiders geldt een hogere premievoet. Dat verschil is te verklaren doordat deze groep, statistisch gezien, een hoger risico op ongevallen loopt. 

Berekening
De premie die de werkgever aan de verzekeraar betaalt, stemt overeen met een bepaald percentage van de geplafonneerde jaarlijkse brutoloonmassa. Bij het begin van het jaar wordt op basis van een schatting een voorlopige premie betaald. Op het einde van het boekjaar bezorgt de RSZ de verzekeraar, via het Fonds voor Arbeidsongevallen, het detail van de vergoedingen die door de werkgever worden betaald. Op basis daarvan stelt men een regularisatieafrekening op. Voor ongevallen op de weg van en naar het werk wordt een vast percentage toegepast, maar voor arbeidsongevallen op de werkplek kan het percentage sterk variëren, afhankelijk van de sector.

De wet van de grote aantallen
De manier waarop de verzekeraars voor de vastlegging van de premievoet rekening houden met het risico (waarschijnlijkheid van een ongeval en ernst van de gevolgen ervan) dat in een onderneming aanwezig is, is nog steeds een goed bewaard geheim. Wanneer een groot bedrijf wordt verzekerd en het dus een aanzienlijk aantal verzekerden betreft, is de statistische wet van de grote aantallen van toepassing. Als uit niets blijkt dat de frequentie en de kostprijs van de schadegevallen in de toekomst gelijk zullen zijn aan de frequenties en kosten vastgesteld in het verleden, dan weet men, dankzij de statistische wet van de grote aantallen, dat de vastgestelde frequentie de waarschijnlijkheid benadert wanneer er voldoende vaststellingen zijn. Daarom zal de verzekeraar het risico evalueren op basis van de frequentie- en ernstgraad die – op zijn minst in theorie – in het verleden werden vastgesteld. In de praktijk wordt een verzekering vaak afgesloten via een makelaar die in principe niet over de expertise noch over de competenties beschikt om het risico in de onderneming of de kwaliteit van haar preventiebeleid objectief te beoordelen.
De “wet van de grote aantallen” is bovendien niet van toepassing op kleine ondernemingen. Dat verklaart waarom de premievoet in ondernemingen met minder dan 200 werknemers maar met eenzelfde risiconiveau als grote bedrijven, automatisch hoger zal zijn.

Transparantie
Voor het bepalen van de premies worden de verzekeringsondernemingen “beschermd” door het private karakter van de verzekeringsovereenkomst. Volgens het Fonds voor Arbeidsongevallen is een van de vaak gehoorde opmerkingen net het gebrek aan transparantie bij de berekening van de premies, en dit hoofdzakelijk ten aanzien van de verzekeringnemer (de werkgever). De elementen die concreet in aanmerking worden genomen, zijn immers niet altijd even duidelijk, aangezien de verzekeraars hierover geen enkel detail geven. Ze zijn van oordeel dat die informatie onder hun discretionaire bevoegdheid valt. Indien een werkgever niet tevreden is over het bedrag van zijn premie, dan staat het hem vrij een andere verzekeraar te zoeken, zo redeneren ze.

Vormt de hoogte van de premievoet een probleem?
Volgens een studie van de KU Leuven  vertegenwoordigt het bedrag van de premie van de arbeidsongevallenverzekering over het algemeen 3% van de brutoloonmassa. In bepaalde gevallen kan dat zelfs 10% zijn, wanneer de risico’s hoog zijn (bijvoorbeeld in de bouwsector). Wat de ongevallen op de weg van en naar het werk betreft, vertegenwoordigt de premie voor bedienden 0,4% en voor arbeiders 0,6%. Bedrijven die uitsluitend administratief personeel in dienst hebben, betalen meestal een premie van minder dan één procent van de brutoloonmassa. De premievoet mag in elk geval nooit meer dan 15% bedragen. Dat percentage werd tot op heden nog nooit bereikt, maar in de tijd van de steenkoolmijnen kwam men zeer dicht in de buurt.
Zijn deze premievoeten buitensporig hoog? Een criterium om de kwaliteit van de tarifering te meten, is de verhouding schadegevallen/premies. Tussen 2007 en 2014 schommelde die verhouding tussen 93,6% (resultaat 2014) en 109,3% (in 2010)  . Als de verhouding hoger is dan 100%, betekent dit dat de uitgaven ten gevolge van schadegevallen groter zijn dan het incasso. Hierbij is het belangrijk te weten dat de arbeidsongevallentak doorgaans verliesgevend is bij de verzekeraars die deze verzekering vooral aanbieden om de rest van de verzekeringsportefeuille van de onderneming binnen te halen. Dat betekent daarom niet dat de tak insolvabel is, integendeel. De financiële netto-opbrengsten die op de geïnde premies worden behaald (34% van de verdiende premies in 2014) leiden tot een nettoresultaat van de “arbeidsongevallen”-verrichtingen.

Prudentieel toezicht
De verzekeringsmaatschappijen mogen de hoogte van hun premievoet dus volledig zelf bepalen. De Nationale Bank van België voert echter een indirecte controle uit in het kader van het prudentiële toezicht op de financiële instellingen.
A priori is er uiteraard geen specifieke controle van de hoogte van de premies die in elke onderneming van toepassing is: die informatie behoort tot de vertrouwelijke relatie tussen de twee partijen van de verzekeringsovereenkomst. De NBB controleert wel a posteriori of de door de bedrijven gestorte premies structureel niet te laag zijn om de verzekerde risico’s te dekken en de rentabiliteit van de verzekeringsmaatschappijen te waarborgen. Het is een vorm van indirecte controle.
De toezichthoudende instanties erkennen evenwel dat de verzekeraars hun premies pas op het laatste ogenblik zullen verhogen, omdat de concurrentie tussen de bedrijven van de sector hierbij een belangrijke rol speelt. Om hun rentabiliteit te waarborgen, zijn de ondernemingen dan ook geneigd om op andere posten te besparen of om de risico’s beter te beheren in plaats van de premievoet te verhogen.

Tabel 1 - Incasso en rangschikking van de arbeidsongevallenverzekeraars (wet van 10 april 1971)

Rang-schikking

Code - benaming

Incasso

Marktaandeel

2013

2014

2013

2014

 

 

 

 

 

 

1

00039 - AXA Belgium

270.744.339

 280.417.231

27,09%

28,27%

2

00079 - AG Ins

196.915.104

185.227.090

19,71%

18,68%

3

00097 - Allianz Benelux

116.376.986

110.823.591

11,65%

11,17%

4

00196 - Ethias

104.560.442

109.116.824

10,46%

11,00%

5

00014 - KBC Verz.

74.431.742

 70.575.757

7,45%

7,12%

6

00345 - Federale AO

64.799.972

 61.538.215

6,48%

6,20%

7

00096 - Baloise

43.067.405

 43.655.132

4,31%

4,40%

8

00051 - VIVIUM (ex-ING)

38.958.145

 37.240.018

3,90%

3,75%

9

00037 - BELINS

23.925.640

 29.578.110

2,39%

2,98%

10

00519 - Securex AO

26.333.711

 26.063.857

2,64%

2,63%

11

00033 - FIDEA

15.737.258

 15.991.069

1,57%

1,61%

12

00618 - P&V (AO)

11.117.117

 10.784.056

1,11%

1,09%

13

00145 - Generali

7.197.253

   6.234.402

0,72%

0,63%

14

00058 - P&V

5.083.961

   4.590.466

0,51%

0,46%

 

 

 

 

 

 

 

Markt

999.249.075

991.835.818

100,00%

100,00%


Bron: NBB

Wat dekt de premie?
U hebt het al begrepen: onder invloed van de toegenomen concurrentie binnen de sector staan de premievoeten onder druk. Dat verklaart misschien – wat de totaalbedragen betreft die door de werkgevers worden betaald – waarom het deel dat bestemd is om de beheerskosten van de verzekeraars te dekken, geneigd is toe te nemen. Volgens de studie over de governance van de arbeidsongevallenverzekering, is het aandeel van de beheerskosten ten opzichte van het incasso in de sector van de arbeidsongevallenverzekeringen hoger dan het gemiddelde van de andere verzekeringssectoren. Het steekt er zelfs heel ver bovenuit.
Om dat verschil te verklaren, opperen de verzekeraars dat de processen systematisch aangepast moeten worden en dat er tal van investeringen moeten gebeuren op het vlak van het beheer van de dossiers ten gevolge van de complexiteit van de wetgeving inzake arbeidsongevallen en de voortdurende wijzigingen van het wettelijke kader. Die uitspraak zou men echter kunnen weerleggen met het argument dat de complexiteit van de regelgeving en de wijzigingen van het wettelijke kader ook gelden voor alle andere takken van de sociale zekerheid die nochtans lagere beheerskosten hebben. 
Die hoge beheerskosten vallen onder meer te verklaren door de investering in marketingacties om het marktaandeel in een zeer concurrentiële sector te vergroten, en ook door de ambitie om zich te onderscheiden van de concurrentie door zeer hoge kwaliteitseisen te stellen op het vlak van dienstverlening.

Welke rol speelt preventie hierbij?
Bepaalde verzekeraars gebruiken een deel van de beheerskosten om een passend preventiebeleid voor de verzekerde werkgever uit te werken. Dat bedrag wordt dan niet apart berekend, maar is inbegrepen in het totaalbedrag van de premie die de werkgever moet betalen. De diensten op het vlak van preventie verklaren slechts gedeeltelijk de hoge beheerskosten.
Volgens de informatie in het rapport van de KUL zouden de beheerskosten 25% tot 30% van het bedrag van de totale premie uitmaken. Bij wijze van vergelijking: de beheerskosten van het FAO bedragen ongeveer 5% van de totale uitgaven. Voor de ziekenfondsen is dat ongeveer 4%.

Impact van preventie
De verzekeringsondernemingen passen uiteraard een correctie van de premie toe op basis van de ongevallenstatistieken. Momenteel voeren enkel de zeer grote ondernemingen die aanpassing door: hun premievoet wordt vastgelegd op basis van de ongevallen van de voorbije drie jaar. Bedrijven met minder dan 200 werknemers die tot dezelfde sector behoren, betalen ongeveer dezelfde premievoet, ongeacht hun inspanningen op het vlak van preventie. Het is duidelijk dat het systeem niet aanmoedigt om maatregelen te treffen ter preventie van het aantal arbeidsongevallen, want de werkgevers worden hiervoor niet beloond met een daling van hun premie.

Naar meer transparantie?
Men kan ook a priori stellen dat de prijs-kwaliteitsverhouding die een verzekeraar aan het bedrijf aanbiedt, beïnvloed wordt door de regels van de markt (met name door de tussenkomst van de makelaar ten dienste van de werkgever). In zekere mate wordt dus rekening gehouden met het belang van de werkgever. Dat neemt niet weg dat het interessant zou zijn formele criteria uit te werken om de kwaliteit van de diensten van de arbeidsongevallensector te garanderen. Het FAO of de verzekeringsbedrijven hanteren die criteria al, maar ze worden niet formeel meegedeeld aan de belangrijkste betrokken partijen. Mocht er op dat vlak meer transparantie zijn, dan zouden de verzekeringsondernemingen de wet betreffende de arbeidsongevallen beter naleven. Dat zou de werkgevers bovendien toelaten de sociale bescherming die ze hun werknemers aanbieden, beter te kiezen.

Conclusie
Het is duidelijk dat er geen systematiek bestaat in de berekening van de bedragen die van de bedrijven gevorderd worden door de arbeidsongevallenverzekering. De hoogte van de premies behoort tot de handelsrelatie tussen de verzekeraar en zijn klant en weerspiegelt niet noodzakelijkerwijs het reële risico in het bedrijf. Daarom zou elke interne preventieadviseur een zicht moeten hebben op de betaalde bedragen of, op zijn minst, geïnformeerd moeten worden over het feit dat het jaarlijkse premiebedrag kan variëren afhankelijk van de veiligheidsprestaties van het bedrijf. Als een akkoord binnen de verzekeringssector de verhoging van de verzekeringspremie beperkt tot 30% in geval van slechtere ongevallenstatistieken, dan kan een verbeterde frequentie- en ernstgraad van de ongevallen de premie met 15% per jaar doen zakken. Dat is niet verwaarloosbaar.
De interne preventieadviseurs die erin geslaagd zijn een efficiënt preventiebeleid in te voeren, moeten erop toezien dat de door de onderneming betaalde verzekeringspremie in positieve zin evolueert. Dat zal het prestige en de erkenning van de activiteiten van de interne preventiedienst enkel ten goede komen.
 

: PreventFocus 5/2016