Covid-19: ook een arbeidsongeval?

“Veertig procent van de actieve uitbraken is te herleiden tot werkplaatsen”, poneerde Steven Van Gucht medio maart 2021. Er zijn bedenkingen te maken bij dit cijfer, maar op een ogenblik dat het daggemiddelde van de besmettingen opnieuw de 4.000 nadert, kan vooral een andere vraag bezwaarlijk nog genegeerd worden: kan wie door Covid-19 werd getroffen, een beroep doen op een vergoeding op basis van onze stelsels van sociale zekerheid?

Beroepsziekte
Gezondheidszorg
Reeds vrij kort na het uitbreken van de pandemie werd duidelijk dat voor een aantal personeelsleden uit de gezondheidszorg die getroffen werden door het Sars-CoV-2-virus, een beroep kon worden gedaan op een bestaande code om hun ziekte effectief te erkennen als beroepsziekte. Concreet ging het om de in 1991 ingevoerde code 1.404.03, die toeliet “andere infectieziekten” in aanmerking te nemen als beroepsziekte voor personeelsleden uit de gezondheidszorg voor wie een verhoogd risico op besmetting bestaat. Een strikt afgebakende categorie met andere woorden, maar dan wel voor werknemers in de frontlinie. Het verbaast dan ook niet dat Fedris begin maart reeds 17.534 aangiftes ontving, enkel voor deze groep.
 
Cruciale sectoren en essentiële diensten
Eind juni 2020 kwam daar een tweede categorie bij. Ook voor werknemers uit de cruciale sectoren en essentiële diensten die tijdens de eerste lockdown aan het werk waren gebleven, zou voortaan elke door Sars-CoV-2 veroorzaakte ziekte erkend worden als beroepsziekte. Voor hen werd een nieuwe code gecreëerd: 1.404.04. Voor de toepassing ervan wordt vereist dat het optreden van de ziekte werd vastgesteld in de periode van 20 maart tot en met 31 mei 2020. Zeer strikt dus, en dat is ook af te lezen uit het aantal aangiftes voor deze groep: tot begin maart 2021 waren dat er exact 200.
 
Open systeem
Naast deze twee afgebakende groepen kan principieel elke werknemer een poging ondernemen om Covid-19 als beroepsziekte te laten erkennen binnen het ‘open systeem’. Er moet wel worden aangetoond dat de ziekte “op rechtstreekse en determinerende wijze het gevolg is van de beroepsuitoefening”. Geen evidentie, en dat blijkt ook uit het aantal geregistreerde aangiftes: 18 tot op heden.
 
Arbeidsongeval
Overlapping met beroepsziekte
Het mag bizar klinken, maar de erkenning van Covid-19 als beroepsziekte sluit niet uit dat de gezondheidsschade die de besmetting met zich meebrengt, ook onder het stelsel van de arbeidsongevallen voor vergoeding in aanmerking kan komen. Dit geldt overigens zowel voor werknemers uit de sectoren waar geen specifieke erkenning als beroepsziekte voorhanden is, als uit de sectoren waar dat wel het geval is. Conceptueel mogen arbeidsongeval en beroepsziekte dan elkaars tegenpolen zijn, de wettelijke omschrijving ervan laat principieel overlapping toe.
 
Letsel en plotselinge gebeurtenis
Als arbeidsongeval komt elk letsel in aanmerking dat het gevolg is van een plotselinge gebeurtenis die zich voordoet tijdens en door de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. Wie hierop aanspraak wil maken, moet enkel het letsel bewijzen en een plotselinge gebeurtenis die zich voordeed tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst. De causaliteit tussen de gebeurtenis en het letsel wordt dan tot bewijs van het tegendeel vermoed aanwezig te zijn, net zoals de vereiste dat het ongeval niet enkel tijdens maar ook door de uitvoering van de arbeidsovereenkomst werd veroorzaakt.
 
Over het letsel kunnen we kort zijn: dit kan zowel een trauma als een ziekte zijn. Covid-19 komt dus zeker in aanmerking. Van de plotselinge gebeurtenis blijft actueel enkel de vereiste over dat ze concreet en kortstondig moet zijn en, zeker wanneer ze samenvalt met de normale uitoefening van de dagtaak, een element bevat dat het letsel heeft kunnen veroorzaken. De vereiste dat de gebeurtenis concreet en kortstondig moet zijn, is weinig problematisch: een besmetting met Sars-CoV-2 wordt per definitie veroorzaakt door in essentie kortstondige contacten. Met speekseldruppeltjes van een besmet persoon, rechtstreeks, via aerosolen of een besmet oppervlak. Vereist wordt wel dat dit contact voldoende in de tijd wordt gesitueerd en effectief wordt aangetoond. Rechtspraak over Covid-19 is er actueel uiteraard nog niet, maar we zien globaal dat de arbeidsgerechten zich eerder coulant opstellen bij het beoordelen van het bewijs van de plotselinge gebeurtenis. De eerder lange incubatietijd van het virus biedt daarenboven heel wat ruimte om een concrete gebeurtenis in te situeren. Een spuwincident, maar ook een onbeschermd contact met een besmette collega of klant, het samen eten met collega’s waarvan naderhand iemand besmet bleek, … De voorbeelden zijn legio. Fedris achtte dit initieel louter theoretisch mogelijk, maar vandaag nog in “welbepaalde beperkte gevallen”. Ook dit lijkt ons nog steeds een onderschatting.
 
Onzekerheid troef
Eenmaal letsel en plotselinge gebeurtenis tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst bewezen zijn, moet de verzekeraar (of de overheid) die de erkenning van Covid-19 als arbeidsongeval onderuit wil halen, de wettelijke vermoedens weerleggen. Niet evident, lijkt ons. De rechtspraak hanteert sinds jaar en dag een erg ruim causaliteitsbegrip, en in het overgrote deel van de gevallen zal nooit met zekerheid de ware bron van de besmetting kunnen worden bepaald. Onzekerheid troef dus en die speelt omwille van de in de wet vastgelegde vermoedens in het nadeel van de verzekeraar of overheid.
 
Wat nu?
Covid-19 kan potentieel dus onder de twee stelsels van het professioneel risico voor vergoeding in aanmerking komen: als beroepsziekte voor twee afgelijnde groepen en als arbeidsongeval voor zowat alle werknemers. Een beetje ongelukkig, zeker nu de regelgeving geen voorrangsregel of algemeen geldend cumulatieverbod bevat. En al evenmin voor het systeem op zich, dat hierop niet is berekend. Een wetgevende tussenkomst is hier dan ook gewenst, tenzij men niet maalt om een toename van gerechtelijke procedures, die ten vroegste over enkele jaren voor duidelijkheid kunnen zorgen.
 
Over de auteur: Chris Persyn, advocaat en gastprofessor aan de VUB
Redactie van deze tekst afgesloten op 12 april 2021
: preventActua 10/2021