Covid-19: gevolgen voor roekeloze werknemers

Covid-19 slaat opnieuw hard toe. Maar wat als een werknemer door roekeloos gedrag (met ziektesymptomen komen werken, quarantainemaatregelen negeren, weigeren om een mondmasker (correct) te dragen, …) de gezondheid van zijn collega’s in gevaar brengt? Gaan deze roekeloze werknemers vrijuit? Of is onze regelgeving voldoende gewapend om hen een halt toe te roepen?

Werknemersverplichtingen
Basisplicht
Het sluiten van een arbeidsovereenkomst leidt tot een aantal duidelijke werknemersverplichtingen. Als uitgangspunt geldt dat deze overeenkomst te goeder trouw moet worden uitgevoerd. Deze plicht komt er in het algemeen op neer dat beide partijen op een redelijke wijze alles in het werk moeten stellen om een correcte uitvoering ervan te waarborgen. Deze basisplicht vraagt van de werknemer dat hij ook de nodige inspanningen levert om de werkgever toe te laten om het werk zo te organiseren dat de gezondheids- en veiligheidsrisico’s preventief worden ingeperkt. 
 
Arbeidsovereenkomstenwet 
Deze basisplicht wordt verder verduidelijkt in de Arbeidsovereenkomstenwet. Krachtens artikel 17 is de werknemer verplicht om de instructies en bevelen van de werkgever in acht te nemen. Bovendien moet de werknemer zich ervan onthouden om handelingen te stellen die schade kunnen berokkenen aan zijn eigen veiligheid of deze van de werkgever of zelfs derden. Wie bijgevolg weigert om de veiligheidsinstructies van de werkgever na te leven, schendt deze basisprincipes. Hierdoor komt de toekomstige samenwerking in gevaar.
 
Welzijnswetgeving
Maar ook de welzijnswetgeving verscherpt deze plichten. Artikel 6 van de Welzijnswet biedt de werknemers geen keuzevrijheid: werknemers moeten de welzijnsinstructies van de werkgever volgen, en naar best vermogen zorg dragen voor de eigen veiligheid en gezondheid en deze van de andere betrokken personen. De term ‘naar best vermogen’ vereist dat de werknemers hierbij de nodige zorgvuldigheid in acht nemen. Praktisch gezien volgt hieruit dat de werknemers bijvoorbeeld regelmatig hun handen desinfecteren, hun mondmasker correct dragen en eventuele gezondheidsrisico’s preventief melden.
Deze zorgvuldigheidsplicht wordt bovendien vervolledigd door een actieve medewerkingsplicht van de werknemers om de werkgever en de interne dienst voor preventie en bescherming op het werk onmiddellijk op de hoogte te brengen van “iedere werksituatie waarvan zij redelijkerwijze kunnen vermoeden dat deze een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid en gezondheid met zich meebrengt”. Stelt een werknemer vast dat iemand zijn mondmasker niet correct draagt of coronasymptomen vertoont, dan moet hij dit melden. Hetzelfde geldt wanneer een werknemer vaststelt dat de desinfecterende middelen zijn opgebruikt, of dat de beschermingsmiddelen (bv. plexischerm) werden verplaatst. De werknemer heeft hierin geen keuze. De Welzijnswet verplicht de betrokken werknemers zelfs tot een actieve bijstandsplicht, zodat de werkgever deze gezondheidsrisico’s preventief kan beperken. Weet een werknemer bijvoorbeeld dat een collega een verplichte quarantainemaatregel miskent, dan moet hij de werkgever hiervan op de hoogte brengen. Toegegeven, dit ligt niet in onze aard, maar we hebben nu eenmaal te maken met ernstige risico’s.
 
Gevolgen voor de roekeloze werknemer
Wie de veiligheidsregels niet respecteert, veroorzaakt mogelijk de dood van een collega. De Belgische wetgeving is echter goed gewapend om oncollegiaal of zelfs parasitair gedrag aan te pakken. Overtreders zijn gewaarschuwd en lopen aanzienlijke risico’s. Deze risico’s kunnen thematisch in volgende categorieën worden onderverdeeld: de strafrechtelijke aansprakelijkheid, de financiële aansprakelijkheid en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
 
Strafrechtelijke aansprakelijkheid
Onachtzaamheid of een gebrek aan voorzichtigheid kunnen ervoor zorgen dat een andere werknemer besmet geraakt. Wie nalaat de nodige voorzorgsmaatregelen te treffen, kan hiervoor strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld wegens “onopzettelijke doding of slagen en verwondingen” (artikel 418 e.v. Strafwetboek). Zelfs bij een gebrek aan concrete instructies van de werkgever, zal elke werknemer ervoor moeten zorgen dat hij steeds voorzichtig optreedt en de nodige voorzorgsmaatregelen in acht neemt. Reeds bij de lichtste fout is een veroordeling mogelijk. De instructies van de overheid en de werkgever zijn hierbij zeker richtinggevend.
De praktische toepassing stoot wel op een belangrijke hindernis: voor elke veroordeling moet een oorzakelijk verband worden aangetoond tussen het gebrek aan voorzorg en de verwonding of dood. In werkelijkheid zal het zeer moeilijk zijn om de effectieve oorsprong van de besmetting (bv. door een specifieke collega) te gaan bepalen. Een strafrechtelijke eindveroordeling is zeker geen evidentie.
 
Financiële aansprakelijkheid
Voor roekeloze werknemers schuilt het grootste gevaar in hun financiële aansprakelijkheid. Je job eventueel verliezen is één zaak, maar je ‘hele hebben en houden’ op het spel zetten, is een andere. Bij bedrog, een zware fout of een herhaalde lichte fout zijn werknemers zelf financieel aansprakelijk wanneer zij schade aan de werkgever of derden veroorzaken. Deze aansprakelijkheid is draconisch. Als de werknemer aansprakelijk is, dan komt zijn hele privépatrimonium in het gedrang. Veronderstel dat een werknemer ostentatief nalaat een mondmasker te dragen, of erger, een besmetting verzwijgt of een gedwongen quarantainemaatregel doorbreekt, dan zijn dit wellicht zware fouten. Of repetitieve lichte fouten. Als hierdoor schade ontstaat, dan zijn de gevolgen van deze roekeloosheid dramatisch. Zo is het niet uitgesloten dat dergelijk gedrag leidt tot onder andere een tijdelijke sluiting van de onderneming of een afdeling, een verplichte quarantaine van werknemers, een verplichte desinfectering van bedrijfsruimtes, dalende bedrijfsresultaten, … Deze eindfactuur komt dan op het conto van de veroorzaker. Ook wanneer derden door dergelijk gedrag schade oplopen (bv. leveranciers, onderaannemers), blijft de veroorzaker volledig aansprakelijk en wordt zijn privévermogen meestal zwaar aangetast. 
 
Beëindiging van de arbeidsovereenkomst
Wanneer de professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer door een zware fout onmiddellijk en definitief onmogelijk wordt, dan kan de arbeidsovereenkomst wegens dringende redenen worden beëindigd. In deze hypothese eindigt de arbeidsovereenkomst onmiddellijk en zonder enige opzeggingsvergoeding. Ook sancties op het vlak van de toekenning van werkloosheidsuitkeringen volgen.
De fout ter rechtvaardiging van deze dringende reden moet wel voldoende zwaarwichtig zijn. Een eenmalige of beperkte nalatigheid (bv. vergeten zijn handen te desinfecteren of eenmalig vergeten om de social distance in acht te nemen) is onvoldoende. Maar wanneer een werknemer bijvoorbeeld ostentatief weigert een mondmasker te dragen, veiligheidsvoorzieningen ontmantelt of een besmetting doelbewust verzwijgt, dan zijn dit zeker gedragingen die een ontslag wegens dringende redenen kunnen rechtvaardigen. Bij het beoordelen van de zwaarte van deze fouten, zal met verschillende aspecten rekening worden gehouden: mogelijke impact van de inbreuk, reeds geformuleerde waarschuwingen, duidelijkheid van instructies, omstandigheden, opzettelijk karakter van de inbreuk, …
Gecumuleerd met de financiële aansprakelijkheid leidt dergelijke verbreking van de arbeidsrelatie tot een aanzienlijke vermogensschade voor deze werknemer.
 
Hoe aansprakelijkheden vermijden?
Het antwoord op deze vraag is eigenlijk heel eenvoudig. Van elke werknemer wordt een actieve bijdrageplicht gevraagd om de gezondheidsrisico’s in te perken. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor diens collega’s en derden. Wie op een normale zorgzame wijze de instructies van de werkgever opvolgt, loopt geen aansprakelijkheidsrisico. 
Het ligt in de aard van de Belg om de grijze of zelfs zwarte zones op te zoeken. Moet ik aan mijn werkgever melden dat ik uit een rode of oranje zone kwam? Moet ik meedelen dat een gezinslid besmet is? Mag de werkgever van mij eisen dat ik via contact tracing op de werkplaats in quarantaine moet gaan? Is dit alles geen schending van de privacy?
Dergelijke discussie is vanuit juridisch oogpunt interessant, maar uiteindelijk vrij irrelevant en zelfs riskant. Er bestaat weinig discussie over de vaststelling dat feiten uit het privéleven ook een invloed op de werkrelatie kunnen hebben. Wanneer feiten uit het privéleven tot een mogelijke besmetting op de werkvloer kunnen leiden, dan kan de veroorzakende werknemer zich niet achter een algemene privacybescherming verschuilen. De gevolgen van diens aansprakelijkheid zijn immers bikkelhard. 
 
Werk aan de winkel
Deze problematiek steunt op het uitwerken van duidelijke instructies. Zo moet de werkgever ervoor zorgen dat er duidelijkheid bestaat omtrent onder meer:
-       de verplichte melding van risico’s (bv. welke regels gelden na een vakantie in een oranje of rode zone?);
-       hoe en bij wie een quarantainemaatregel melden;
-       de verplichte beschermingsmaatregelen;
-       de verplichtingen in verband met contact tracing (bv. als men door een contactcenter wordt gecontacteerd);
-       wanneer verplicht in quarantaine gaan;
-       het organiseren van een interne contact tracing;
-       het gebruik van bedrijfswagens, bedrijfsruimtes en toestellen;
-       het gebruik van temperatuurmetingen;
-       het tijdelijk isoleren van werknemers (quarantaineplaats op de werkvloer);
-       …
Het vastleggen van deze maatregelen is voor de werkgever niet alleen een wettelijke verplichting, maar verduidelijkt ook de aansprakelijkheidsgrenzen voor de betrokken werknemers. Ook hier luidt de volkswijsheid dat een gewaarschuwd man of vrouw, er twee waard is.
 
Over de auteur: J. De Wortelaer, advocaat-vennoot Bloom Law Leuven, assistent VUB
 

 

: preventActua 21/2020