Covid-19: FFP-maskers en ventielklep

De ventielklep (of het uitademventiel) op een FFP-masker biedt de gebruiker meer comfort. In tijden van corona moet echter rekening worden gehouden met het feit dat, afhankelijk van de constructie van de ventielklep, de lucht die door de drager via het ventiel wordt uitgeademd, het buitenmilieu kan verontreinigen.

FFP-maskers
De afkorting FFP staat voor Filtering Facepiece Particles. In tegenstelling tot het chirurgisch masker is het FFP-masker een persoonlijk beschermingsmiddel (zie tabel). Een FFP-masker beschermt de drager tegen het inademen van schadelijke druppeltjes en zwevende deeltjes in de lucht. Dit type masker is minder comfortabel (thermisch ongemak, ademweerstand) dan een chirurgisch masker.
 
Tabel: FFP-maskers vs. chirurgische maskers
 
CE-markering op basis van…
 
 
conformiteit met de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen vastgelegd in
geharmoniseerde norm
Bescherming
FFP-masker
= pbm
(ademhalingsbescherming)
Pbm-EU-verordening 2016/425
 
EN 149 + A: 2009
Beschermt de drager tegen het inademen van schadelijke druppeltjes en zwevende deeltjes in de lucht.
Chirurgisch masker
= medisch hulpmiddel
Richtlijn 93/42/EEG medische hulpmiddelen (omgezet in Belgisch recht: KB van 18 maart 1999)
of EU-verordening 2017/745
EN 14683: 2019 + A: 2019
Moet vermijden dat druppeltjes die de drager van het masker uitstoot, in de omgeving terechtkomen. Sommige van deze maskers (m.n. type IIR) beschermen de drager tegen spatten, maar bieden geen bescherming tegen zeer kleine zwevende deeltjes.
 
Drie categorieën
Er bestaan drie categorieën FFP-maskers, afhankelijk van de doeltreffendheid (beoordeeld op basis van de filterefficiëntie en de randlekkage):
- FFP1-maskers: aerosolfiltratie van minimaal 80% (inwendig lekpercentage < 22%)
- FFP2-maskers: aerosolfiltratie van minimaal 94% (inwendig lekpercentage < 8%)
- FFP3-maskers: aerosolfiltratie van minimaal 99% (inwendig lekpercentage < 2%).
 
Functie van de ventielklep
Het dragen van ademhalingsbeschermingsmiddelen is oncomfortabel vanwege de ademweerstand en de warmte aan de binnenkant van het masker. Een ventielklep (of uitademventiel) op een FFP-masker vermindert de weerstand tijdens het uitademen. Dit ventiel sluit bij het inademen (het laat enkel lucht door bij het uitademen) en voorkomt zo dat er deeltjes door het masker komen. De aanwezigheid van een ventielklep biedt meer comfort zonder de doeltreffendheid van het masker in het gedrang te brengen.
 
Wel of niet met ventielklep?
Door de ventielklep komt de uitgeademde lucht van de drager in de omgeving terecht. Indien deze besmet is met het coronavirus, kunnen op die manier dus schadelijke deeltjes in de omgevingslucht terechtkomen. Bovendien heeft de luchtstroom ook een hogere snelheid, omdat de stroom door het smalle kanaal van de klep wordt uitgeademd. Dat suggereert dat eventueel verontreinigde deeltjes een groter bereik zouden kunnen hebben dan de 150 cm die door de sociale afstand wordt aanbevolen.
Hieruit kan men concluderen dat het steeds aangewezen is om op basis van een risicoanalyse na te gaan aan welke vereisten een mondmasker moet voldoen. Een FFP2- of FFP3-masker met (of zonder) ventielklep kan bijvoorbeeld gebruikt worden door zorgpersoneel dat zich beschermt bij het verzorgen van (mogelijk) besmette patiënten. Indien het gaat om situaties waarbij werknemers dicht bij elkaar werken en de doelstelling is om de collega’s niet te besmetten, dan is een FFP2-masker met ventielklep niet het aangewezen beschermingsmiddel. In dat geval is het beter om bijvoorbeeld te kiezen voor een FFP1- of FFP2-masker zonder uitademventiel, of voor een chirurgisch masker of een community-masker.
 
Nuttige links:
 
Bronnen: inrs.fr, prevent.be (1, 2)
: preventActua 16/2020