Burn-out is een modewoord

Burn-out is geen lachertje. In deze bijdrage schetst PreventActio u wat burn-out wel is en wat het ook niet is.

Psychosociale risico’s
Werken is vaak een verrijkende activiteit. Veel mensen vinden hun werk niet alleen zinvol omdat het zorgt voor brood op de plank, bovendien is de omgang met collega’s vaak ook gewoon leuk. Psychologen hebben het werk opgedeeld in 5 A’s: arbeidsorganisatie, arbeidsinhoud, arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en arbeidsrelaties (interpersoonlijke relaties op het werk). Elke A beïnvloedt ieder van ons. En jammer genoeg kan die invloed ook schadelijk zijn. Laat ons eerst die A’s eens van dichtbij bekijken.

Arbeidsorganisatie: dit is de structuur van de organisatie, hoe worden taken verdeeld, wat zijn de werkprocedures, welke stijl hanteren de managers, wat is het beleid van de organisatie
Arbeidsinhoud: de echte jobinhoud. Hoe complex is mijn werk, hoe gevarieerd zijn de taken, heb ik emotionele belasting door mijn werk (omgaan met pijn, met verdriet), is mijn werk fysiek zwaar, is mijn werk ingewikkeld, moet ik mij heel de tijd concentreren, is het duidelijk wat men van het werk verwacht?
Arbeidsvoorwaarden: welke uren werk ik, overdag, ’s nachts, in ploegen, op afroep. Zijn er opleidingsmogelijkheden, doorgroeimogelijkheden. Hoe gebeurt de evaluatie?
Arbeidsomstandigheden: is de arbeidsplaats goed ingericht, zit ik in een lawaaierige omgeving, is er voldoende en aangepast licht, moet ik werken met gevaarlijke stoffen, moet ik heel de tijd gebukt werken of zware lasten tillen?
Arbeidsrelaties: hoe is mijn relatie met mijn collega’s, met mijn directe baas, met de andere bazen? Kom ik in contact met klanten, mail of bel ik naar mijn collega’s of heb ik persoonlijk contact? Werken we samen of zijn we concurrenten?

Al deze factoren kunnen meespelen en leiden tot psychische schade. Die schade kan zich uiten in angsten, depressie, burn-out, zelfmoordgedachten, posttraumatische stress. Ook lichamelijk kunnen er klachten zijn: slaapproblemen, verhoogde bloeddruk, hartkloppingen, maag- en darmproblemen enz.

Burn-out
Burn-out is dus een uiting van psychische schade en wordt als volgt gedefinieerd:
“Een negatieve, aanhoudende gemoedstoestand
• die verband houdt met het werk,
• die voorkomt bij “normale” individuen en
• die gekenmerkt wordt door uitputting, een gevoel van onbekwaamheid, demotivatie en disfunctioneel gedrag op het werk.
Deze gemoedstoestand blijft vaak lange tijd verborgen voor de werknemer en vloeit voort uit een onevenwicht tussen de intenties en de realiteit op het werk.
Vaak houden de werknemers deze gemoedstoestand in stand door copingstrategieën die inefficiênt zijn.”
Een belangrijk punt in deze definitie is dat burn-out voortvloeit uit een onevenwicht tussen de intenties en de realiteit op het werk die ervaren wordt door de werknemers. Ze hebben een ‘ideaal’ voor ogen en verwachtingen die niet overeenstemmen met hun dagelijkse realiteit op het werk.
Daarnaast kan men drie elementen onderscheiden in de ontwikkeling van een burn-out: de persoon raakt chronisch uitgeput, wordt cynisch en voelt zich steeds meer onbekwaam op het werk.

Symptomen
Men onderscheidt fysieke, cognitieve en affectieve symptomen en ook gedragssymptomen.
De fysieke: slaapstoornissen, minder energie, neurovegetatieve/functionele klachten (duizelingen, hartkloppingen, hoofdpijn, buikpijn…) en ernstige vermoeidheid. Als cognitieve en affectieve symptomen heeft men een gedaalde motivatie, frustratie en prikkelbaarheid, depressieve stemming, niet weten of men het werk moet verlaten of niet, angst, gedaalde zelfwaardering, lagere concentratie, lager competentiegevoel, minder controlegevoel, slechter geheugen en minder idealisme. En als gedragssymptomen ziet men attitudeveranderingen ten opzichte van anderen de neiging zich te isoleren, absenteïsme, lagere performantie en agressiviteit.

Men moet niet al deze symptomen hebben om over een burn-out te kunnen spreken. Het is zelfs niet zo eenvoudig om hierover te kunnen oordelen. Alleen gezondheidswerkers kunnen hierover oordelen en dan nog moeten zij vaak meer ervaren collega’s inschakelen om uitsluitsel te brengen. Stress, depressie, chronische vermoeidheid (CVS), fibromyalgie en workaholisme hebben allemaal wel raakpunten met burn-out. Ook daarom is voldoende medische kennis een absolute voorwaarde om iets zinnigs te kunnen zeggen over een mogelijke burn-out.

Behandeling en preventie
Momenteel worden er twee methodes voorgesteld om burn-out te voorkomen en te beperken:
- preventie gericht op de organisatie van het werk:
De primaire preventie op de werkvloer is collectief van aard en richt zich tot alle werknemers. Ze kunnen als doel hebben de professionele verplichtingen te verminderen (bv. de werklast verminderen, wijzigingen aanbrengen in de werkprocedures) of de professionele middelen (zoals autonomie, sociale steun van de oversten en collega’s en deelname aan beslissingen) te verhogen.
De secundaire preventiemethodes zijn voornamelijk ontwikkeld om individuen te helpen de burn-out te bestrijden wanneer die zich reeds voordoet en om stressfactoren op het werk te beheren en te verwerken. Dit kan verschillende zaken inhouden zoals bijscholingen of hulpgroepen onder collega’s.-
- Preventie gericht op het individu:
Op individueel niveau zijn de acties ter preventie of beperking van burn-out bedoeld om de individuen copingstrategieën aan te leren zodat ze beter kunnen omgaan met stress op het werk. Dit kan gaan om cognitieve/gedragstherapie, communicatieopleidingen of lessen in ontspanningstechnieken. Deze technieken hebben een positieve maar beperkte impact op burn-out.
In het kader van de preventie of de behandeling van burn-out is het belangrijk om rekening houden met het feit dat de vroege signalen van professionele uitputting onopgemerkt kunnen blijven. Bovendien hebben de getroffen werknemers de neiging om te blijven werken en vormen ze dus geen ernstige bedreiging voor de werking van het bedrijf.
De bedrijfsarts speelt dan ook een essentiële rol bij de vroegtijdige opsporing van werknemers die te kampen hebben met professionele uitputting.


 

: PreventActio 10/2016