Asbest: Affset plaatst vraagtekens bij meettechnieken en korte vezels

Het Afsset (Agence française de sécurité sanitaire de l’environnement et du travail) publiceerde in februari een advies over asbest. Het Affset stelt dat niet met zekerheid vaststaat dat korte asbestvezels ongevaarlijk zouden zijn. Het adviseert dan ook een verstrenging van de bestaande grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling en beveelt aan om de huidige meettechnieken te herzien, vooral in verband met de telregels voor vezels.

Asbest
De term ‘asbest’ duidt op een geheel van vuurbestendige vezelachtige mineralen. Twee verschillende asbestgroepen, de serpentijnen en de amfibolen, worden industrieel ontgonnen. De serpentijnen omvatten slechts één asbestsoort: chrysotiel (‘wit’ asbest). Dit was de meest gebruikte asbestsoort. Bij de amfibolen gaat het om vijf asbestsoorten (anthofylliet, amosiet, actinoliet, tremoliet en crocidoliet). Twee hiervan werden relatief veel gebruikt: vooral amosiet (‘bruin’ asbest) en in mindere mate crocidoliet (‘blauw’ asbest).
Asbest onderscheidt zich van kunststofvezels zoals rotswol of glasvezel door zijn kristallijne structuur en zijn zeer fijne vezels. In chrysotiel zijn de vezels gebogen en extreem fijn.

Het probleem
Asbestvezels bestaan uit een geheel van tientallen tot honderden fijne, microscopisch kleine vezels die min of meer stevig samenhangen. Dit kenmerk is een van de belangrijkste factoren voor de penetratie van asbest en de verspreiding ervan in de ademhalingswegen:
1. hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper ze kunnen doordringen in het ademhalingsapparaat;
2. hoe langer en fijner de vezels, hoe meer moeilijkheden ons organisme heeft om ze te elimineren en hoe gevaarlijker ze zijn.

Toxiciteit
De toxiciteit van de vezels hangt af van een aantal factoren, zoals het al dan niet inadembaar karakter, de vezelstructuur op zich, het al of niet kristallijn karakter, de oppervlaktereactiviteit, de chemische samenstelling, de interactie met bepaalde moleculen of ook de biologische persistentie.

Asbestvezels worden gerangschikt in drie categorieën:
(1) de klassieke vezels hebben een lengte van meer dan 5 micrometer (µm) en een diameter tussen 0,2 (de beperking van de resolutie van de optische microscoop) en 3 µm (de grens voor de ‘inadembaarheid’ van de vezels) en een lengte-diameter verhouding van minstens 3/1. Deze worden algemeen aanzien als kankerverwekkend.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) stelde eind de jaren 1960 een methode op voor metingen van asbest. Deze methode legt de kenmerken vast die in aanmerking moeten worden genomen bij de meting van de vezelconcentratie in de lucht. Deze klassieke vezels werden als gevaarlijk beschouwd en moeten daarom gemeten worden.

(2) de ‘korte’ vezels hebben een lengte van minder dan 5 µm en een diameter van minder dan 3 µm. Algemeen worden korte vezels als zeer ongevaarlijk beschouwd, maar volgens het Affset is er nog niet voldoende onderzoek verricht om definitief te besluiten dat ze ongevaarlijk zouden zijn.

(3) de ‘fijne’ vezels hebben, een lengte van meer dan 5 µm, maar hun diameter is kleiner dan 0,2 µm. Door hun beperkte diameter zijn deze niet zichtbaar met optische microscopie. Ze worden eveneens beschouwd als kankerverwekkend.

Onderzoek Afsset
In de metingen van het Affset op werkplaatsen werden systematisch erg hoge concentraties korte vezels aangetroffen. Meestal wijst dit veelal op aantasting van de materialen in de omgeving. Dit is bijvoorbeeld het geval voor bepaalde scholen die werden gebouwd in de jaren ‘70, waar vloeren (van asbesthoudende platen) door slijtage vezels afgeven.

Analyse van stalen
De onderzoekers van het Afsset concludeerden daarom dat de conventionele meetmethodes moeten herzien worden en dat de grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling (GWBB) aan verstrenging toe zijn.

Besluit
Het Affset adviseert, in de geest van het voorzorgsprincipe, in de regelgeving uit voorzorg ook rekening te houden met de korte vezels. De Franse regering heeft bijgevolg beslist de grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling en de meetmethode aan bijkomende onderzoeken te onderwerpen.

Kritieken
Critici wijzen erop dat de meet- en analysemethoden in Frankrijk sterk afwijken van de methoden die in andere landen gebruikt worden. Het Afsset nam monsters van de omgevingslucht. De monsters werden voorbereid met de zogenaamde ‘indirect transfer’ methode. Bij die methode breken stuken af van de vezels, waardoor men systematisch veel meer vezels vindt dan met de direct transfer methode. Bovendien worden bij de analyse van de monsters heel wat vezels verder gesplitst, waardoor een gewijzigd beeld gecreëerd wordt van het aantal korte vezels ten opzichte van het originele monster.
De resultaten van het Afsset zijn daardoor in tegenspraak met het klassieke paradigma dat stelt dat de gezondheidsschade van vezels veroorzaakt wordt door ‘frustrated clearance’ (macrofagen in de longen kunnen de vezels niet volledig omvatten waardoor ontstekingsinitiërende agentia vrijkomen).

: PreventActua 11/2009