Arbeidsomstandigheden en roken

Mensen roken om tal van redenen. Die redenen kunnen zich zowel in de persoonlijke als in de professionele sfeer situeren. Uit een studie van het Franse ministerie van Werk blijkt dat er meer wordt gerookt in geval van hoge fysieke of psychologische risico’s. Een overzicht van de resultaten van de studie.

Meer rokers onder arbeiders
Volgens de enquête van de DARES, de studiedienst van het Franse ministerie van Werk, rookt 33% van de arbeiders en 30% van de bedienden, tegenover 26% van de landbouwers, handelaars en zelfstandigen, 22% van de kaderleden en tussenkaders (27% van de tewerkgestelde actieve mannen). Bij vrouwen zijn de verschillen tussen de beroepen minder opmerkelijk: 23% van de arbeidsters en bedienden rookt, tegenover 21% van de tewerkgestelde actieve vrouwen.

Het grotere aantal rokers onder arbeiders valt volgens de literatuur te verklaren door een onderschatting van de risico’s, gekoppeld aan een meer uitgesproken wantrouwen ten aanzien van gezondheidscampagnes. Er wordt eveneens melding gemaakt van andere factoren, zoals de stress waaraan ze zijn blootgesteld en het feit dat ze meer in het “hier en nu” leven en minder aan de toekomst denken.

Fysieke belasting en roken
De enquête uitgevoerd door de studiedienst van het Franse ministerie van Werk beschrijft het verband tussen het tabaksgebruik van de tewerkgestelde actieve bevolking en de arbeidsomstandigheden. In 2006 rookten personen die tijdens hun loopbaan aan fysieke of psychosociale risico's werden blootgesteld, vaker dan de andere werknemers. Van de mannen die minstens één jaar blootgesteld zijn aan fysieke belasting, rookt 30% (tegenover 24% van de niet-blootgestelde mannen). Wanneer men de afwijkingen corrigeert die verband houden met andere verklarende factoren, zijn vrouwen vaker geneigd te roken wanneer ze langdurig worden blootgesteld aan fysieke of psychosociale risico's.

Het rookgedrag van vrouwen wordt bepaald door arbeidsomstandigheden zoals blootstelling aan koude, warmte, vochtigheid of vuiligheid, terwijl bij mannen enkel fysieke belasting in verband wordt gebracht met roken.

Impact van de antitabakwetgeving
Tussen 2006 en 2010 bleef het tabaksgebruik van drie kwart van de bevolking ongewijzigd. Slechts 27% van de mannen en 22% van de vrouwen veranderden hun rookgedrag. Een groter aantal mannen begon meer te roken in vergelijking met het aantal mannen dat het roken afbouwde (15% tegenover 12%), meer bepaald als ze werkloos werden (26%). Iets meer dan de helft van de mannen die meer begonnen te roken, rookte vier jaar daarvoor helemaal niet. Ongeveer 60% van de personen die hun rookgedrag afbouwden, is volledig gestopt met roken. 11% van de vrouwen verminderde hun rookgedrag en eenzelfde percentage begon meer te roken. 6% stopte volledig en 6% begon te roken.

Deze gedragsveranderingen kunnen gedeeltelijk verband houden met een wetgevende context waarbij roken op publieke plaatsen en meer bepaald op de werkplek aan banden werd gelegd.

Evolutie van de arbeidsomstandigheden
De studie wijst eveneens op de impact van de evolutie van de arbeidsomstandigheden op het tabaksgebruik. De resultaten voor mannen en vrouwen zijn sterk verschillend. Mannen die in 2010 meer zware lasten droegen dan in 2006, zijn geneigd om meer te roken. Een mindere blootstelling aan geluid, koude, warmte, vochtigheid of vuiligheid gaat eveneens gepaard met een verminderd rookgedrag. Personen die in 2010 meer waren blootgesteld aan hun angst dan in 2006, roken meestal meer (19%, tegenover slechts 15% van alle mannen).

Een verhoogde blootstelling aan schadelijke of giftige producten tijdens het werk gaat gepaard met een verminderd tabaksgebruik. Het is mogelijk dat mannen die de indruk hebben meer te worden blootgesteld aan deze producten, bewust of onbewust minder gaan roken.

PSR
Mannen zijn minder geneigd het roken af te bouwen als ze tijdens het werk minder “aan veel zaken tegelijkertijd moeten denken”. Ze gaan ook minder snel meer roken wanneer “hun werklast aanzienlijk verhoogt”.

Enerzijds zou een strakker werkritme aanzetten tot minder roken en anderzijds zou een minder hoog werkritme niet leiden tot een vermindering van het tabaksgebruik.

Het tabaksgebruik evolueert dus niet recht evenredig met het werkritme. Dit fenomeen zou verklaren waarom mannen die het gevoel hebben hun competenties in 2010 “minder ten volle te hebben benut” dan in 2006, meer zijn beginnen te roken.

Vrouwen gevoeliger voor PSR
De evolutie van de lichamelijke werkbelasting heeft een minder uitgesproken impact op de evolutie van het tabaksgebruik bij vrouwen en mannen. Uit de statistieken blijkt echter dat meer vrouwen roken wanneer de werkstress toeneemt of hun job bedreigd wordt. Het tabaksgebruik van vrouwen evolueert recht evenredig met de vrees hun baan te verkiezen. Hoe groter de angst om op straat te komen staan, hoe meer ze gaan roken, en hoe kleiner die vrees, hoe kleiner het tabaksgebruik.

Tabak en PSR: dubbelzinnige verbanden
Bij vrouwen gaat een daling van de blootstelling aan bepaalde psychosociale risico’s gepaard met een verhoogd tabaksgebruik. Hoe meer hun werk naar waarde wordt geschat, hoe meer ze roken. Ze roken aanzienlijk minder als ze meer taken moeten uitvoeren die ze niet willen uitvoeren, zonder dat een eenvoudige interpretatie van deze resultaten naar voren kan worden geschoven.

Vrouwen die blootgesteld worden aan verhoogde spanningen naar aanleiding van contact met een bepaald publiek, roken in die periode doorgaans minder. Een frequenter contact met een publiek kan aanleiding geven tot een toename van de spanningen. Werkneemsters bevinden zich dan wellicht vaker in een situatie waarbij er minder mogelijkheden zijn om buiten te gaan roken.

In tegenstelling tot mannen gaan vrouwen meer roken naarmate de werkdruk toeneemt. Zo zijn vrouwen die verklaren onder een grotere druk te staan, 55% minder geneigd om hun tabaksgebruik te beperken. Vrouwen die minder repetitief werk onder tijdsdruk moeten uitvoeren, zijn minder gaan roken.

Bron: Quelle influence des conditions de travail sur la consommation de tabac?, DARES, juli 2016.

: PreventActua 2016/17